Keukenplezier

‘La Causerie, goedemorgen.’
‘Goedemorgen, u spreekt met De Groot. U organiseert wijncursussen en workshops, zie ik op uw site. Doet u ook iets met vrijgezellen?’

Ik glimlach en weeg mijn antwoord. De laatste bijeenkomst met 16 jonge vrouwen staat me nog levendig voor de geest. ‘Jazeker. Wij kunnen een programmaatje op maat maken, als u dat bedoelt. Een leuke proeverij met speciale aandacht voor de aanstaande bruid of bruidegom. Met  wetenswaardigheden en tips uit de wijnwereld. En wat begeleidende hapjes.’

Zaterdagmiddag. Het lijkt wel een groepje opgeschoten pubers voor de deur maar het zijn allemaal kerels, twaalf mannen en de aanstaande bruidegom. Ze begroeten elkaar lachend, met ferme schouderkloppen en sterke verhalen. Nog voor ze aanbellen, zit de stemming er al goed in, dat hoor je zo.

Het is altijd weer even spannend, een vrijgezellenproeverij. Hoe geïnteresseerd de mensen ook zijn in wijn, het gaat bij zo’n party toch om de sfeer, het plezier, het samenzijn. Er wordt eerder gedronken dan geproefd, laat ik het zo zeggen. En wie weet hoeveel ze al op hebben voordat ze binnenkomen.

male-stripperDe ervaring leert dat dit wel meevalt. En ook dat er oprechte belangstelling voor de wijn is. Al wordt de aandacht ook wel eens afgeleid. Zoals een paar weken geleden, toen de aanstaande bruid niet alleen een wijnproeverij kreeg aangeboden maar ook een act. In de vorm van een stripper. Uiteraard in overleg en na een zorgvuldige screening, want we blijven wel graag op niveau.

Met het zusje van de bruid bespreek ik van te voren de logistiek, op welk moment de stripper binnen zal komen. Gemakshalve zal hij zich verkleden in de keuken. Alleen vergeet ik dat tegen Verloofde te zeggen.

Terwijl de proeverij geanimeerd verloopt, zie ik vanuit mijn ooghoek Verloofde voorbijkomen. Hij wenkt me. Ik loop naar hem toe en hij fluistert, licht verbouwereerd: ‘Er staat een man in de keuken zich uit te  kleden.’ ‘ Ah, de stripper, ik kom!’ stel ik hem gerust terwijl ik me glimlachend naar de keuken begeef.

Terug naar de herenproeverij. Met opgewekt laweit komen de mannen binnen en ik verwelkom ze in het proeflokaal. De aanstaande bruidegom reageert enigszins opgelucht. Terwijl ik iedereen een glas champagne inschenk om te toasten op het aanstaande huwelijk, vraag ik hem of hij zenuwachtig is. ‘Niet voor mijn vrouw en niet voor de bruiloft. Wel voor mijn vrienden hier, geen idee wat ze nog allemaal in petto voor me hebben vandaag.’

Luid gelach, tafelgeroffel en klinkende glazen. Het wordt een leuke proeverij, al had Verloofde er vast geen bezwaar tegen gehad als er deze keer een striptease was ingehuurd die zich stond te verkleden in de keuken.

De dames en het taartje

Wat een etiket al niet vermag. Net als de meeste vrouwen kijk ik bij het kiezen van een fles wijn naar het etiket. Niet zozeer naar de productinformatie en andere verplichte nummers, nee, ik kijk naar het lettertype (strak of zwierig), of er een plaatje op staat (een beetje leuk château of zo), of de kleur me aanspreekt etcetera.

Zo stuitte ik onlangs op een sauvignon blanc uit de Loirestreek van Domaines Tatin. Op het etiket stond onder meer een tekening van het domein en het zag er ‘gezellig’ uit. Een beetje appeltaartachtig, zal ik maar zeggen. Het straalde de geur van warme appels, vanille en kaneel uit (ik zei het al, wat een etiket al niet vermag: ik associeer een papiertje met appeltaart en denk die dan ook nog te ruiken).

