In gesprek met Antonio Caggiano – Vrouwenbenen

Vrouwenbenen

Campanië is een rijk gebied. Je moet er alleen een beetje je best voor doen om dat ook te zien en ervaren. De natuur is het zuiden van Italië niet altijd goed gezind geweest, geteisterd als de regio was  door vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Economisch gesproken kampt het nog altijd met problemen en qua imago gaat het al decennialang gebukt onder tal van clichés, ook bij de Italianen zelf. En daar hebben ze ondertussen een beetje genoeg van, in Campanië.

“In gesprek met Antonio Caggiano – Vrouwenbenen” verder lezen

In gesprek met Sandro Lonardo – Garagewijnen

GARAGEWIJNEN

Van de vele lokale druiven in Campanië is de aglianico één van de weinige die als Taurasi wijn een internationale reputatie heeft kunnen opbouwen. We bezoeken, even buiten het gelijknamige plaatsje (dat is opgebouwd in en rond een middeleeuws kasteel), de ‘Contrade di Taurasi’ van wijnmaker Sandro Lonardo. Hij is voormalig professor klassieke talen die zich sinds zijn pensioen heeft toegelegd op het technisch vervolmaken van zijn rode aglianico druiven.

“In gesprek met Sandro Lonardo – Garagewijnen” verder lezen

In gesprek met Antonio Ciabrelli – Bastaard

BASTAARD

Eigenwijs. En bevlogen, dat is Antonio Ciabrelli,  wijnmaker te Castelvenere, een klein plaatsje even buiten Benevento, de hoofdstad van de gelijknamige provincie in Campanië. Hij runt er een kleinschalig maar zeer professioneel bedrijf. Hij maakt wijnen van lokale druiven waarvan de geschiedenis soms al eeuwen teruggaat. Hij zet zich onvermoeibaar in voor de herontdekking van deze authentieke druiven en werkt met veel gevoel voor traditie en de natuur in zijn wijngaard. Zoals meer Italianen is Antonio Ciabrelli klein, bewegelijk en charmant. Hij ontvangt me gastvrij in zijn Fattoria, die ook dienst doet als agriturismo, als ik hem eind juli 2010 bezoek. Hij spreekt nauwelijks Engels en mijn Italiaans is belabberd maar we komen er best uit, samen.

“In gesprek met Antonio Ciabrelli – Bastaard” verder lezen

Sprankel!, een introductie in bubbles

Champagne is zonder twijfel het bekendste voorbeeld van een mousserende wijn. Maar ‘belletjes’wijnen (bubbles) worden elders ook gemaakt, zowel binnen als buiten Frankrijk.

De oorsprong van champagne is een verhaal apart. Net als het arbeidsintensieve productieproces. En het exclusieve en feestelijk karakter dat het imago bepaalt, is een knap staaltje marketing. Want er was een tijd dat de belletjes onbedoeld in de wijn zaten!

SPRANKEL! is een leuke workshop van ca. 2 uur waarin je een luchtig verpakte introductie krijgt in de wereld van champagne en andere mousserende wijnen zoals prosecco, cava en sparkling wine. Er worden zes wijnen geproefd, waaronder twee schitterende champagnes. De workshop wordt gegeven in de wijnkelder van la Causerie in Rotterdam maar kan ook op locatie worden georganiseerd.

Proef!, een introductie in wijn

Proef!

Veel proeven is een belangrijk hulpmiddel bij het opbouwen van je virtuele ‘wijndatabase’. Die stelt je op zijn beurt in staat je eigen smaak te leren (her)kennen. Want zodra je weet wat je lekker vindt, kun je je smaak verder ontwikkelen en ‘gebruiken’, bijvoorbeeld in combinatie met eten. Dat is handig als je in de supermarkt staat en een wijn bij de pasta vanavond moet kiezen. Of in een restaurant zit en een keus probeert te maken tussen een wijn met een ‘koppige afdronk’ en een die ‘een tikje oxidatief’ is.

