Gastvrij Portugal

Om een beetje echte wijn te kunnen maken zijn enkele klimatologische omstandigheden essentieel.  Zo moet de zon gemiddeld toch wel zo’n 2000 uur per jaar schijnen. Daar voldoet Lissabon ruimschoots aan, met een gemiddelde van bijna 2800 zonuren per jaar. Wij gaan nog iets verder zuidwaarts. Niet voor de zon, en zowaar, niet voor de wijn, al zullen we ze beide gelukkig wel tegen komen op onze route. Nee, het is tijd voor onze jaarlijkse wandelweek, ditmaal in het zuidwesten van Portugal.

We, dat wil zeggen, het dartele dames-van-zekere-leeftijdclubje, bewandelen een deel van de avontuurlijke Rota Vicentina, een netwerk van ca. 450 kilometer aan wandelpaden dat in 2012 voltooid werd als gemeenschappelijk toeristisch ecoproject van overheden, privé-investeerders, sponsors en lokale initiatiefnemers. Vat het woord toeristisch niet als ‘massaal’ op. Dit gebied, tussen Alentejo en de Algarve, is relatief onbekend, relatief onherbergzaam en absoluut dun bevolkt. Op onze dagwandelingen komen we slechts een handjevol mensen tegen en het volgende dorp kan zomaar 25 kilometer verderop zijn. De natuur is echter bijzonder rijk. We wandelen onder meer door generaties oude bossen van kurkeik. Portugal is wereldwijd één van de grootste leveranciers van kurk, tegenwoordig ook hip als materiaal om kleding, tasjes, schoenen en accessoires van te maken. De bomen dragen elk een nummer, refererend aan het laatste jaar waarop de schors geoogst is. Daarna duurt het nog negen jaar voor er opnieuw geoogst kan worden. In die tussentijd zien ze er wat ontmanteld uit.

De Rota Vicentina is goed bewegwijzerd en gebaseerd op oude voetpaden van bewoners en vissers uit de streek. Wat niet betekent dat de paden overal steeds begaanbaar zijn. Als gevolg van korte, hevige regenbuien, zo merken wij ook, kan een pad opeens onder water staan of verdwijnt het in een rots om een baai.

Want baaien zijn er! Met name de Fishermanstrail, die 110 kilometer langs de wilde Atlantische kust meandert, is spectaculair. Evenals de hoge kliffen en zanderige duinen waar doorheen we ons een weg banen. De natuur is prachtig nu, in het voorjaar, met honderden inheemse, aromatische en medicinale bloeiende planten en struiken.  Er vliegen tientallen vogelsoorten rond waarvan ik de namen niet ken maar opvallend zijn ook de vele ooievaars die hier op rotspunten hun nesten bouwen, op een wat je noemt AAA locatie (ocean view).

En hoe lekker is het dan niet, om na een dag van wind om de oren, natuurschoon en fysieke inspanning neer te strijken in een agriturismo waar we met Portugese gastvrijheid onthaald worden. En of we wat willen drinken. Voldoende water heeft ons de dag door geholpen, nu is het tijd voor een glas vinho verde, de frisse licht mousserende witte wijn van eigen bodem en een uitstekend aperitief. En aan tafel drinken we, hoe leuk, Vicentino wijnen (Alentejo). Het huis is weliswaar  opgericht door een Noor maar de wijnen worden lokaal geproduceerd. Kwestie van de plaatselijke economie ondersteunen! Het kost geen moeite, hoor. De wijnen zijn modern gemaakt en toegankelijk. Een paar dames kiezen voor de internationale sauvignon blanc, ik ga voor een glas rode wijn van een typisch Portugese druif, de heerlijk volle touriga nacional. Daarna slaat een weldadig soort vermoeidheid toe (als we de spierpijn negeren) en zoeken we onze bedden op. Morgenvroeg wacht ons een nieuwe tocht!

Süsse Grüsse

dirndl annickSamen met Verloofde loop ik op een schitterende najaarsdag eind oktober over de markt. Van het vlooiengedeelte heeft hij snel genoeg maar ik sla geen kraampje over, me verwonderend over zoveel ogenschijnlijke troep waarvoor niettemin belangstelling bestaat. Mijn oog valt op een lederhosen. We zijn dan ook op de zaterdagse Naschmarkt in Wenen. De traditionele Oostenrijkse herenbroek doet me denken aan een wijnevenement enkele jaren geleden waar ik, met pruik en in dirndl, een van de gastvrouwen was. Lachend houd ik Verloofde de lederhosen voor. Hij glimlacht ongemakkelijk maar welwillend terug. En vraagt of we nu naar de verse dagmarkt kunnen gaan.

