Beaujolais Nouveau

Hoeveel flessen inmiddels gekraakt zijn, weet ik niet. Feit is dat er op donderdag 17 november jl., de traditionele derde donderdag van november, weer 35 miljoen flessen Beaujolais Nouveau (BN) wereldwijd verspreid zijn. En het mag duidelijk zijn, de BN is geen bewaarwijn. Hij is gemaakt en bedoeld om jong te drinken. In de volksmond betekent dat: voor Kerstmis. 2011 wel te verstaan.

De grote BN hype is natuurlijk  allang over. Die dateert van de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Toen was het een prestigezaak om als eerste de piepjonge wijn te verkopen of in huis te hebben. Logistieke hoogstandjes kwamen eraan te pas om de wijn onmiddellijk na de ‘déblocage’ te distribueren. Honderden vliegtuigen en duizenden vrachtwagens zorgden vanaf 15 november voor levering over de hele wereld. Omdat het ‘arriveren’ van de BN bij voorkeur met veel tromgeroffel en feesten gepaard ging en de 15e november ook op een maandag kon vallen, werd in 1985 de Franse wet aangepast. De derde donderdag werd ingesteld om aldus het weekend mee te pakken, dan wel de zondag over te houden om te recupereren.

Clichés, in negatieve zin, over de BN zijn er genoeg. En niet helemaal ten onrechte. Het  succes uit die jaren heeft namelijk een aantal dramatische gevolgen gehad. Door schaalvergroting en areaaluitbreiding werd de huisdruif van de Beaujolaisstreek, de gamay, lukraak aangeplant. Te hoog, te koud, te weinig zon. Gevolg? Zure wijnen. Vervolgens werd er wat gesjoemeld met suiker om de wijn nog enigszins drinkbaar te maken en het BN circus draaiende te houden, maar het leed was geschied. Het imago van de BN was om zeep, sterker, de hele Beaujolaisstreek heeft eronder geleden. Ook de belangstelling voor de kwalitatief veel betere cru’s (als Fleurie, Juliénas,  Morgon en Moulin-à-Vent) nam gestaag af.

Sinds 2003 is er sprake van een kentering. De Franse overheid investeert, heeft tegelijkertijd de regels aangescherpt en de wijnboeren uit de Beaujolais werken hard om hun BN weer met trots te maken.

Dat lijkt zijn vruchten af te werpen. De kwaliteit primeert weer boven de kwantiteit. Al blijft er genoeg gekte over, getuige de populariteit van de baden Beaujolais Nouveau waarin Japanners, de grootste buitenlandse afnemers van deze primeurwijn, zich verfrissen. Maar voor de rest hoef je over de BN niet te ingewikkeld te doen. Jong drinken, in prettig gezelschap en lekker vrolijk zijn.

PS: Dat was ongeveer de boodschap van een voordracht die ik onlangs hield naar aanleiding van de Beaujolais Nouveau. Er waren veel studenten Frans. Onder hen ook een aantal moslima’s. Na afloop kwam een gehoofddoekt meisje naar me toe om te bedanken voor de leuke lezing. ‘Ik mag natuurlijk geen wijn drinken,’ zei ze, ‘maar na uw verhaal zou ik bijna trek krijgen in een glaasje.’

Vijf flessen en een vaatje

Natuurlijk ben ik niet de enige die zich afvraagt welke wijnen er gedronken worden op het beroemde schilderij van Auguste Renoir, ‘Le déjeuner des canotiers’ uit 1881. Wat heet, er zullen geen boeken over vol geschreven zijn, maar ik mijmer graag weg bij het schilderij en maak zo mijn eigen voorstelling. Als er één stroming in de schilderkunst is die je daartoe uitnodigt, is het wel het impressionisme.

Het tableau is levendig. De vrienden van Renoir hebben het naar hun zin tijdens de lunch aan het water. De bootjes (canotiers) op de achtergrond benadrukken de zomerse, ongedwongen sfeer die het gezelschap uitstraalt, gezellig kletsend, spelend en lachend onder de luifel van een uitspanning aan de oever van de Seine. Op tafel staan fruit, glazen (leeg!) en wijnen schijnbaar ongeordend door elkaar. Er zijn relatief veel flessen, ik tel er vijf, en een vaatje. Dat verklaart mogelijk de goede luim.

Gebotteld was de wijn dus al wel. Voor ons is dat vanzelfsprekend, maar dat gebeurde op grote schaal pas vanaf ca. 1860. Toen kregen de wijnen ook hun geschreven of gedrukte etiket. Voor die tijd werd de wijn verkocht in vaten waarop een etiket kleefde, en werd hij geserveerd in karaffen. Op het schilderij zien we etiketloze flessen, sommige voorzien van een kurkachtige stop of dop. Dat doet vermoeden dat het om een kwaliteitswijn gaat en niet een uit een vat getapte tafelwijn, per definitie eenvoudig qua smaak en structuur.