Veel proeven is iets anders dan veel drinken. Sterker zelfs, er zijn weinig gelegenheden waar het zo geoorloofd is, en aangeraden wordt, te spugen als tijdens een wijnproeverij!

In Proef!, Een introductie in wijn krijg je een aantal luchtig verpakte principes uit de wijnwereld aangereikt en proef je zes wijnen. Zo’n tien keer per jaar organiseer ik die bij la Causerie in Rotterdam maar de workshop kan ook op locatie gegeven worden.

Belevenissen in de wijngaard (5)

Het heeft zo zijn voordelen om je wijngaard op afstand te bestieren, vooral in de wintermaanden. Het landschap oogt saai en kaal en het kan gemeen koud zijn in de Bourgogne. Het landklimaat kenmerkt de hele regio maar het maakt natuurlijk wel verschil of je in Chablis zit, in het noorden van de Bourgogne, of in het 200 km zuidelijker gelegen Mâcon gebied.

Maar goed, als web-vigneron zit ik nu thuis, behaaglijk bij de open haard, laptop op schoot en met een glas Beaune 1e Cru binnen handbereik. Ingelogd word ik op de hoogte gehouden van de werkzaamheden 700 kilometer verderop. Die vinden zowel op het land als in de kelder plaats. Om met het eerste te beginnen: in december zijn alle bladeren wel zo’n beetje afgevallen en is goed zichtbaar welke herstellingen in de wijngaard moeten worden uitgevoerd. Ik mail met domeinvrouwe Marie-Cécile Trapet-Rochelandet en vraag hoe het er voor staat. ‘Tous va bien,’ schrijft ze, opgewekt als altijd. Om dat vervolgens wat te nuanceren. ‘We hebben alleen een erg vochtig jaar gehad waardoor de mergelgrond te nat was om te ploegen voor de winter intrad. En er is uitzonderlijk veel hagel en sneeuw gevallen. Niettemin, gedurende de wintermaanden laten we de wijngaard zoveel mogelijk met rust. We hebben wel zo’n 6000 stronken moeten rooien die bevroren waren. De ontstane gaten in de grond zijn klaargemaakt voor de nieuwe aanplant die we er volgende maand in zetten. Verder hebben we in februari flink gesnoeid. Comme vous le savez komen de sapstromen van de druivenplant pas in het voorjaar weer op gang dus de wintermaanden zijn daar bij uitstek geschikt voor. En aan het eind van het seizoen verzamelen we al het afval en snoeihout en verbranden die in brulots,’  schrijft ze.

Minder zichtbaar, maar voor de ontwikkeling van de wijn cruciaal, zijn de kelderactiviteiten. Daar vindt de opvoeding (élevage) van de wijn plaats. Dat zijn ruwweg alle werkzaamheden tussen gisting en botteling. Een belangrijk onderdeel is het oversteken van de wijn, dat wil zeggen het overhevelen van het druivensap van het ene vat in het andere. Deze zogenoemde soutirage kan meerdere keren worden uitgevoerd.  ‘Inderdaad,’ licht Marie-Cécile toe als ik vraag of dat al gebeurd is. ‘Maar niet met ‘jullie’ oogst. Dat is nog te vroeg. Jaargang 2009 al wel, voor de tweede keer zelfs. Het overhevelen van het uitgegiste sap (dat dus zowel de alcoholische als malolactische gisting heeft ondergaan) is een heel werk, hoor. Het is niet alleen het eigenlijke oversteken van de wijn, dat gebeurt met behulp van pompen, maar die vaten moeten ook weer helemaal schoongemaakt worden,’ voegt ze er met een smiley aan toe. Doel van het oversteken is om de wijn te klaren, om het sap te scheiden van het bezinksel. Daarnaast zorgt het ook voor beluchting. Die is met name belangrijk bij rode wijn, voor de ontwikkeling van de tannines. Bijna dagelijks maken François Trapet en Marie-Cécile hun gang langs de tanks en vaten om te ruiken, proeven, keuren en bij te vullen. Dat laatste gebeurt met grote precisie en zelfs de niet geproefde restanten worden terug in het vat gedaan. Dat was me al vaker opgevallen, ook elders, ik heb het nagenoeg elke wijnboer zien doen. Uit zuinigheid?, vraag ik Marie-Cécile. ‘Nee,’ antwoordt ze. ‘Het heeft niets met verspilling of krenterigheid te maken. De vaten zijn poreus waardoor er altijd een zekere verdamping optreedt. Door regelmatig bij te vullen (ouillage) blijft de ruimte tussen vat en wijnoppervlak minimaal en voorkom je oxidatie.’

