Luxemburg 2016

hunnefeier-2016We komen voor het oogstfeest. In plaatselijk jargon is dat ‘Hunnefeier’, hanenvuur, refererend aan de haantjes die gepluimd, geslacht en op een groot vuur gebraden worden om het einde van de druivenpluk te vieren. Dat gaat gepaard met piepjonge wijn, Fiederwaisser of Fiederrosé, witte of roséwijn van amper een week oud. In bidons van twee liter worden ze te koop aangeboden én gretig gedronken op de jaarlijkse markt in Schengen, Luxemburg. “Luxemburg 2016” verder lezen

Bokkensprongen

De gelijkenis ontgaat me enigszins maar ik ben natuurlijk ook niet gespecialiseerd in het scrotum, en zeker niet in dat van dieren. Toch schijnt er een verband te zijn tussen de platte flacon-achtige Duitse wijnfles bekend als bocksbeutel, en de ballen van een mannelijke geit, de bok dus: de vorm zou overeenkomstig zijn en die zou de naam verklaren. “Bokkensprongen” verder lezen

Riesling und so

annick proeft dldZaterdagmorgen, half negen. Voor me staan enkele lege glazen, en drie gevulde. Ik ben niet doorgezakt gisteravond, dit voor alle duidelijkheid. Integendeel, ik ben op tijd naar bed gegaan om vandaag weer fris en fruitig aan de volgende ronde te beginnen. Op uitnodiging van het Duitse Wijn Instituut ben ik namelijk vier dagen te gast in de Moezelregio, samen met dertig andere wijnprofessionals. Het is een kleurrijk gezelschap met deelnemers uit de Benelux, Zwitserland, Scandinavië, Noord-Amerika, Brazilië en China.

De riesling staat als druif en wijn centraal in het programma, dat bestaat uit een groot aantal proeverijen en lezingen. De zaterdagmorgen proeverij is overigens gewijd aan de pinot noir (Spätburgunder). Tot veler verrassing, inclusief de mijne, is Duitsland een van de grotere producenten van deze mooie Bourgonedruif.

Niettemin, de riesling vormt het middelpunt van deze studietrip, en ook wereldwijd is Duitsland verreweg de grootste producent van rieslingwijnen. De Moezel is als wijnstreek al heel oud, de geschiedenis gaat ruim 2000 jaar terug. De steile hellingen langs de oevers van de rivier zijn karakteristiek voor het gebied, al vraag je je af hoe iemand op het idee komt om in dergelijke omstandigheden een wijngaard aan te leggen. Misschien omdat er niks anders wil groeien. De hellingen kunnen oplopen tot ruim 65% (Bremmer Calmont), wat gevaarlijke situaties kan opleveren tijdens het oogsten. Wij hebben in ieder geval al een aardige klim naar de wijngaarden van Weingut Carl Loewen (Bernkastel), de helling is 45 graden (op de foto staan we halverwege). Het is een leuk bezoek. We proeven de wijnen ter plaatse, terwijl vader en zoon Loewen de ene na de andere mooie fles uit de koelbox openen. Loewen

Duitse wijnen worden vaak nog geassocieerd met goedkoop en zoet. Daar wil de nieuwe generatie wijnmakers van af. Dat is niet alleen omdat het publiek momenteel de voorkeur geeft aan droge(re) wijnen, die trend is internationaal. De veelzijdige riesling leent zich daar bovendien perfect voor. Nee, het is vooral zaak om dat kenbaar te maken, om aan de hedendaagse wijnen een eigen, nieuwe Duitse identiteit te koppelen. In alle wijnstreken zijn initiatieven genomen om de buitenwereld daarvan op de hoogte te stellen. Hier in de Moezel maken we kennis met een aantal ‘Moseljünger’. Het ‘jongere’ mag je overigens ruim interpreteren. Gemeenschappelijk hebben ze de ambitie om hun wijnen te voorzien van nieuw elan, daarbij overigens opvallend vaak voortbordurend op oude lokale tradities.

