Vernieuwend Hongarije (3): de volgende generatie

We ontmoeten Veronika Gal in Fuzion, Eger, de wijnbar/kelder/winkel/lounge/restaurant van broer Tibor. Zij leidt deze hippe en multifunctionele zaak, met een relatief beperkt aantal wijnen in het assortiment, valt ons op. ‘Met opzet,’ zegt Veronika. ‘De keuze was gewoon te groot. Tibor (beter bekend als Titi) heeft een paar jaar geleden een trendbreuk veroorzaakt door het aanbod bewust te verkleinen. Onze belangrijkste wijnen nu zijn de Egri Bikavér, de Egri Csillag, een witte wijn waarvan we hier in Eger vinden dat die een waardige zuster van de Bikavér is, en de pinot noir, als eerbetoon aan onze vader,’ zegt Veronika. Tibor Gal sr. introduceerde de pinot noir (en andere Franse druiven) eind jaren 1990 in Hongarije. Achterliggende gedachte was dat Eger en de Bourgogne (waar de pinot noir de huisdruif is) op dezelfde breedtegraad liggen en er dus verwantschap zou kunnen zijn. Hij had gelijk. En succes.

Zoon Titi Gal werd in 2015 uitgeroepen tot beste ‘tweede generatie’ wijnmaker. Dat licht ik even toe. Hongarije is al een oud wijnland, wat niet wegneemt dat het diverse crises heeft moeten doorstaan. De meest recente was misschien wel de ruim veertig jaar dat het land onder communistisch regime leefde, tot de ‘val’ van De Muur in 1989.  Daarna kwam er beperkt ruimte voor buitenlandse investeerders om Hongaarse wijngaarden aan te kopen. Zij brachten geld, kennis en westerse productiemethoden mee. En ook de Hongaren zelf kregen de mogelijkheid om onteigende wijngaarden beetje bij beetje terug te kopen. Dat is de ‘eerste’ generatie, die van Tibor Gal sr., Attila Gere sr., Joseph Bock sr., Huba Szeremley en nog enkele vooruitstrevende wijnmakers. Voor ons zijn het namen, voor de Hongaarse wijnwereld iconen.

Want ze hadden allemaal lef, én visie. De tweede generatie Gere en Bock komen we tegen in Villany, een levendig wijndorp in het zuiden van Hongarije. Zoons en dochters zwaaien nu de scepter over de met succes opgebouwde wijnbedrijven van hun ouders en breiden de wijngaardactiviteiten uit met comfortabele hotelaccommodatie, (web)wijnshops, wellness faciliteiten en een goed restaurant. Villany is een mooi voorbeeld van succesvol Hongaars wijntoerisme. Ook hier worden we weer hartelijk ontvangen en rondgeleid door professionals. Gefêteerd worden we ook: uit de kelders van Bock mogen we een wijn kiezen die we ’s avonds bij het diner zullen drinken…. Het wordt één van de Bordeaux-blends (cabernet sauvignon, cabernet franc en merlot) waar vader Bock bekend mee geworden is, zijn eigen favoriet uit 1999.

We eindigen onze wijnreis aan het Balatonmeer, één van de oudste wijngebieden van Hongarije en bijzonder veelzijdig, zowel qua terroir als qua wijnen. Er zijn daarom ook meerdere appellaties rond het meer. We bezoeken enkele kleine beloftevolle wineries van jonge wijnmakers, en gevestigde huizen als Konyári en Szeremley, aan weerszijden van het meer. Ook hier heeft de volgende generatie het roer overgenomen. ‘Al komt mijn vader Huba nog wel eens kijken of ik het goed doe,’ zegt Laszlo Szeremley met een veelbetekenende glimlach.  Zijn wijnen proeven we tijdens een lunch in het bij het domein behorende restaurant, met prachtig zicht over het Balatonmeer. Ondertussen vertelt exportdirecteur Gabor Kardos over de jongste inspanningen van een aantal wijnmakers rondom het meer om een regionale blend te maken. ‘Het is Balatonbor (bor=wijn) geworden, een frisse witte wijn gemaakt van de populaire olaszrizlingdruif. Het is geen massaproduct, daarvan wordt er al genoeg gemaakt, maar we willen de echte wijntoeristen wel bedienen, zowel binnen- als buitenlandse. We geloven dat er zeker een markt is, alleen moeten we kijken hoe we die gezamenlijk op kunnen,’ zegt Gabor. ‘Wat wij Hongaren nog moeten leren is samen werken en samen naar buiten treden. Dat is in ieder geval iets dat deze generatie gemeen heeft met de vorige: een weerzin tegen coöperaties.’