Inmiddels nadert de lente, de druivenstokken lopen binnenkort weer uit. Mijn wijnjaar zit er bijna op. Het peetmoederschap over mijn wijnstokken is me uitstekend bevallen, zowel in de wijngaard zelf als virtueel. De voorspellingen over de kwaliteit van oogstjaar 2010 zijn bemoedigend en ik kan niet wachten totdat mijn wijn gebotteld is. Dat gaat overigens nog handmatig bij Domaine Trapet. Eigenwijs blijven ze! De kurk mag ik er dan zelf opzetten, inclusief de capsule. Maar dan is het al maart 2012. Tijd genoeg om na te denken over een fraai etiket voor mijn Cuvée Annick.

Belevenissen in de wijngaard (4)

“Doe die ringen maar af,” waarschuwt domeinheer François Trapet als ik, verregend maar nog steeds enthousiast, de snoeischaar in mijn volgende druivenstok steek. “Het zuur van de druiven geeft aanslag.” Hij heeft gelijk, constateer ik, helaas te laat. Met kleverige vingers van het druivensap, prop ik de ringen in de zak van mijn inmiddels natte en vieze spijkerbroek.  Tja, ook het plukken is een vak apart!

Weer of geen weer, als de oogst (vendange of récolte) zich aankondigt, is het zover. Dan zijn de druiven rijp en is de balans tussen opgebouwde suikers en afgebouwde zuren optimaal. Er staat geen datum op het moment van oogsten, dat verschilt per regio, druivenras en de beoogde stijl van wijn. De pinot noir voor een crémant (mousserende wijn) bijvoorbeeld, wordt eerder geplukt dan dezelfde druif voor een ‘stille’ (gewone) wijn. De algemene regel is echter dat de oogst ongeveer 100 dagen na de bloei plaatsvindt. In Frankrijk komt daar nog een richtlijn bij. De ‘ban de vendange’ bepaalt tot wanneer je niét mag oogsten. Daarna, als de ‘ban’ wordt opgeheven, is het aan elke wijnboer om zijn eigen moment te kiezen.

Eind september 2010, het plukken is in volle gang. In de Bourgogne wordt alles handmatig geplukt en de wijngaarden gonzen dan ook van de gebogen ruggen en af en aan rijdende tractoren. Files op de Route des Grands Crus! Gedurende de oogst gelden speciale verkeersregels en zijn er gelegenheidsborden geplaatst, zoals de gele ‘Vendanges!’ waarschuwingsborden en ‘Grappillage interdit’. Dit laatste slaat op het verbod om de (afgekeurde) druiventrossen die na het oogsten achterblijven in de wijngaard te rapen. Officieel of niet, tractoren hebben altijd voorrang. Het is van het grootste belang om de druiven zo snel mogelijk ter plaatse te krijgen. Immers, als de dagtemperatuur te hoog is, bestaat het gevaar dat de druiven tijdens het transport al gaan gisten. En als het te vochtig is, zoals nu, is de kans op rotting groter.

Er wordt hard gewerkt in de wijngaarden, van acht uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds maar er zijn om de twee uur prettige onderbrekingen. De eerste break is om tien uur, met een broodje en koffie of een glas wijn. Naar het repas tussen de middag ziet elke plukker reikhalzend uit: een voor- en hoofdgerecht, kaasplateau, dessert en koffie. En wijn vanzelfsprekend! Er wordt goed gegeten en met mate gedronken, er wacht immers nog een lange plukmiddag, al is er om vier uur ook nog een pauze.