Thuisgekomen googelde ik de wijnmakers en er bleek een familiale lijn te bestaan met de gezusters Tatin, jawel van de bekende tarte Tatin (in het dagelijks leven heet dit heerlijke dessert ook wel ‘omgekeerde appeltaart’).

vieil-hotelDe gezusters Tatin baatten in de jaren 1890 samen een provinciehotel uit in de buurt van Solonge (160 km ten zuiden van Parijs). Caroline was gastvrouw, Stéfanie stond in de keuken. Naar verluidt was Stéfanie niet de slimste maar kon ze wel uitstekend appeltaarten bakken, hetgeen dan ook haar specialiteit werd. Het verhaal, of beter, een van de verhalen, gaat dat ze op een dag zo in gedachten verzonken was dat ze eerst de appelen in de taartvorm had gelegd en toen pas bedacht dat de bodem ontbrak. Ze legde daarop het deeg over de appels heen en serveerde de taart uiteindelijk omgekeerd, zodat die er toch presentabel uitzag. De reacties van de hotelgasten waren lovend.

Een andere variant op de aanvankelijk mislukte appeltaart luidt dat Stéfanie de appeltjes te lang had laten bakken omdat ze er met haar hoofd niet bij was. Om haar onoplettendheid goed te maken, maskeerde ze de gekaramelisseerde appeltjes met deeg en ze zette het geheel, met pan en al in de oven. De appeltaart werd daarna omgekeerd geserveerd, met evenveel succes.

tarte-tatin-la-torta-di-mele-franceseOf de gezusters Tatin daarmee ook de omgekeerde appeltaart hebben uitgevonden, is een ander onderwerp. Feit is dat er in oudere (19e eeuwse) Franse kookboeken al sprake is van ‘gâteaux renversées’. Andere bronnen vermelden de omgekeerde appel- (of peren)taart als een reeds lang bestaande lokale traditie. De gezusters hebben hun naam dan ook niet zelf aan de omgekeerde appeltaart gegeven (zij noemden het tarte solognotte, genoemd naar de regio Solonge dus), dat is pas later gebeurd. Het stond onder meer op de kaart van het chique Parijse restaurant Maxim’s als ‘tarte des demoiselles Tatin’, hetgeen de faam natuurlijk nog verhoogde. Dus beroemd hebben de gezusters dit dessert in ieder geval gemaakt.

Behalve in kookboeken zijn er ook op internet veel recepten van en variaties op de tarte Tatin te vinden. Er wordt meestal cider bij gedronken maar ik zou er een zoete Coteaux Du Layon, ook uit de Loire, bij open maken. Hmmmm!

Moderne kerstvertelling

Het is traditie in onze familie dat de oudste op kerstavond het Bijbelverhaal (Lucas 2) voorleest. Al jarenlang is dat mijn vader (81). Waar we ook kerstmis vieren, hij neemt zijn bijbel mee, een erfstuk van zijn grootvader.

Antwerpen, 24 december. Iedereen is er, ouders, kinderen, partners. Via skype wenst de verre zoon ons een zalig kerstfeest. We zitten aan een heerlijk glas champagne, voorafgaand aan de kerstdis, als ik even overleg wanneer vader wil lezen. Zijn gezicht betrekt. ‘Ik ben hem vergeten…’ zegt hij wat bedremmeld. ‘Papa!’ roep ik verbaasd uit, ‘hoe kun je je bijbel nou vergeten zijn?’

Oplossingsgericht denk ik snel na.  Ik heb ook een bijbel. Maar waar lag die ook al weer? Zeven boekenkasten later nog niets gevonden…

kerstverhaalTerwijl vader zijn jasje verruilt voor een keukenschort om straks zijn huisgemaakte paté uit te serveren, schenken we het glas nog eens bij en bespreken de opties. Sommige tradities moeten in ere gehouden worden, nietwaar? Schoondochter komt verrassend uit de hoek. ‘Ik heb de bijbel op m’n Iphone…’ , zegt ze voorzichtig. We applaudisseren, wat een vondst. Alleen, vader heeft weliswaar nog goede ogen, maar voorlezen vanaf zo’n klein schermpje wordt toch lastig. Zoon springt bij. ‘Mam, geef jij je Ipadje even, dan download ik de bijbel en dan kan opa hem daarvan lezen.’

En zo geschiedt het, in deze moderne dagen, dat grootvader, in schort, maar verder zoals elk jaar op kerstavond, het verhaal over de geboorte van Jezus voorleest.  Alleen nu vanaf een oplichtend beeldschermpje. Af en toe pauzeert hij even en glimlacht. ‘Dat is wel even wennen, die nieuwe vertaling.’ Zijn bijbel dateert uit 1917.

Voor € 2,50 en een lege doos

Dat was even schrikken, eerder deze week. Het was half vier, ’s nachts. De deurbel ging aanhoudend en slaperig uit het raam kijkend, zag ik twee agenten staan. Dat kon geen goed nieuws zijn.