Een etiket is het paspoort van de wijn. In de 19e eeuw was het nog niet aan regelgeving gebonden, tegenwoordig is er ook een achteretiket nodig om alle informatie kwijt te kunnen, zoveel verplichte nummers moeten erop. Natuurlijk, het informeert de consument zo goed mogelijk. ‘Wijn’ is als begrip te algemeen dus nadere productinformatie is noodzakelijk, al valt er over sommige aanduidingen te discussiëren. Dat doe ik dan ook graag een volgende keer. Voor de wijnmaker of producent is het etiket tevens een verkoopmiddel waarmee hij/zij een bepaalde sfeer kan meegeven.

Terug naar het schilderij. Ambiance genoeg, ook zonder etiketten op de wijnflessen. Daarom gis ik maar wat de vrienden van Renoir gedronken zouden kunnen hebben op die zwoele zomermiddag. Rood, zo te zien en ik stel me een mooie Beaujolais voor, of een soepele en licht fruitige Chinon uit de Loire. En als ik dan toch mijn eigen voorstelling maak, denk ik mijzelf erbij.

Vrienden, paella en wijn

Natuurlijk zijn de oude vuistregels, ‘witte wijn bij vis en rode wijn bij vlees’ achterhaald. Daar  bestaan tegenwoordig heel andere theorieën over en er zijn academies waar je je in de gastronomie kunt laten opleiden. Ook in Nederland, dat vroeger niet bekend stond om zijn culinaire en vineuze hoogstandjes maar inmiddels aan een inhaalslag bezig is.

Helemaal uit de lucht vallen doen die regels uiteraard niet, maar het zijn geen dogma’s meer. Je kunt gerust een licht gekoelde Beaujolais drinken bij een zomers visje of een aromatische Riesling bij gegrilde speklapjes. Dat doen ze in de Elzas ook met hun befaamde zuurkoolschotels. Streekgerechten en wijnen uit datzelfde gebied gaan over het algemeen heel goed samen. Want het gaat om de balans. Wijn en spijs moeten zoveel mogelijk harmoniëren, in evenwicht zijn met elkaar en er samen iets nog mooiers van maken. Zoiets als een goed huwelijk.

Maar welke richtlijnen volg je met betrekking tot de wijnkeuze als in je gerecht zowat alles zit, zowel rijst als bonen, zowel gevogelte, wild als verschillende vissoorten? Inderdaad, ik heb het over paella. We hebben zondag in belangrijke mate in de keuken doorgebracht om dit traditioneel uit Valencia afkomstige gerecht te maken. Konijnenboutjes en kippendijtjes aangebraden, tuinbonen gedopt, uitjes gehakt, paprika gesneden, kruiden geknipt, inktvisrolletjes gewassen, mosseltjes gekookt, garnalen gepeld en de rijst opgezet.

De rijkheid van het gerecht is eigenlijk terloops ontstaan. Rijst, gekleurd en geparfumeerd met saffraandraadjes waardoor het de kenmerkende goudgele kleur krijgt, vormde de basis en daaraan voegde men naar hartenlust toe. Slakjes, konijn, kip, varken, paling, inktvis, garnaaltjes, artisjokken, erwtjes, kortom, alles ging in de pan wat er voorhanden was, zwom of rondliep. Het verklaart in ieder geval de grote variëteit die in de loop der tijd is ontstaan in dit nog altijd typisch Spaanse gerecht.

Uitgaande van het harmoniemodel op tafel, lag het voor de hand een Spaanse wijn te kiezen,  een rioja reserva bijvoorbeeld, die heeft duidelijk kracht en het hout van de vaten waarin de wijn drie jaar gelegen heeft, is aanwezig zonder dominant te zijn. Toch kozen we, vrijheid blijheid, voor een Tavel, de bekende krachtige rosé uit de zuidelijke Rhône en zeer geschikt als maaltijdwijn. Die combineerde inderdaad wonderwel met de paella. Dat vonden ook de vrienden die we te eten hadden uitgenodigd dus daar zijn wel een paar flessen doorgegaan!

Proef!, een introductie in wijn

Proef!

Veel proeven is een belangrijk hulpmiddel bij het opbouwen van je virtuele ‘wijndatabase’. Die stelt je op zijn beurt in staat je eigen smaak te leren (her)kennen. Want zodra je weet wat je lekker vindt, kun je je smaak verder ontwikkelen en ‘gebruiken’, bijvoorbeeld in combinatie met eten. Dat is handig als je in de supermarkt staat en een wijn bij de pasta vanavond moet kiezen. Of in een restaurant zit en een keus probeert te maken tussen een wijn met een ‘koppige afdronk’ en een die ‘een tikje oxidatief’ is.

Veel proeven is iets anders dan veel drinken. Sterker zelfs, er zijn weinig gelegenheden waar het zo geoorloofd is, en aangeraden wordt, te spugen als tijdens een wijnproeverij!

In Proef!, Een introductie in wijn krijg je een aantal luchtig verpakte principes uit de wijnwereld aangereikt en proef je zes wijnen. Zo’n tien keer per jaar organiseer ik die bij la Causerie in Rotterdam maar de workshop kan ook op locatie gegeven worden.