Onderweg

Ik ga op reis en neem mee…. Een koffer. Die doe ik op slot. Het sleuteltje vergeet ik thuis, bedenk ik me onderweg als ik het rijtje afga (gas uit, verwarming laag, paspoort bij me….).
Toch een beetje last van Reisefieber?

In alle vroegte nemen Verloofde en ik de trein naar de luchthaven. Het goede nieuws is dat hij rijdt, de trein, en op tijd ook nog. Jammer alleen dat de kaartjes-met-toeslag geen recht geven op een zitplaats. Dus sta ik drie kwartier in een overvolle coupé (Verloofde was al eerder in een gangpad gestrand), leunend tegen de wand, deinend op de bochten van het traject. Ik loop niet dagelijks op hoge hakken maar vandaag, met het oog op een deftige lunchafspraak in Parijs, wel. Het is nog maar acht uur ’s ochtends en mijn voeten zijn nu al aan reanimatie toe. En dat terwijl de eigenlijke reis nog moet beginnen.

Vliegbestemming is Santiago de Chili, tussenstop Parijs. Voortreffelijk gedejeuneerd. Dat klinkt leuker dan ‘lekker gegeten’. Vanaf Charles de Gaulle vertrekt ’s avonds een rechtstreekse vlucht. Bijna 14 uur later stappen we uit in Santiago. De immigratiedienst neemt ruim de tijd om iedereen persoonlijk welkom te heten.

Anderhalf uur later haasten we ons naar de bagageband, bang dat de koffers inmiddels bij Lost & Found zijn aangebracht. Geen nood. De band draait nog. Iemand moet de laatste koffer hebben. Dat ben ik.
We schuiven aan in de volgende rij. Of we iets aan te geven hebben. Ja. Heel braaf hebben we op het formulier ingevuld dat we voor onze Chileense wijnrelaties wat kazen, keurig gevacumeerd en voorzien van herkomstlabels, hebben meegenomen. Ik ben ooit bijna de Verenigde Staten uitgezet, nog voor ik het land binnen was, omdat ik vergeten was dat ik nog een appeltje bij me had.
Of we even in een andere rij willen gaan staan. Natuurlijk. Al wordt het wel een beetje spannend want de kazen zitten in mijn koffer. En die zit nog steeds veilig op slot.

cheese_is_the_key_2_wine‘Please open your bag,’ zegt de dienstdoende mevrouw in haar beste Engels.
‘I’m afraid I forgot my key at home,’ zeg ik, wijzend op het slotje op mijn koffer.
Ze kijkt me vorsend aan. Met een verontschuldigend gebaar graai ik nog maar eens in mijn veel te volle handtas, als om aan te tonen dat het sleuteltje er echt niet inzit. Totdat ik in een plooi van de tas het sleuteltje voel. Me weer druk om niets gemaakt.
Een beetje sullig haal ik het tevoorschijn, open mijn koffer en overhandig haar de kazen ter inspectie. Ze ruikt, leest, vraagt ons even te wachten, overlegt met een collega, komt terug en besluit dat het goed is.

We zijn er bijna, want we hebben ook nog een auto gehuurd. Met enige vertraging nemen we de sleutel in ontvangst, checken de wagen op deuken en mankementen en installeren de gps. Die doet het niet. De behulpzame meneer van het autoverhuurbedrijf heeft een oplossing. Als we even meerijden naar het hoofdkantoor in de stad zelf, zorgt hij voor een nieuwe gps. Het is slechts tien minuten rijden.
We hadden beter moeten weten. Weer een uur later zijn we eindelijk op weg naar onze eerste afspraak. Telefonisch hebben we onze gastheer, marketing director Guy Hooper van wijndomein Veramonte al laten weten dat het spreekwoordelijke academisch kwartiertje een zitting van drie uur is geworden. ‘Geen probleem’, zegt Guy vriendelijk. ‘Drive carefully and the wines and I will be here to welcome you.’

Internationale borreltijd

Ik heb me grondig voorbereid op de vliegreis van een etmaal. In de hoop een deel van het traject slapend door te brengen, heb ik oordopjes, ooglapjes, een kussentje en slaappillen meegenomen. Om de kans op het vasthouden van vocht te minimaliseren heb ik in een ouderwetse kousenwinkel (ze bestaan nog!) de meest frivole steunkousen gekocht die ik kon vinden. En om het tijdsverschil te overbruggen, zetten verloofde en ik onze horloges alvast op de toekomstige tijd. Dat treft: op onze bestemming is het allang borreltijd. We bestellen twee glazen witte wijn en toasten op een voorspoedige vlucht. Het is half elf ’s ochtends.

Een mens zou er nog van aan de drank raken want het is natuurlijk altijd op de wereld wel ergens borreltijd, net zoals de zon gelukkig overal ergens op komt. Dat is wat mij betreft ook een van de aantrekkelijke aspecten van reizen, die relativiteit van het hier en nu.

Ons hier en nu is momenteel Australië. We zijn op wijnstudiereis (!) en rijden in een gehuurde 4×4 een paar duizend kilometer door het zuidoosten van het land. Daar liggen in de staten New South Wales, Victoria en South Australia de meeste wijngebieden (met in het westen nog Margareth River en in het zuiden het in opkomst zijnde Tasmanië). Hoewel we verschillende afspraken hebben staan bij wijnhuizen is het ook leuk om te kijken hoe wijn geconsumeerd wordt. Ik bedoel dus dat we geheel gelegitimeerd op onderzoek uitgaan en een aantal pubs bezoeken. Het eerste dat opvalt is de prijs. Wat zijn de wijnen duur. Sterker, menige Australische wijn is hier duurder dan bij ons. Het tweede opvallende is de hoeveelheid. Er wordt ontzettend veel gedronken, het lijkt hier wel de hele dag borreltijd!

Dat probeert de Australische regering natuurlijk te voorkomen, of althans te ontmoedigen. Alcoholische dranken mogen, behalve in horecagelegenheden, alleen in zogenaamde bottleshops of liquorstores verkocht worden. De minimum drinkleeftijd is achttien jaar. En er wordt gewerkt met ‘Drinking Standards’. Op elk etiket staat een glas met een getal dat overeenkomt met de hoeveelheid alcohol per glas, ongeacht de grootte van het glas of het soort drank dat er in zit. In Australië is dat 10 g, wat voor een fles witte wijn neerkomt op een gemiddelde van 7,7 Standard Drinks. De wet staat met betrekking tot drinken en rijden twee Standard Drinks in het eerste uur toe, nog een in het volgende uur en een laatste in het vierde uur. Daarna geen alcohol meer. Maar als je bedenkt dat ze in Japan met een standaardpercentage van ruim 19 g per eenheid werken, zie je maar weer hoe ook een standaard relatief kan zijn. Heerlijk, dat reizen! Niettemin, wij zijn gewaarschuwd…