Maar het viel mee, zeiden de dienders die op nachtronde waren. Er was slechts ingebroken in mijn auto. Mijn razende hart kalmeerde wat. (Geen ongelukken, geen doden, eerste gedachte. Hadden ze de onverlaten niet op heterdaad hadden kunnen betrappen?, tweede gedachte.) Verder konden ze natuurlijk niks doen, zei agent A. Maar, voegde B. er met empathie aan toe, ze vonden het zo sneu als ik de verbrijzelde ruit pas bij daglicht zou zien. En bovendien zou de auto tegen die tijd half onder water staan, gezien de hevige regenval. Dus als ik nog wat noodmaatregelen wilde treffen…

Enkele uren later rijd ik, tussen de glasscherven en dik ingepakt, naar het buurland waar een ruit voorradig is. Ik baal, de auto is gehavend (het geheel lijkt wel op een kunstwerk, een mobiele glassculptuur of zo) en het weer doet daar niet voor onder: het waait en regent behoorlijk. Fris dus. Nu ja, het jaargetijde is er natuurlijk ook niet naar om nu in een (half) open auto te rijden…

deze foto is geënsceneerdDe aanleiding voor de inbraak moet een doos geweest zijn. Die stond nog in de auto. Een grote kartonnen doos, neutraal, saai, doelmatig ingedeeld in vakjes waar 24 wijnflessen in kunnen, maar dat zie je pas als je het vouwdeksel opent. We gebruiken die om de wijnen in te vervoeren voor cursussen ter lande, workshops op locatie en proeverijen op bestelling.

Geluk bij een ongeluk: de doos was leeg. Dat maakte de buit voor de boeven/junks wel pover maar dat wisten ze natuurlijk nog niet. Ruit met geweld ingeslagen, auto ingedoken, doos doorzocht, en vervolgens klepjes en kastjes in de auto onklaar gemaakt om te kijken of daar nog iets viel te halen. En ja hoor, bingo! Een vette €2,50 aan parkeergeld is meegenomen.

Ik vraag me af of een gesofisticeerder wijntransportmiddel tot een zelfde stompzinnige inbraak had geleid. Stel dat er vier doosjes (x 6 flessen) wijn, in fraaie houten kistjes, zichtbaar in de auto hadden gelegen, was er dan ook een baksteen door de ruit gegaan? Ik betwijfel het.

Dus vooruit, ik breng een toast uit. Want ondanks de ergernis en schade is het een geruststellende gedachte dat de mooie wijnen die in de auto vervoerd werden, op tijd zijn afgeleverd en bij de juiste mensen terecht zijn gekomen. Die hebben er hopelijk van genoten. De rest is een waste of money and energy, gedoe. Dus: Cheers!

De belletjes van Bond

Even dacht ik dat ik in de verkeerde film zat. Of eigenlijk was het een reclamespotje. Ik keek naar een fragment uit Skyfall, de nieuwe (23ste!) James Bond. In het vaardig gemonteerde filmpje zijn alle bekende Bond ingrediënten aanwezig en toch klopt er iets niet. James Bond drinkt Heinekenbier.

Is het een poging om Bond, opnieuw vertolkt door Daniel Craig, minder sophisticated  te maken, als ware hij probeert Heineken het imago van het eigen merk op te poetsen door het zichtbaar aan Bond te koppelen? Meerdere argumenten zullen een rol gespeeld hebben maar feit is dat Heineken zich voor $45 miljoen in het script heeft kunnen laten schrijven. Een fraai staaltje product placement dat past in de reeks van andere bekende ‘Bond’ merken als Martini, BMW, Aston-Martin en ZeroCoke. Een toegift aan het grote geld, zegt de een. Een noodzakelijkheid, zegt een ander, want zonder de samenwerking met een aantal premium spelers kunnen films als deze eenvoudig weg niet meer gemaakt worden. Niet alleen zijn de productiekosten skyhigh, de kosten om de film te promoten zijn bijna net zo hoog.

