Vernieuwend Hongarije (2): Egri Bikavér

Er is nog een wijn die we associëren met Hongarije en die komt uit Eger, een fraai barok plaatsje in het noorden van Hongarije, omringd door wijngaarden en beschermd door een groot kasteel. Daar speelden zich in 1552 heldhaftige taferelen af en de legende die daaraan verbonden is, is ook de naamgever van de  omineuze wijn Egri Bikavér, ofwel Stierenbloed (bik =stier, vèr= bloed) uit Eger. Een wijn die me, omwille van de negatieve associatie met de naam, nooit heeft uitgenodigd om te proeven. Maar te gast zijnde bij lokale producenten kan ik natuurlijk niet weigeren….

Eger gaat prat op zijn stierenbloed, nog altijd, hoewel er ook andere wijnen gemaakt worden. ‘Elk zichzelf respecterend wijnhuis hier heeft een eigen versie Egri Bikavér,’ vertelt Eva Barta, wijnconsulent en exportmanager van verschillende wijnhuizen in Eger. ‘Het was vroeger een respectabele wijn, licht rood, fris en zelfs een beetje kruidig, gemaakt van de kadarkadruif. Dat veranderde tijdens het communisme. Dit authentieke  druivenras werd als het ware uitgemolken,’ zegt Eva. ‘De productie werd omhoog gedreven om de gigantische Russische markt te voorzien. Onnodig te zeggen dat het een snelle maar beroerde wijn opleverde die Egri Bikavér een slechte reputatie bezorgde.’

Daar probeert men nu vanaf te komen, terug naar kwaliteit, mét behoud van naamsbekendheid. Hoe doe je dat? ‘Om te beginnen zijn veel producenten de etiketten eigentijdser en vriendelijker gaan maken,’ legt Eva uit. ‘Je bent niet de enige bij wie ‘Stierenbloed’ een zekere weerzin oproept,’ glimlacht ze. ‘En ook de oubollige, zware etiketten waarop die stier dreigend stond afgebeeld, deden dat.’ Daarnaast wordt er lokaal hard gewerkt aan een classificatiesysteem dat het de consument makkelijker moet maken om (kwaliteit) te kiezen. ‘En,’ vervolgt Eva, ‘met het oog op de exportmarkt, is er afgesproken om alle Egri Bikavérwijnen, gespeld op zijn Hongaars dus, internationaal in de markt te zetten. Als geuzennaam!’

Hoe zit dat dan met die andere Bikavér, uit Szekzàrd, een mooi wijngebied in het zuiden van Hongarije? Daar claimen ze ook de naamgever van het Hongaarse Stierenbloed te zijn. ‘Ach, wat doet het ertoe, wie er het eerste was,’ relativeert Zoltàn Heimann van de gelijknamige winery. ‘We maken nog meer fantastische wijnen. Wij vinden het belangrijk om het  veelzijdige gebied Szekzàrd op de kaart zetten, niet per se een wijn.’

In het streven de kwaliteit in de Hongaarse wijnen terug te brengen is ook de wijnwetgeving van belang. Sinds de toetreding van Hongarije tot de EU in 2004 is die aangepast aan Europese normen. En die liggen behoorlijk hoog, ook voor de Bikavér. De wijn moet uit meerdere rode druivenrassen bestaan (net als bijvoorbeeld Châteauneuf-du-Pape), waarbij de hoeveelheden en verhoudingen zijn gereglementeerd. Als hoofddruif is de kadarka inmiddels vervangen door een andere autochtone druif, de populaire kékfrankos. Verder zit er meestal cabernet franc, cabernet sauvignon en merlot in, soms ook pinot noir. Al proevend ervaar ik verscheidenheid in Bikavérs en raak langzaam maar zeker onder de bekoring van deze elegante wijn.

Dat ook de jongere generatie zich serieus en toch eigentijds met deze ‘oude’ wijn bezighoudt, blijkt onder meer bij Winery Tibor (Titi) Gal jr. in Eger. De naam Gal is niet alleen in Hongaarse wijnkringen fameus: Tibor Gal sr. was een vooruitstrevend, kundig en innovatieve wijnmaker die de hele wereld afreisde om adviezen te geven. Tijdens een bezoek aan Zuid-Afrika in 2005 verongelukte hij op 47-jarige leeftijd en liet zijn vrouw, vier kinderen en de internationale wijnwereld verslagen achter. Wat vertelt zijn dochter Veronika ons? (Zie Vernieuwend Hongarije 3)

 

 

Egészségedre! (Cheers!)