Het saamhorigheidsgevoel in de wijngaarden is verrassend, en dan heb ik het nog niet eens over de steelse romances die opbloeien tussen de ranken. Is het ondanks of dankzij de oogsttijd dat iedereen elkaar groet en dat er overal met elkaar wordt gewerkt, gelachen en gezongen? Ik sta versteld. Even denk ik dat het komt omdat er veel buitenlanders zijn ingehuurd om te plukken, maar nee, ook de Fransen, wijnboeren en buitenlui, zijn ondanks de stress, très aimable! Overigens, de Franse overheid houdt de plukkers scherp in de gaten. Elk domein is verplicht het aantal ingehuurde mensen op te geven en vanuit rond cirkelende helikopters wordt inderdaad gecontroleerd.

“Een goede coupeur plukt 12 dozen van 30 liter per dag,” moedigt François ons aan als hij de verzamelde web-vignerons uitlegt hoe er geknipt moet worden. In een emmertje gaat ongeveer 8 kg druiven, dat komt overeen met 4,5 liter, reken ik uit, dus 6 flessen. Ik koester me in mijn beginnersrol: 45 emmers ga ik niet halen vandaag.

Onervaren als we zijn, krijgen we, behalve een emmer en een snoeischaar, strikte instructies mee de wijngaard in. “Ten eerste, werk nooit met zijn tweeën aan één druivenplant,” zegt François. “Door het gebladerte hangen de trossen soms verstopt en je knipt zo in je vinger. Of in die van iemand anders,” voegt hij er met een sardonische glimlach aan toe. “Ten tweede, begin altijd bij een nieuw piquet (paaltje). En tenslotte, pluk alleen onderaan en laat de bovenste twee rijen druiven hangen. Die zijn nog niet rijp.”

Wij plukken ons broederlijk een weg door onze geleaste stokken. Omdat wij als web-vignerons natuurlijk geen echte vendangeurs zijn (uiteindelijk is het een soort door onszelf betaalde stage), zijn de werktijden aangepast. Tegen het middaguur laden we de gereedstaande truck vol met onze geoogste druiven waarna we, nat als we zijn, dankbaar gebruik maken van de gelegenheid ons wat op te knappen. Eenmaal terug op het Domaine worden we vergast op een voortreffelijke lunch, voorafgegaan door het huisaperitief, een kir. Deze vin blanc cassis is afkomstig uit de Bourgogne (genoemd naar Canon Kir, verzetsheld in de Tweede Oorlog en latere burgermeester van Dijon) en wordt traditioneel gemaakt van het stiefbroertje van de chardonnay, de aligoté. Het is een vroeg rijpende druif met een hoge natuurlijke zuurgraad. Om die wat te compenseren wordt van oudsher een scheutje zwarte bessenlikeur toegevoegd. We heffen het glas en brengen een toast uit op onze oogst.

Belevenissen in de wijngaard (3)

“Om te fotograferen ziet de wijngaard er momenteel niet zo aantrekkelijk uit,” verontschuldigt leasemoeder Marie-Cécile Rochelandet zich als ik mijn druivenstokken bij Domaine François Trapet eind augustus opnieuw bezoek.

Ik vind het wel meevallen. Zo ver ik kan kijken is alles mooi groen om me heen. De bebladerde ranken reiken tot ver boven mijn middel en de volle druiventrossen hangen te rijpen. Al mag daar nog wel wat zon overheen, getuige de nog vele groene druiven aan de trossen. Eigenlijk zeg ik dat niet goed. Pas als de kleuring van de druiven (véraison) voltooid is, begint de echte  rijping. Die voltrekt zich op verschillende vlakken. Smaakstoffen ontwikkelen zich (aromatische  rijping) en in ‘technisch’ opzicht neemt het zuurgehalte af en het suikergehalte toe. Daarnaast is er de ‘fenolische’ rijping, die heeft betrekking op de ontwikkeling van tannines en kleurpigmenten.