Ik ben geen uitgesproken Bond fan maar houd wel van zijn shaken, not stirred  gentleman manieren (vraag me dan ook af hoe James dat straks met z’n ‘Heinie’ gaat doen). Gezegend met een charmant voorkomen en een uitstekende smaak, is James Bond natuurlijk ook een prachtig product voor een exclusieve markt. Dat vond de familie Broccoli-Wilson, de producers van de Bond films, ook toen ze begin jaren zeventig op zoek gingen naar een wijn die diezelfde geraffineerde elementen in zich had. Hoewel in eerdere films Dom Pérignon en Taitinger werd geschonken, kozen de Broccoli-Wilsons voor de verfijnde Bollinger champagne. Roger Moore introduceerde deze in ‘Live and let die’ (1973) en sindsdien is Bollinger de favoriete champagne van James Bond, ongeacht de vertolker.

Er bestaat nog altijd een hechte vriendschap tussen de families Bollinger en Broccoli-Wilson. Dat zou ook de reden zijn waarom James nog altijd Bollinger drinkt, en niet omdat Bollinger miljoenen in de films stopt. Al laat het respectabele familiebedrijf (sinds 1829 en waarover binnenkort meer) zich ook niet onbetuigd op het vlak van promotie. Ter gelegenheid van de van de vijftigste verjaardag van de (verfilmde) James Bond (de eerste, Dr. No, ging op 5 oktober 1962 in roulatie) heeft Bollinger een originele limited edition op de markt gebracht: een schitterende Bollinger James Bond 007 uit het jaar 2002. Toets 007 in op het cijferslot, druk op het pistool en de verpakking opent zich. De film moet nog uitkomen maar de fles is alvast spannend!

Een reisje langs de Rijn, Rijn, Rijn…

‘Hoe lang gaat dit duren?’ Een van de kinderen steekt de vinger omhoog als ware het een echte vraag, in plaats van een verzuchting. ‘Meester, maar dan missen we de pauze!’, zegt een ander kind, verongelijkt. Hmmm, ik weet niet of ze er echt zin in hebben, de leerlingen van meester Ward van groep 7 (vijfde leerjaar). In het kader van de aardrijkskundeles over de rivier de Rijn heeft hij me uitgenodigd om iets over wijnbouw in Duitsland te vertellen. In een half uurtje. Zonder beeldmateriaal. Gewoon ouderwets aanschouwelijk onderwijs dus. Met een mand vol illustratieve wijnen en flessen loop ik naar voren. Ik heb er in elk geval wèl zin in.

Het ijs breekt snel. De kinderen luisteren, stellen vragen en lachen als ik zeg dat de Duitsers niet alleen veel wijn verbouwen maar het ook bijna allemaal zelf opdrinken, zo lekker vinden ze hun eigen wijn. Met een druiventros in mijn hand doe ik voor hoe de wijnboer knipt en snoeit, leg ik uit waarom hij dat doet en waarom je op de terrashellingen langs de Rijn een goed ontwikkeld evenwichtsgevoel met hebben. Sommige wijngaarden zijn zo steil dat je er niet alleen niet met machines kunt komen (en alles dus met de hand moet gebeuren) maar dat je anders ook zo naar beneden tuimelt en de rivier in kukelt.

Het is leuk om de kinderen te enthousiasmeren, om iets van de passie voor de wijn over te brengen en ze tegelijkertijd iets te vertellen over al het werk dat eraan voorafgaat. In Frankrijk hebben de meer toegankelijke domeinen kleur- en puzzelboekjes voor de kleinsten om ze spelenderwijs met de wijnbouw te laten kennismaken.

Mouton Rothschild 1989 Georg Baselitz Meester Ward heeft er een wedstrijdje aan gekoppeld. De leerlingen mogen hun eigen wijnetiket ontwerpen. Prijkend met andermans veren toon ik de kinderen een fles Mouton Rothschild, het beroemde Château dat al sinds begin jaren 1920 elk jaar een vooraanstaande kunstenaar uitnodigt om het wijnetiket te maken.

De kinderen leven zich uit en toveren kleurrijke en originele etiketten uit hun potloden. Niks ingewikkeld met verplichte aanduidingen over alcoholpercentages, flesinhoud, producenten of herkomstbenamingen, op hun etiketten wordt ‘de beste Rheinwein’ (in het Duits!) in soorten en maten aangeprezen. Dat Rijnse wijn vroeger niet te drinken was omdat hij te veel zuren had (het woord ‘rins’ is een verbastering van ‘rijnse’ wijn), ach, dat leren ze nog wel. Maar dat de huidige Rijnappellaties ook heel mooie wijnen voortbrengen, daar komen ze hopelijk op termijn zelf wel achter.