We hebben een mooie collectie Hongaarse wijnen samengesteld om te laten proeven tijdens de Masterclass Hongaarse wijnen op vrijdagavond 8 februari 2019 bij La Causerie, Rotterdam.

Vernieuwend Hongarije (2): Egri Bikavér

Er is nog een wijn die we associëren met Hongarije en die komt uit Eger, een fraai barok plaatsje in het noorden van Hongarije, omringd door wijngaarden en beschermd door een groot kasteel. Daar speelden zich in 1552 heldhaftige taferelen af en de legende die daaraan verbonden is, is ook de naamgever van de  omineuze wijn Egri Bikavér, ofwel Stierenbloed (bik =stier, vèr= bloed) uit Eger. Een wijn die me, omwille van de negatieve associatie met de naam, nooit heeft uitgenodigd om te proeven. Maar te gast zijnde bij lokale producenten kan ik natuurlijk niet weigeren….

Eger gaat prat op zijn stierenbloed, nog altijd, hoewel er ook andere wijnen gemaakt worden. ‘Elk zichzelf respecterend wijnhuis hier heeft een eigen versie Egri Bikavér,’ vertelt Eva Barta, wijnconsulent en exportmanager van verschillende wijnhuizen in Eger. ‘Het was vroeger een respectabele wijn, licht rood, fris en zelfs een beetje kruidig, gemaakt van de kadarkadruif. Dat veranderde tijdens het communisme. Dit authentieke  druivenras werd als het ware uitgemolken,’ zegt Eva. ‘De productie werd omhoog gedreven om de gigantische Russische markt te voorzien. Onnodig te zeggen dat het een snelle maar beroerde wijn opleverde die Egri Bikavér een slechte reputatie bezorgde.’

Daar probeert men nu vanaf te komen, terug naar kwaliteit, mét behoud van naamsbekendheid. Hoe doe je dat? ‘Om te beginnen zijn veel producenten de etiketten eigentijdser en vriendelijker gaan maken,’ legt Eva uit. ‘Je bent niet de enige bij wie ‘Stierenbloed’ een zekere weerzin oproept,’ glimlacht ze. ‘En ook de oubollige, zware etiketten waarop die stier dreigend stond afgebeeld, deden dat.’ Daarnaast wordt er lokaal hard gewerkt aan een classificatiesysteem dat het de consument makkelijker moet maken om (kwaliteit) te kiezen. ‘En,’ vervolgt Eva, ‘met het oog op de exportmarkt, is er afgesproken om alle Egri Bikavérwijnen, gespeld op zijn Hongaars dus, internationaal in de markt te zetten. Als geuzennaam!’

Hoe zit dat dan met die andere Bikavér, uit Szekzàrd, een mooi wijngebied in het zuiden van Hongarije? Daar claimen ze ook de naamgever van het Hongaarse Stierenbloed te zijn. ‘Ach, wat doet het ertoe, wie er het eerste was,’ relativeert Zoltàn Heimann van de gelijknamige winery. ‘We maken nog meer fantastische wijnen. Wij vinden het belangrijk om het  veelzijdige gebied Szekzàrd op de kaart zetten, niet per se een wijn.’

In het streven de kwaliteit in de Hongaarse wijnen terug te brengen is ook de wijnwetgeving van belang. Sinds de toetreding van Hongarije tot de EU in 2004 is die aangepast aan Europese normen. En die liggen behoorlijk hoog, ook voor de Bikavér. De wijn moet uit meerdere rode druivenrassen bestaan (net als bijvoorbeeld Châteauneuf-du-Pape), waarbij de hoeveelheden en verhoudingen zijn gereglementeerd. Als hoofddruif is de kadarka inmiddels vervangen door een andere autochtone druif, de populaire kékfrankos. Verder zit er meestal cabernet franc, cabernet sauvignon en merlot in, soms ook pinot noir. Al proevend ervaar ik verscheidenheid in Bikavérs en raak langzaam maar zeker onder de bekoring van deze elegante wijn.