“We hebben een beetje last van meeldauw,’ verklaart Marie-Cécile. Ik kijk haar geschrokken aan. Meeldauw, dat is toch een schimmelaantasting waarbij het blad verschrompelt en vervolgens afsterft?  Daar gaat mijn prestigieuze aanstaande Cuvée Annick, denk ik bij mezelf. Maar Marie-Cécile gaat monter verder. “Meeldauw is een veelvoorkomende en inderdaad gevaarlijke ziekte,” zegt ze, “maar alleen in het begin van de groeiperiode, in mei, juni en de eerste helft van juli. Nu werkt het eigenlijk in ons voordeel. We laten de natuur gewoon zijn gang gaan. De bladeren vallen er vanzelf af, dat scheelt ons weer wat snoeiwerk. En ook straks met het oogsten is het handig. Bovendien krijgen de rijpende druiven, doordat er minder blad is, vanzelf meer zon. Als die schijnt, tenminste,” voegt ze er met een knipoog aan toe.

Het klinkt niet onlogisch maar als methode heb ik er nog nooit van gehoord. Wel van de bestrijding van meeldauw. Die wordt gewoonlijk gedaan met de zogenaamde Bordeauxse pap (Bouillie Bordelaise). Dit is een door de jaren heen beproefd recept met als voornaamste ingrediënten kopersulfaat en kalk. Het mengsel, waarmee de wijnranken besproeid worden, bevat dus weliswaar geen bestrijdingsmiddelen maar is als gevolg van de koper ophoping in de loop der jaren in de grond, niet onomstreden. Een beetje vertwijfeld loop ik door mijn wijngaard en zie inderdaad hier en daar een wit poederig laagje op de bladeren (daarom heet meeldauw ook wel witziekte). Ik besluit een kijkje bij de buurpercelen te gaan nemen.

Voorzien van detailkaart loop ik van Gevrey-Chambertin naar het nog geen 5 km verderop gelegen Morey-Saint-Denis, dwars door de hoger en lager gelegen wijngaarden. De meeste zijn ommuurd (de zogenoemde clos), andere herinneren eraan: de Bourgogne kent immers een eeuwenoude  wijntraditie. De kerk heeft daar een belangrijk aandeel in gehad. Het zijn de Cisterciënzer monniken geweest die hier, ten behoeve van de mis én voor eigen gebruik,  in de vroege Middeleeuwen wijn verbouwden en daar ook een systeem in aanbrachten. Ze ontwikkelden de ‘climats’, aanduidingen die je, net als de clos, nog steeds tegenkomt.  Clos de Vougeot is daarvan waarschijnlijk het bekendste voorbeeld. Een climat verwijst naar een deel van een wijngebied dat door zijn terroir de wijn een eigen, en daardoor herkenbaar karakter geeft. Dat hadden die monniken goed gezien. Hieruit is, veel later, de wetgeving op basis van herkomstindeling voortgekomen.

Het weer is, ook vandaag, wisselvallig, zoals wel vaker in de Bourgogne, heb ik gemerkt. Het landklimaat met koude winters en hete zomers kent grillige uitersten waarbij het ook in augustus nog kan hagelen. Regenen heeft het deze zomer in ieder geval genoeg gedaan. Ben benieuwd naar de invloed daarvan op het wijnjaar 2010. Die zou voor de Bourgogne wel eens heel anders kunnen uitpakken dan in de Bordeauxstreek waar het de afgelopen zomer overwegend droog en warm geweest is. Nog los van het feit dat de wijnmakers in de Bordeaux een mislukte of minder goede oogst kunnen opvangen door de assemblage  van verschillende druivensoorten. In de Bourgogne schrijven de appellatieregels voor dat er (in grote lijnen) maar twee soorten gebruikt mogen worden: pinot noir voor rode wijn en chardonnay voor witte wijn.