PS: Georg Baselitz (1938) is een in voormalig Oost-Duitsland geboren schilder. Zijn etiket is geïnspireerd op de val van de Berlijnse Muur in 1989 (‘drüber sein, jetzt hier’).

Over Ma Flodder en slobberwijnen

Jan Steen had een huishouden maar het mijne mocht er ook zijn. Toen het huis nog bevolkt werd door kinderen, aanhang, familie, logees, vrienden en een variatie aan huisdieren, was het een zoete inval. Als hoofd huishoudelijke dienst had ik geregeld mijn handen (en boodschappenkar) vol om de bezoekers een gastvrij onthaal te bieden. Hoewel ik sigaren noch sigaretten rookte, geen illegale whisky stookte, mijn schoeisel eleganter was en mijn voorkomen minder indrukwekkend, voelde ik de nodige verwantschap met Ma Flodder. Een verrassend groot aantal mensen vond dat ook. Het werd een geuzennaam in ons huishouden, al stond ik op de Franse uitspraak. ‘Ma Floddère’ had in ieder geval nog een zekere chic.

Daarom moet ik vaak heimelijk lachen als ik mij in Frankrijk aan iemand voorstel. ‘Annick Schreudère, enchanté!’. Het is niet zozeer om me deftiger voor te doen, al ben ik niet ongevoelig voor het cachet. Het is een knipoog naar Ma Floddère en het klinkt aangenamer dan het hardere ‘der’ in mijn achternaam.

Zie het als een trucje en je kunt het veel vaker toepassen. Zo viel ik onlangs bij vrienden binnen, onaangekondigd maar niet toevallig rond aperitieftijd. Ik kwam gelukkig gelegen en B., mijn voorliefde voor wijn kennende, vroeg slechts of hij me een glas rode of witte wijn zou inschenken. Ik koos voor het eerste en hij pakte een fles uit zijn wijnrek. Terwijl hij die opende zei hij, zich min of meer verontschuldigend: ‘Dit is maar een gewone wijn, hoor.’ ‘Geen probleem,’ antwoordde ik, ‘ik ben ook dol op slobbertjes.’

Een slobberwijn is, zowel in de volksmond als in Van Dale, een eenvoudige, makkelijk drinkende wijn. Dat geldt in principe voor zowel rood als wit maar op de een of andere manier denk ik dat er meer rode slobber is dan witte. Het is eigenlijk een grappig woord, slobberwijn, al kan ik het niet helemaal thuisbrengen. Het heeft niets te maken met het hoorbaar drinken, het slurpen van wijn, zoals je dat bij soep doet. Het heeft bij mijn weten ook geen verwantschap met er slordig of slobberig uitzien of een van de andere betekenissen van het (werk)woord slobber(en).

Maar goed, we dronken dus een glaasje, en nog een, terwijl we bij praatten. Zoals dat gaat met goede slobbers, was de eerste fles zo leeg. B. haalde een nieuwe tevoorschijn en we pruttelden bij wijze van intermezzo wat over het woord slobberwijn en de geringe uitstraling ervan. Opeens moest ik aan Ma Floddère denken. De rest van de namiddag dronken we een uitstekende Schlobbère.

Het leven is een feest….

Zelden zoveel opgewekte, enthousiaste en gedreven mensen bij elkaar gezien als de afgelopen dagen in Avignon. De hele maand juli staat dit mooie zuid-Franse stadje (met het formidabele middeleeuwse pauselijk paleis en de bekende brug van het liedje Sur le pont, d’Avignon, on y danse, on y danse…) in het teken van muziek, dans, theater, dans en spektakel. De straten zijn behangen met affiches, wapperend in de mistral. De gelegenheidsartiesten, al dan niet ludiek verkleed, delen flyers uit om het met vele duizenden toegestroomde publiek te lokken naar hun voorstelling. En iedereen even vriendelijk, goedlachs en vrolijk… een verademing.

En natuurlijk vloeit de wijn rijkelijk op de pleinen. Op welk moment van de dag je ook komt, de terrassen zijn vol, er wordt gegeten, geklonken en gedronken. Ondertussen kijk je je ogen uit naar die bonte stoet van mensen die zich aan je voorbij trekt.

Dat deden we ook eerder deze maand, tijdens een groot diner op een kasteeltje even buiten Reims. We waren te gast bij de Confrérie de Sabre d’Or die hun jaarlijkse bijeenkomst met een uitstekend maal en overvloedig veel champagne vierden. Ook hier een bont en internationaal gezelschap, sommigen bekleed met de versierselen die bij de orde horen, anderen in kostuum of avondtoilet.

