Seizoensgebonden?

‘Heeft u nog, eh, gloeiwijn?’ vraagt een jongeman aan een supermarktmedewerker. Het is zaterdagmiddag 13 februari 2021 en buiten is het min 7 graden Celsius. Ik sta binnen, vlakbij, en niet toevallig ook op de wijnafdeling. De medewerker verstaat hem niet, en dat begrijp ik, want de jongen mompelt. Onzeker over zijn vraag? Of over zijn leeftijd? Hoe dan ook, ik heb nog nooit iemand naar gloeiwijn horen vragen. Terwijl het natuurlijk een letterlijke vertaling is van glühwein. De jongen herhaalt aarzelend zijn vraag. ‘Heeft u nog gloeiwijn, eh, gluuuuwijn?’ De supermarktmedewerker knikt nu begripvol en kijkt behulpzaam mee in de onderste schappen, waar gewoonlijk alle goedkope meukwijn staat. ‘Nee, sorry, uitverkocht.’

“Seizoensgebonden?” verder lezen

Smakelijk

We spraken altijd af op de lingerieafdeling van het modieuze grootwarenhuis. Daar hoefden we elkaar niet te zoeken. Het was, en is er zelden druk. We neusden dan wat door de collecties, kochten soms een slipje en kletsten ondertussen onophoudelijk. Want daar ging het natuurlijk om. Om bij te praten. Live, want telefonisch deden we dat al geregeld. Er zat ruim honderd kilometer tussen Vriendin en mij en een paar keer per jaar veroorloofden we ons dit uitje halverwege. Na de lingerieafdeling gingen we steevast naar het inpandige restaurant. Onze portemonnee was bescheiden, dus de lunch ook: voor elk een tosti, in twee driehoekjes gedrapeerd op het bord, met een blaadje sla erbij voor het contrast, en de bordvulling. Onze guilty pleasure was, buiten het eventuele nieuwe slipje, een glas rode wijn, net zo duur als de tosti, maar oh oh wat smaakte dat.

“Smakelijk” verder lezen

Een goed begin van de dag

Er zijn van die jaloersmakende titels dat je alleen al om die reden het betreffende boek zou willen aanschaffen. ‘Niemand ontbijt meer met een glas wijn’ is er zo één voor mij, geschreven door de Fransman Louis Sébastien Mercier. De titel ademt niet alleen een verlangen, maar ook een zekere weemoed uit. En dat is ook zo, Mercier (1740-1814) neemt je mee terug in de tijd. Hij schildert met woorden een levendig tableau van het pré-revolutionaire Parijse leven eind 18e eeuw. In korte, licht vileine en niet zelden geestig geschreven hoofdstukjes neemt hij bepaalde gebruiken, personen en wetten onder de loep. Dat levert rake zedenschetsen op, inclusief dubbele moraal, van burgers, hondjes, pruiken, rijtuigen, geleerden, grisettes, verordeningen (en hoe die te omzeilen), azijnverkopers en de geplogenheden rondom begroetingen. Lekker actueel opeens.

“Een goed begin van de dag” verder lezen

Tijd

‘Begin jij dan met de parasols?,’ moedigt Verloofde aan. We zitten in de derde coronaweek. De lente is weliswaar goed ingezet maar bescherming tegen de voorjaarszon is nog niet nodig. Hij doelt dan ook op iets anders: de puzzel. Van drieduizend stukjes. Ontworpen door de Nederlander Jan van Haasteren, die overuren draait om veel mensen overal ter wereld met zijn grappige legpuzzels te verstrooien. Hoewel ik drieduizend stukjes niet per se grappig vind. En puzzelen eigenlijk ook niet.

“Tijd” verder lezen