Dat ook de jongere generatie zich serieus en toch eigentijds met deze ‘oude’ wijn bezighoudt, blijkt onder meer bij Winery Tibor (Titi) Gal jr. in Eger. De naam Gal is niet alleen in Hongaarse wijnkringen fameus: Tibor Gal sr. was een vooruitstrevend, kundig en innovatieve wijnmaker die de hele wereld afreisde om adviezen te geven. Tijdens een bezoek aan Zuid-Afrika in 2005 verongelukte hij op 47-jarige leeftijd en liet zijn vrouw, vier kinderen en de internationale wijnwereld verslagen achter. Wat vertelt zijn dochter Veronika ons? (Zie Vernieuwend Hongarije 3)

 

 

Vernieuwend Hongarije (1): Tokaj

Hij rijdt moeiteloos ruim 40.000 km per jaar maar in de wijngaard is hij even de weg kwijt. Exportmanager Gabor Weiner van Château Dereszla in Tokaj lacht verontschuldigend. ‘De regen van gisteren heeft enkele paden onbegaanbaar en onherkenbaar gemaakt,’ zegt hij in perfect Engels. We staan voor een enorme modderpoel die zelfs voor de quad te groot is. Het laatste stuk leggen we te voet af, klimmend en zigzaggend door de wijngaarden, naar het hoogste punt waarvandaan we een magnifiek uitzicht hebben over dit unieke wijngebied.

Image result for tokaji aszu chateau dereszlaZeg Hongaarse wijn en de meesten van ons zullen denken aan Tokaj Aszú (en waarschijnlijk aan Stierenbloed, maar daarover meer in het volgende stukje). Deze verrukkelijke zoete dessertwijn wordt hier al sinds de 17e eeuw gemaakt op basis van door ‘nobele rot’ aangetaste druiven, een schimmel die de druiven doet verschrompelen. Tijdens dit rottingsproces concentreren de zuren, suikers en smaken zich in de druif, en dat verklaart de bijzondere, intense smaak. In Tokaj zijn de klimatologische en geografische omstandigheden waaronder deze schimmel het best gedijt optimaal. ‘Het plukken van de aszú druiven is een uiterst secuur werk,’ vertelt Gabor. ‘Uiteraard gebeurt dat handmatig, sterker, de druiven worden per stuk, druif per druif geplukt! Zeer arbeidsintensief dus, en vakwerk. Het zijn met name oudere vrouwen die dat voor hun rekening nemen. Sinds Hongarije tot de EU is toegetreden (in 2004) zijn veel mensen westwaarts getrokken, op zoek naar beter werk en hogere lonen,’ verklaart Gabor. ‘Maar zij zijn er nog, hebben ervaring én geduld,’ voegt hij er met een glimlach aan toe.

De zoete Tokajwijnen hebben wereldfaam verworven en een grote naamsbekendheid. Toch kan de kleine dwaling in de wijngaard misschien wel als tekenend gezien worden voor de fase waarin de beroemde wijnstreek zich momenteel bevindt. Internationaal is de markt voor zoete wijnen namelijk al enkele jaren dalend. De consument drinkt liever frisse, droge wijnen. Hoe kan Tokaj daar op inspelen?

Door ook droge witte wijnen te maken, is het antwoord.  En te investeren. In wijngaarden, in modernere productiemiddelen, in mensen en marketing. Nu is de ligging van Tokaj, in het verre noordoosten van Hongarije, niet echt sexy, dus imagoversterkers als Wereld Erfgoed (2002), helpen, evenals vele miljoenen aan Europese en Hongaarse subsidies om naast de zoete ook droge wijnen te maken. Qua druiven maakt het niet veel verschil, in beide gevallen worden (hoofdzakelijk) de furmint en hárslevelű gebruikt. Het productieproces verandert natuurlijk wel, er wordt eerder geplukt, de wijn rijpt korter en komt sneller op de markt.

Niet alleen zijn er dus tegenwoordig droge witte Tokajwijnen, er wordt ook geëxperimenteerd met het maken van mousserende wijnen. Dereszla is daar zelfs al vrij succesvol in en zette in 2015 een nieuwe winery op, speciaal gericht op het produceren van sparkling wines. ‘Er is veel vraag naar vanuit de binnenlandse markt, vooral bij jonge mensen’ zegt Gabor terwijl hij ons een verfrissend en elegant glas inschenkt. ‘We zitten op gouden grond hier in Tokaj, ook voor niet-zoete wijnen. En we werken er hard aan om de streek op die manier in de markt te houden.’