Het leven is een schouwtoneel, zei Joost van den Vondel al (1668). En ach, het maakt niet uit wat je aan hebt. Bij elke rol die je speelt hoort een outfit en een gedragscode. Dus als we een boottochtje maken over de rivier de Marne, groet ik als een matroos. Ik zie het zo: Het leven is een feest, en je wordt uitgenodigd zelf de slingers op te hangen.

Ieder zijn eigen goeroe…

Koren op mijn molen, boektitels als ‘Wijn drinken is gezond’ en ‘Neem er nog een’ of ‘Afslanken met wijn’. Voor zover ik weet bestaan de laatste twee titels niet maar wie weet schrijf ik de boeken zelf nog, bedenk ik me als ik, met de zomer in het vooruitzicht, mijn bikini uit de kast haal. Want vreemd genoeg is deze alweer gekrompen…

Onzin natuurlijk, ik  ben gewoon aangekomen. Ondanks alle smoezen en de goede gesprekken met mijn weegschaal ten spijt, toont mijn badkleding onverbiddelijk wat ik al langer weet: er moeten dringend wat kilo’s af. En niet alleen voor de zomer.

Ik besluit dat ik oud en wijs genoeg ben om het zonder de hulp van voedingsdeskundigen, vermageringsconsulenten of dieetgoeroe’s te stellen en neem mijn dagelijks eet- en drinkpatroon kritisch onder de loep. Hm, daar kan inderdaad best hier en daar wat bezuinigd worden.

Ik plak en knip een tot mislukken gedoemd maar smakelijk dieet bij elkaar en kom dan aan bij  de wijn. Net als komkommer bestaat wijn voor 90% uit water. Dat gaat goed, denk ik nog. Maar anders dan komkommer is de resterende 10% in wijn calorierijk. Elke gram alcohol bevat 7 calorieën. Gemiddeld genomen zit er in een glas rode wijn 80-100 calorieën, in een glas wit of rosé 100-120 calorieën en in zoete witte wijn ongeveer 170 calorieën. Dat tikt lekker aan, weet ik…

Niettemin, ik begin sterk en halveer mijn rantsoen, zowel qua eten als drinken (behalve het water, dat is standaard minimaal een fles per dag en dan heb ik het niet over die 90% in de wijnfles). Het eetcafé aan de overkant ziet me voorlopig niet, de appeltaart wordt niet gebakken en de spreekwoordelijke boter bij de vis wordt uit het menu geschrapt. Alleen dat glaasje wijn laat ik me niet ontnemen. Na lang onderhandelen met de weegschaal is er een week later een halve kilo af.

Dat schiet niet op, al werkt de kwakkelzomer nu in mijn voordeel: er zijn nog nauwelijks temperaturen geweest die om badkleding vragen. Toch is er inmiddels een paar kilo af. Het ultieme recept daarvoor vond ik in een Frans boekje met de klinkende titel ‘Soignez-vous par le vin’ (in Nederlandse vertaling ‘Franse wijn als medicijn). Daarin adviseert dr. Maury mensen die willen vermageren een vet- en koolhydraatarm dieet. De begeleidende wijn zou ook aan die eisen moeten voldoen, zegt hij waarbij anderzijds ‘het genieten ervan tijdens de maaltijd de mogelijkheid biedt van een verzachting van dit strenge dieet.’ Ha, hier spreekt een wijs man. Wijnen uit de Côte d’Or (Bourgogne) lenen zich hier het best voor ‘omdat deze door hun samenstelling het vetmetabolisme bevorderen, met behoud van de voedingshoedanigheden van de vetten.’ Dosering? Twee bourgogneglazen tijdens de maaltijden, schrijft dr. Maury voor. Heerlijk, laat de zomer maar komen!

PS: Dr. Maury heeft zijn naam mee: Maury is een kleine wijnappellatie in het zuiden van de Languedoc-Rousillon waar de zogenaamde vin doux naturel vandaan komt, versterkte (rode) wijn met een hoog alcoholpercentage en veel restsuiker!

Mag ik van jou….

Nu de voetbalplaatjes, geluksvogeltjes, spelersarmbandjes en andere oranje prullaria hun glans verloren hebben, is het de hoogste tijd om iets originelers te verzamelen. Weliswaar minder geschikt voor kinderen en niet gratis, maar met een grote decoratieve waarde en niet afhankelijk van doelpunten.

“Mag ik van jou….” verder lezen