Het is heerlijk wandelen door de wijngaard. De buurpercelen ogen wat verzorgder, ondanks, of juist dankzij, de verse druiventrossen die her en der op de grond liggen. Dat is de zogenaamde groene oogst (vendange verte) of wel het ‘trosdunnen’ dat  meestal rond deze tijd plaatsvindt.  Geselecteerd op groeipotentie worden de meest onrijpe trossen verwijderd waardoor de overgebleven trossen meer licht, lucht en voedingstoffen uit de bodem krijgen om zich optimaal te ontwikkelen.

Ik keer terug naar mijn wijngaard en probeer me de opgewekte gelatenheid waarmee François en Marie-Cécile hun domein bestieren, eigen te maken. En eigenlijk zeg ik ook dat niet helemaal goed. Je voelt aan alles dat het oogstseizoen nadert. De maand september zal spannend zijn.

Belevenissen in de wijngaard (2)

Gevrey-Chambertin, een zondagochtend in mei, 8 uur. Uitslapen is er niet bij, vandaag krijgen we tekst en uitleg over onze wijnstokken, in de wijngaard uiteraard. De zon heeft de afgelopen dagen volop geschenen maar laat het nu afweten, om niet te zeggen dat het veelvuldig zal regenen. Mijn wijngaardlaarsjes en bijpassende paraplu bewijzen weer goede diensten.

Het is een bont gezelschap, daar in de wijngaard. Een dertigtal virtuele wijngaardeniers, in leeftijd en nationaliteit uiteenlopend, hoewel de meesten Frans zijn. Wat we gemeen hebben, is dat we allemaal onze wijnstokken cadeau gekregen hebben. De één van het bedrijf, de ander naar aanleiding van een kroonjaar (40 en 50 zijn populair), weer iemand anders als verjaarsgeschenk en een pas getrouwd stel als huwelijkscadeau. Wat we ook delen is onze voorliefde voor de pinot noir, de huisdruif van de Bourgogne.

De Bourgogne is een lapjesdeken van wijngaarden. Op nog geen 30.000 ha bevinden zich ruim 4.300 wijndomeinen waarvan de meeste wijngaarden door vererving versnipperd zijn geraakt. Het maakt het wereldberoemde wijngebied tot één van meest ingewikkelde en tegelijkertijd tot één van de boeiendste.

Onze pieds de vigne bij Domaine François Trapet liggen op gemeentelijk niveau. Dat wil zeggen dat de wijnen op het etiket Gevrey-Chambertin als herkomstbenaming mogen voeren. In de Bourgogne is het classificatiesysteem in 1936 ingevoerd met de geografische afkomst als basis. De wijngaarden die in de 18e en 19e eeuw als goed bekend stonden, zagen daarmee hun reputatie officieel bevestigd.

De familie Trapet is al generaties lang wijnmaker in Gevrey-Chambertin, ook al zijn door erfenissen, opdelingen en ruzies de verhoudingen niet altijd even hartelijk (geweest). François (ik schat hem begin 60 maar hij ziet er ouder uit) werd op het domein van zijn grootvader, 300 m verderop, sous la barrique geboren, zoals hij zelf zegt. Hij groeide op in de wijngaard en ging er op zijn twaalfde aan de slag. Hij voelt zich innig verbonden met het terroir en heeft geen boeken of instrumenten nodig. François vertrouwt op zijn instinct. Zijn partner, Marie-Cécile Rochelandet ook. Maar als oenologe voert ze voor de zekerheid toch de nodige wetenschappelijke analyses uit, ter controle. ‘Het is ongelofelijk,’ lacht ze, ‘hij vergist zich nooit!’  Een mooi duo, die twee, ervaring en kennis verbonden door hun beider passie voor wijn.

‘Zoek bij ons geen snobwijn, maar vind in onze wijnen iets uit uw leven,’ oreert Marie-Cécile door de wijngaard. Ze lacht er zelf om maar het karakteriseert wel de instelling van de Trapets. Voor trendy wijnen en gelikte marketing hoef je bij hen niet aan te kloppen. François maakt al decennia lang kleinschalig en op ambachtelijke wijze wijn. En dat wil hij graag zo houden.