We vervolgen de nauwe doorgang tussen de kraampjes, richting groentes, fruit en streekproducten, minstens een kilometer lang aaneengeschakeld. De zon kleurt alles nog mooier. Ondertussen vult het ene terras na het andere zich van de eethuisjes en cafés aan weerszijden van de markt. Behalve koffie wordt er veel ‘Sturm’ gedronken.
Ik ken het bruisende drankje niet maar het doet zijn naam eer aan. Sturm is vergistend druivensap, vers geoogst en nog geen wijn. De gistcellen, van nature op de schil van de druif aanwezig, zijn bezig de in het druivensap aanwezige suikers om te zetten in alcohol. In deze ‘stormachtige’ fase bedraagt het alcoholpercentage een bescheiden 4 à 5% maar dat maakt het drankje wel tot een verraderlijk druivensapje. Ook al omdat het in grote bierpullen wordt geserveerd. Goede sfeer op de markt maar ik houd het nog even bij een Wiener mélange.

Er zijn veel redenen om Wenen te bezoeken en een aantal bezienswaardigheden, tentoonstellingen, Konditoreien en muziekhuizen pakken we dan ook mee op onze stadswandelingen. Ook op wijngebied is er het nodige te ontdekken. Wenen is een van de weinige hoofdsteden ter wereld met eigen wijngaarden. Ze liggen ten noordoosten van de stad en in de nabije omgeving daarvan zijn veel zogenaamde Heuriger, uitspanningen waar de gelijknamige jonge wijn geschonken wordt. We strijken neer in een authentiek ogende gelegenheid, in ieder geval zonder bussen voor de deur en ladingen toeristen binnen.

Net als de Sturm is Heuriger typisch Oostenrijksturm-heurigers. Beide zijn ook seizoensgebonden. Sturm is alleen in oktober en november te verkrijgen en is nog troebel. Heuriger is een fase verder, is al vergist en helder. Volgens een oude verordening mag deze lokaal verbouwde piepjonge, wat zurige wijn in plaatselijke kring geschonken worden, een vreugdevolle gebeurtenis om de nieuwe oogst te vieren. Dat kan vanaf 11 november, Sint Maarten, tot 31 december van het daarop volgende jaar. Horecalokalen die het serveren maken dit door middel van een takkenbos aan de deur of poort kenbaar. Traditioneel namen de mensen hun eigen eten mee maar tegenwoordig worden er tapasachtige hapjes bij geserveerd, zoals brood met leverpastei of gekruide hütenkäse.

heuriger-werner-welserDe stemming in onze Heuriger zit er goed in, mede dankzij de accordeonist, overigens de eerste die we hier in de stad tegen komen die wél kan spelen. Wij proeven de verschillende wijnstadia maar houden dan de folklore voor gezien en bestellen een andere autochtone Oostenrijkse topper, een frisse Grüner Veltliner.

Proost!

Proost!Soms is het leven simpel. Dan schijnt de zon, ook nog eind september en in oktober. Dan is het zondag en maak je tijd om niets te doen, te hoeven of te moeten, anders dan genieten van wat er is. Op een terrasje zitten bijvoorbeeld, met een lekker glas wijn en in goed gezelschap. Daar proosten we op.

En laat ik dat nu altijd verkeerd gedaan hebben, of liever, geschreven. Een toost uitbrengen (proosten, dus) doe je met dubbel oo, niet met oa. Toast is geroosterd brood en toosten doe je met een glas waarbij je een heildronk uitbrengt. In de Oudheid had dat een religieuze betekenis, je eerde de goden eerst voor je zelf iets dronk. Gebruikelijk was het daarbij om een stukje getoast/gebakken/geroosterd brood in een drank te soppen. In geval van wijn, verlaagde het brood de zuurgraad en verzachte het de smaak, zeker als het brood gekruid was.

In de middeleeuwen was het toosten soms een kwestie van leven of dood.  Zowel in tijden van oorlog als tijdens vredesonderhandelingen was vergiftiging door de opponent een reëel gevaar. De kans daarop werd aanmerkelijk kleiner als de gastheer na het uitbrengen van een dronk zelf de eerste slok nam.

tonnellerieDe gewoonte om een wens uit te spreken bij een eerste glas is door de eeuwen heen blijven bestaan. We klinken op iets of iemand door het broederlijk tegen elkaar ‘slaan’ van glazen; we toosten op een succesvolle afloop van iets of juist op een hoopvol begin; en we heffen, al dan niet na een toespraak, het glas op iemand. In bijna alle talen wordt bij het uitbrengen van een dergelijke wens verwezen naar iemands welzijn of goede gezondheid. ‘Santé’ (Frans)’, ‘Salute’ (Italiaans), ‘Salud’ (Spaans), ‘Saúde’ (Portugees), ‘gesondheid’ (Zuid-Afrikaans) en ook in Nederland en Vlaanderen zeggen we ‘gezondheid’.

Een goede gewoonte, dat toosten. Toch bestaat het woord toast (chauffe  in het Frans) ook in wijnland. Het heeft betrekking op een onderdeel van het kuipen, d.w.z. het maken van houten vaten. Die worden getoast boven een hoog vuur. Als het vat licht getoast is (= niet te lang), krijgt de rijpende wijn een eikenhouten geur mee. De wijn die rijpt in langdurig getoaste vaten zal eerder naar verbrand, gekruid of geroosterd brood ruiken en smaken. En zo is het cirkeltje weer rond. Alleen hoeven we nu het brood niet meer in de wijn te soppen. Proost!