Roze

fifty shades of rose

Of het nu de zomerse temperaturen zijn of de uitnodigende kleurtjes, ik weet het niet, maar dezer dagen gaat er in onze keuken of op het terras verrassend vaak een fles rosé open. Soms als aperitief, soms als maaltijdwijn en hoera, ook als er iets te vieren is!

Rosé is niet de gemakkelijkste wijn, dat wil zeggen, als je een goede wil maken. Dat heeft er lang aan ontbroken want rosé werd voornamelijk in de zomer gedronken. “Roze” verder lezen

Ieder zijn eigen goeroe…

Koren op mijn molen, boektitels als ‘Wijn drinken is gezond’ en ‘Neem er nog een’ of ‘Afslanken met wijn’. Voor zover ik weet bestaan de laatste twee titels niet maar wie weet schrijf ik de boeken zelf nog, bedenk ik me als ik, met de zomer in het vooruitzicht, mijn bikini uit de kast haal. Want vreemd genoeg is deze alweer gekrompen…

Onzin natuurlijk, ik  ben gewoon aangekomen. Ondanks alle smoezen en de goede gesprekken met mijn weegschaal ten spijt, toont mijn badkleding onverbiddelijk wat ik al langer weet: er moeten dringend wat kilo’s af. En niet alleen voor de zomer.

Ik besluit dat ik oud en wijs genoeg ben om het zonder de hulp van voedingsdeskundigen, vermageringsconsulenten of dieetgoeroe’s te stellen en neem mijn dagelijks eet- en drinkpatroon kritisch onder de loep. Hm, daar kan inderdaad best hier en daar wat bezuinigd worden.

Ik plak en knip een tot mislukken gedoemd maar smakelijk dieet bij elkaar en kom dan aan bij  de wijn. Net als komkommer bestaat wijn voor 90% uit water. Dat gaat goed, denk ik nog. Maar anders dan komkommer is de resterende 10% in wijn calorierijk. Elke gram alcohol bevat 7 calorieën. Gemiddeld genomen zit er in een glas rode wijn 80-100 calorieën, in een glas wit of rosé 100-120 calorieën en in zoete witte wijn ongeveer 170 calorieën. Dat tikt lekker aan, weet ik…

Niettemin, ik begin sterk en halveer mijn rantsoen, zowel qua eten als drinken (behalve het water, dat is standaard minimaal een fles per dag en dan heb ik het niet over die 90% in de wijnfles). Het eetcafé aan de overkant ziet me voorlopig niet, de appeltaart wordt niet gebakken en de spreekwoordelijke boter bij de vis wordt uit het menu geschrapt. Alleen dat glaasje wijn laat ik me niet ontnemen. Na lang onderhandelen met de weegschaal is er een week later een halve kilo af.

Dat schiet niet op, al werkt de kwakkelzomer nu in mijn voordeel: er zijn nog nauwelijks temperaturen geweest die om badkleding vragen. Toch is er inmiddels een paar kilo af. Het ultieme recept daarvoor vond ik in een Frans boekje met de klinkende titel ‘Soignez-vous par le vin’ (in Nederlandse vertaling ‘Franse wijn als medicijn). Daarin adviseert dr. Maury mensen die willen vermageren een vet- en koolhydraatarm dieet. De begeleidende wijn zou ook aan die eisen moeten voldoen, zegt hij waarbij anderzijds ‘het genieten ervan tijdens de maaltijd de mogelijkheid biedt van een verzachting van dit strenge dieet.’ Ha, hier spreekt een wijs man. Wijnen uit de Côte d’Or (Bourgogne) lenen zich hier het best voor ‘omdat deze door hun samenstelling het vetmetabolisme bevorderen, met behoud van de voedingshoedanigheden van de vetten.’ Dosering? Twee bourgogneglazen tijdens de maaltijden, schrijft dr. Maury voor. Heerlijk, laat de zomer maar komen!

PS: Dr. Maury heeft zijn naam mee: Maury is een kleine wijnappellatie in het zuiden van de Languedoc-Rousillon waar de zogenaamde vin doux naturel vandaan komt, versterkte (rode) wijn met een hoog alcoholpercentage en veel restsuiker!

Vijf flessen en een vaatje

Natuurlijk ben ik niet de enige die zich afvraagt welke wijnen er gedronken worden op het beroemde schilderij van Auguste Renoir, ‘Le déjeuner des canotiers’ uit 1881. Wat heet, er zullen geen boeken over vol geschreven zijn, maar ik mijmer graag weg bij het schilderij en maak zo mijn eigen voorstelling. Als er één stroming in de schilderkunst is die je daartoe uitnodigt, is het wel het impressionisme.

Het tableau is levendig. De vrienden van Renoir hebben het naar hun zin tijdens de lunch aan het water. De bootjes (canotiers) op de achtergrond benadrukken de zomerse, ongedwongen sfeer die het gezelschap uitstraalt, gezellig kletsend, spelend en lachend onder de luifel van een uitspanning aan de oever van de Seine. Op tafel staan fruit, glazen (leeg!) en wijnen schijnbaar ongeordend door elkaar. Er zijn relatief veel flessen, ik tel er vijf, en een vaatje. Dat verklaart mogelijk de goede luim.

Gebotteld was de wijn dus al wel. Voor ons is dat vanzelfsprekend, maar dat gebeurde op grote schaal pas vanaf ca. 1860. Toen kregen de wijnen ook hun geschreven of gedrukte etiket. Voor die tijd werd de wijn verkocht in vaten waarop een etiket kleefde, en werd hij geserveerd in karaffen. Op het schilderij zien we etiketloze flessen, sommige voorzien van een kurkachtige stop of dop. Dat doet vermoeden dat het om een kwaliteitswijn gaat en niet een uit een vat getapte tafelwijn, per definitie eenvoudig qua smaak en structuur.

Een etiket is het paspoort van de wijn. In de 19e eeuw was het nog niet aan regelgeving gebonden, tegenwoordig is er ook een achteretiket nodig om alle informatie kwijt te kunnen, zoveel verplichte nummers moeten erop. Natuurlijk, het informeert de consument zo goed mogelijk. ‘Wijn’ is als begrip te algemeen dus nadere productinformatie is noodzakelijk, al valt er over sommige aanduidingen te discussiëren. Dat doe ik dan ook graag een volgende keer. Voor de wijnmaker of producent is het etiket tevens een verkoopmiddel waarmee hij/zij een bepaalde sfeer kan meegeven.

Terug naar het schilderij. Ambiance genoeg, ook zonder etiketten op de wijnflessen. Daarom gis ik maar wat de vrienden van Renoir gedronken zouden kunnen hebben op die zwoele zomermiddag. Rood, zo te zien en ik stel me een mooie Beaujolais voor, of een soepele en licht fruitige Chinon uit de Loire. En als ik dan toch mijn eigen voorstelling maak, denk ik mijzelf erbij.