‘Duurzame wijnbouw’, noemt hij het. Niet volledig biologisch, wel met respect voor de natuur. ‘De natuur is prachtig. Daar hoef je eigenlijk niets aan te doen. Alleen als het nodig is, helpen we,’ vertelt hij en geeft een voorbeeld. ‘Bepaalde rupsen  (de cochylis in het bijzonder) vormen een bedreiging voor de gezondheid van de druif. Waarom? Omdat een aangevreten druif dan voortijdig in aanraking komt met zuurstof en daardoor eerder kan gaan rotten. De rupsen reproduceren en verspreiden zich zeer snel dus zo kan een hele wijngaard aangetast worden en een oogst verloren gaan.’

Vroeger werd er min of meer klakkeloos met bestrijdingsmiddelen gewerkt om plagen te voorkomen. François werkt met feronomen, volgens de zogenaamde ‘seksuele verwarring techniek’. Hij lacht. ‘Het is wel sneu voor die vlinders, dat geef ik toe. Lokdoosjes met feronomen trekken de viriele mannetjesvlinders aan. Aangezien het slechts de vrouwelijke geuren zijn die de doosjes of takjes afgegeven, kunnen de mannetjes de vrouwtjes zelf natuurlijk niet vinden. De meeste sterven dan ook voor ze de vrouwtjes hebben kunnen bevruchten.  Daarmee is het  probleem van de cochylis niet opgelost maar de schade aan de insecten en de wijnstokken blijft beperkt. ‘

We zijn ondertussen behoorlijk nat geregend en gaan gretig in op Marie-Céciles uitnodiging om een glas wijn te komen drinken. Teruglopend door de wijngaard stap ik per ongeluk op een weelderige slak. Er blijken er tientallen, misschien wel honderden te zitten. Ook voor hen is het paringsseizoen aangebroken. Marie-Cécile kijkt om zich heen. ‘Ziet François het niet?’ vraagt ze lachend. Dan pakt ze een handje vol slakken op en werpt ze met een geroutineerd gebaar naar een achter in de wijngaard gelegen boomgaardje. De slakken belanden net daarvoor, in een poel. ‘Ook goed,’ zegt ze. ‘Dan eerst de zwemles.’

Belevenissen in de wijngaard (1)

Wat geef je een fervent wijnliefhebber die alles al heeft? Juist, een wijngaardje!

Sinds eind 2009 lease ik een aantal druivenstokken in de Bourgogne. Een jaar rond reis ik geregeld zuidwaarts om de groei, bloei, rijping, het oogsten en assembleren van mijn stokken van nabij mee te maken. Mijn belevenissen als petemoei van de wijngaard zijn in vijf delen verschenen in WineLife.

Ik ben een rode wijndrinker en de pinot noir is één van mijn favoriete druivenrassen. Het is ook de enige toegestane druivensoort in de Bourgogne. De pinot noir is geen gemakkelijke druif, hij staat als wispelturig bekend, nukkig zelfs, en gedijt het best op een kalkhoudende bodem voorzien van een kleilaag. Het terroir is daarvoor in de Bourgogne  optimaal en als alle elementen meewerken, komen daar, wat mij betreft, dan ook de mooiste wijnen vandaan, tongstrelend en fluweelzacht.

Het idee om wijnstokken te leasen kreeg ik toen mij een gemeenschappelijk cadeau werd aangeboden en ik daarvoor een doel of bestemming mocht bedenken. Wat geef je een fervent wijnliefhebber die alles al heeft? Juist, een wijngaardje, althans, een aantal wijnstokken. Niet fysiek natuurlijk, ik zou niet weten waar en hoe ik ze zou moeten planten, verzorgen, snoeien, oogsten en wat dies meer zij. Nee, de druivenstokken blijven staan waar ze staan, deskundig geplant, professioneel gesnoeid en met liefde omringd door de wijnmaker, ergens op een prettig warme plek.