Behalve in smaaktype en prijsstelling, heeft de Duitse wijnbouw nog een lastig puntje qua imago: de etiketten zijn moeilijk te lezen (begrijpen) door de hoeveelheid verplichte informatie die het Duitse classificatiesysteem met zich meebrengt. Dorothée Zilliken (Weingut Forstmeister Geltz-Zilliken, Saarburg) vertelt met aanstekelijk enthousiasme en haar kenmerkende lachje dat ook daar verandering in is gekomen. Ze legt ons het VDP (Verband Deutscher Prädikatsweingüter) systeem uit, een eigenlijk al oud wijnverbond dat behalve kwaliteit ook versimpeling van het klassement nastreeft en zich in toenemende mate profileert.

Hmm, dat mag zo zijn, echt duidelijk is het me nog niet helemaal. Gelukkig ben ik daarin niet de enige van ons gezelschap, zo blijkt. Een beetje huiswerk dus nog, zowel voor ons als voor de VDP. Wel duidelijk is de kwaliteit van de wijnen. Van beendroog tot weelderig zoet, van strak tot filmend, van groen tot rijp, de riesling heeft het allemaal. Ze heeft er een fanclub bij.

 

Vrienden, paella en wijn

Natuurlijk zijn de oude vuistregels, ‘witte wijn bij vis en rode wijn bij vlees’ achterhaald. Daar  bestaan tegenwoordig heel andere theorieën over en er zijn academies waar je je in de gastronomie kunt laten opleiden. Ook in Nederland, dat vroeger niet bekend stond om zijn culinaire en vineuze hoogstandjes maar inmiddels aan een inhaalslag bezig is.

Helemaal uit de lucht vallen doen die regels uiteraard niet, maar het zijn geen dogma’s meer. Je kunt gerust een licht gekoelde Beaujolais drinken bij een zomers visje of een aromatische Riesling bij gegrilde speklapjes. Dat doen ze in de Elzas ook met hun befaamde zuurkoolschotels. Streekgerechten en wijnen uit datzelfde gebied gaan over het algemeen heel goed samen. Want het gaat om de balans. Wijn en spijs moeten zoveel mogelijk harmoniëren, in evenwicht zijn met elkaar en er samen iets nog mooiers van maken. Zoiets als een goed huwelijk.

Maar welke richtlijnen volg je met betrekking tot de wijnkeuze als in je gerecht zowat alles zit, zowel rijst als bonen, zowel gevogelte, wild als verschillende vissoorten? Inderdaad, ik heb het over paella. We hebben zondag in belangrijke mate in de keuken doorgebracht om dit traditioneel uit Valencia afkomstige gerecht te maken. Konijnenboutjes en kippendijtjes aangebraden, tuinbonen gedopt, uitjes gehakt, paprika gesneden, kruiden geknipt, inktvisrolletjes gewassen, mosseltjes gekookt, garnalen gepeld en de rijst opgezet.

De rijkheid van het gerecht is eigenlijk terloops ontstaan. Rijst, gekleurd en geparfumeerd met saffraandraadjes waardoor het de kenmerkende goudgele kleur krijgt, vormde de basis en daaraan voegde men naar hartenlust toe. Slakjes, konijn, kip, varken, paling, inktvis, garnaaltjes, artisjokken, erwtjes, kortom, alles ging in de pan wat er voorhanden was, zwom of rondliep. Het verklaart in ieder geval de grote variëteit die in de loop der tijd is ontstaan in dit nog altijd typisch Spaanse gerecht.

Uitgaande van het harmoniemodel op tafel, lag het voor de hand een Spaanse wijn te kiezen,  een rioja reserva bijvoorbeeld, die heeft duidelijk kracht en het hout van de vaten waarin de wijn drie jaar gelegen heeft, is aanwezig zonder dominant te zijn. Toch kozen we, vrijheid blijheid, voor een Tavel, de bekende krachtige rosé uit de zuidelijke Rhône en zeer geschikt als maaltijdwijn. Die combineerde inderdaad wonderwel met de paella. Dat vonden ook de vrienden die we te eten hadden uitgenodigd dus daar zijn wel een paar flessen doorgegaan!