Stierenbloed (Bikavér) heeft lange tijd mijn idee over Hongaarse wijnen beïnvloed. Juister geformuleerd, de naam letterlijk nemend, riep die zo’n negatieve associatie op dat ik me niet kon voorstellen dat er iets drinkbaars uit Hongarije kwam. Nu was dat in de tijd dat dit vooroordeel speelt, de jaren 1970, 1980, ook wel zo. Het communisme gaf meer om kwantiteit dan kwaliteit en nam het zo nauw niet met het produceren van behoorlijke wijnen.

een glas stierenbloed in de markthal van budapestToch is het, weet ik nu en is het nu, in veel gevallen weer een mooie kruidige rode wijn, gemaakt van een blend van Hongaarse druiven en met een legendarisch verleden: het oprukkend Turkse (Ottomaanse) leger viel in 1592 de stad Eger aan. De bewoners vochten als dolle stieren maar het waren vooral de ‘bebloede’ baarden (van de gulzig gedronken lokale rode wijn om moed en kracht te houden) die het gerucht de wereld in hielpen dat de Egerse mannen stierenbloed gedronken hadden. Ze zouden daardoor over magische krachten beschikken en onoverwinnelijk zijn. De Turken trokken zich terug.

törleyIk denk hieraan op weg naar Budafok, een voorstadje van Budapest, waar een andere fameuze Hongaarse wijn vandaan komt (en dan heb ik het niet over Tokay). Het gaat om de mousserende wijnen van Törley, het oudste nog wijn producerende huis in Hongarije. József Törley (1858-1907) was zakenman, met een grote liefde voor mousserende wijn. Hij wilde zijn kennis uitbreiden en ging in de leer in Reims. De overeenkomst in bodem (krijtrotsen) en klimatologische omstandigheden (relatief koel voor wijnbouw) tussen de Champagne en zijn eigen streek waren hem niet ontgaan en hij waagde de gok. In 1882 kocht hij zich enkele hectaren grond op de zonnige hellingen van Budafok en plantte wijngaarden aan. Daarnaast investeerde hij in 10 km ondergrondse kelders (uitgegraven als steengroeve en medio negentiende eeuw in gebruik als champignonkwekerij) om zijn wijnen te laten rijpen en op te slaan. Met succes. Rond 1900 werden de mousserende wijnen van Törley tot ver buiten Europa gedronken en genoten ze internationale faam.

We zijn een eeuw, twee wereldoorlogen, enkele decennia communisme en een overname door Duitse gigant Henkell & Co verder. Het gamma dat vandaag geproduceerd wordt, is omvangrijk. Törley is marktleider op het gebied van mousserende wijnen in Hongarije en heeft een groot export potentieel. Realistisch is men ook. ‘Concurreren met champagne heeft geen zin, noch qua imago, noch qua prijsstelling.’ zegt Ilona Kallay, directeur export. ‘Wie wil er nu wijnen uit Hongarije?’, vraagt ze, met een knipoog. Ik zwijg discreet.

proeverij bij törleyWe proeven een aantal pezsgö (mousserende) wijnen uit het hoogste segment dat op dezelfde wijze als champagne gemaakt wordt. Ongelofelijk dat deze voor rond de €10 in de handel te koop zijn. Daarnaast produceert Törley een groot aantal goedkoper gemaakte sparkling wines die erg populair zijn. ‘De kleurrijke verpakking draagt daar aan bij,’ vervolgt Ilona. ‘Hongaren houden van kleur, dat is voor ons een manier van communiceren.’

Hongaren houden ook van drinken en gezelligheid, ervaren Verloofde en ik als we  ’s avonds door Budapest lopen in de trendy wijk rondom Kiràlystraat (Pest). Overal eethuisjes, restaurants en vooral veel drinkgelegenheden, vol met jonge mensen die opvallend vaak wijn bestellen. En inderdaad ja, ook mousserende. Egészségedre!