Er zijn sinds enige tijd organisaties in Frankrijk die zich met het verhuren van wijngaarden bezighouden. Het principe is al eeuwen oud, nieuw is het eigentijdse jasje waarin de verschillende formules  gestoken zijn. In essentie komt het hierop neer: door de virtuele aankoop van een aantal wijnstokken (pieds de vigne) krijgt het betreffende wijnhuis een bescheiden financiële impuls. Virtueel in twee betekenissen: de bestelling wordt online gedaan (1) en het eigenaarschap is denkbeeldig (2).  In ruil daarvoor krijg je als gulle gever (in dit verband ook wel web-vigneron genoemd) op termijn een equivalent van het aantal stokken in wijnen uitgekeerd, bij wijze van rendement.  Concreet: ik koop 24 wijnstokken (in de Bourgogne, uiteraard) die over twee jaar 24 flessen ‘Cuvée Annick’ opleveren. En hoewel ik als web-vigneron thuis, vanuit mijn luie stoel maandelijks per email op de hoogte wordt gehouden van  de ontwikkelingen in de wijngaard, verkies ik het hele proces op de voet en zoveel mogelijk  live te volgen.

Het mag duidelijk zijn, ik neem mijn taak als kersverse wijnboerin dus serieus. Voorzien van speciaal voor de gelegenheid aangeschafte trendy wijngaardlaarsjes (met matching paraplu), Petit Robert, notitieblok en fototoestel, rijd ik begin april 2010 naar Gevrey-Chambertin, gelegen in de Côte de Nuits, het noordelijke deel van de Côte d’Or dat net onder Dijon begint. Het dorpje telt een goede 3000 inwoners en oogt typisch Frans: oud, pittoresk en verlaten. Als naamgever van het gerenommeerde wijngebied heeft het echter internationale allure. Gevrey-Chambertin is niet alleen één van de oudste wijngaarden van Frankrijk (de eerste berichten dateren van 640), het behoort met zijn gemeentelijke appellatie, 26 premier en 9 grand cru’s wereldwijd ook tot de bekendste wijngebieden van de Bourgogne.

Een mens moet bescheiden blijven dus mijn wijnstokken bevinden zich op village-niveau. Als ik aankom bij ‘mijn’ wijndomein, zie ik eigenaar François Trapet door het dakraam loeren naar het bezoek, terwijl zijn partner Marie-Cécile Rochelandet me hartelijk ontvangt. Een eigenzinnige wijnmaker, zoals zal blijken, al is dat in Frankrijk vaak een pleonasme. Hoe dan ook, François is autodidact, Marie-Cécile oenologe (afgestudeerd wijnmaker) en samen bestieren ze met veel passie en op ambachtelijke wijze een klein wijndomein aan de rand van Gevrey-Chambertin.

Na een korte rondleiding en een eerste proeverij in de kelder, struin ik samen met Marie-Cécile door de wijngaard. Wat ik onderweg, vanaf de fraaie Route des Grands Crus die de 200 km lange Bourgogne verbindt, al had gezien, blijkt ook hier. Geen pril groen te bekennen, geen bottende ranken, geen lenteknopjes, niets. Een wijngaard romantisch? In dit seizoen treurig!  Voor zover ik kan kijken, ogen de wijngaarden bruin en knoestig. Het snoeihout ligt er zelfs nog. De winter van 2009/2010 is niet alleen ongemeen streng geweest maar heeft ook langer aangehouden dan normaal. Daarom loopt de groei een kleine veertien dagen achter, legt Marie-Cécile me uit. Nog geen reden tot ongerustheid, wel tot verhoogde waakzaamheid. Ik verberg mijn lichte teleurstelling over deze ogenschijnlijk doodse wijnvelden en betast een aantal willekeurige stokken. Een beetje kinderachtig wens ik ze een voorspoedige groei en overvloedige oogst toe.

En zie, het werkt! Als ik eind mei opnieuw bij mijn stokken op bezoek ga, is het een feest in de wijngaard.  Wat een landschappelijk verschil! Alles bloeit en deze fase in de wijnbouw heet dan ook de ‘fleurison’.……