Deze wens, of missie, zullen we vaker in Hongarije tegenkomen. Onder meer in Eger, onze volgende bestemming …

 

Gastvrij Portugal

Om een beetje echte wijn te kunnen maken zijn enkele klimatologische omstandigheden essentieel.  Zo moet de zon gemiddeld toch wel zo’n 2000 uur per jaar schijnen. Daar voldoet Lissabon ruimschoots aan, met een gemiddelde van bijna 2800 zonuren per jaar. Wij gaan nog iets verder zuidwaarts. Niet voor de zon, en zowaar, niet voor de wijn, al zullen we ze beide gelukkig wel tegen komen op onze route. Nee, het is tijd voor onze jaarlijkse wandelweek, ditmaal in het zuidwesten van Portugal.

We, dat wil zeggen, het dartele dames-van-zekere-leeftijdclubje, bewandelen een deel van de avontuurlijke Rota Vicentina, een netwerk van ca. 450 kilometer aan wandelpaden dat in 2012 voltooid werd als gemeenschappelijk toeristisch ecoproject van overheden, privé-investeerders, sponsors en lokale initiatiefnemers. Vat het woord toeristisch niet als ‘massaal’ op. Dit gebied, tussen Alentejo en de Algarve, is relatief onbekend, relatief onherbergzaam en absoluut dun bevolkt. Op onze dagwandelingen komen we slechts een handjevol mensen tegen en het volgende dorp kan zomaar 25 kilometer verderop zijn. De natuur is echter bijzonder rijk. We wandelen onder meer door generaties oude bossen van kurkeik. Portugal is wereldwijd één van de grootste leveranciers van kurk, tegenwoordig ook hip als materiaal om kleding, tasjes, schoenen en accessoires van te maken. De bomen dragen elk een nummer, refererend aan het laatste jaar waarop de schors geoogst is. Daarna duurt het nog negen jaar voor er opnieuw geoogst kan worden. In die tussentijd zien ze er wat ontmanteld uit.

De Rota Vicentina is goed bewegwijzerd en gebaseerd op oude voetpaden van bewoners en vissers uit de streek. Wat niet betekent dat de paden overal steeds begaanbaar zijn. Als gevolg van korte, hevige regenbuien, zo merken wij ook, kan een pad opeens onder water staan of verdwijnt het in een rots om een baai.

Want baaien zijn er! Met name de Fishermanstrail, die 110 kilometer langs de wilde Atlantische kust meandert, is spectaculair. Evenals de hoge kliffen en zanderige duinen waar doorheen we ons een weg banen. De natuur is prachtig nu, in het voorjaar, met honderden inheemse, aromatische en medicinale bloeiende planten en struiken.  Er vliegen tientallen vogelsoorten rond waarvan ik de namen niet ken maar opvallend zijn ook de vele ooievaars die hier op rotspunten hun nesten bouwen, op een wat je noemt AAA locatie (ocean view).

En hoe lekker is het dan niet, om na een dag van wind om de oren, natuurschoon en fysieke inspanning neer te strijken in een agriturismo waar we met Portugese gastvrijheid onthaald worden. En of we wat willen drinken. Voldoende water heeft ons de dag door geholpen, nu is het tijd voor een glas vinho verde, de frisse licht mousserende witte wijn van eigen bodem en een uitstekend aperitief. En aan tafel drinken we, hoe leuk, Vicentino wijnen (Alentejo). Het huis is weliswaar  opgericht door een Noor maar de wijnen worden lokaal geproduceerd. Kwestie van de plaatselijke economie ondersteunen! Het kost geen moeite, hoor. De wijnen zijn modern gemaakt en toegankelijk. Een paar dames kiezen voor de internationale sauvignon blanc, ik ga voor een glas rode wijn van een typisch Portugese druif, de heerlijk volle touriga nacional. Daarna slaat een weldadig soort vermoeidheid toe (als we de spierpijn negeren) en zoeken we onze bedden op. Morgenvroeg wacht ons een nieuwe tocht!

Keuls water

‘Ik ruik een lenteochtend in Italië, na een regenbui’, schrijft Johann Maria Farina in 1708 vanuit zijn nieuwe verblijfplaats Keulen poëtisch aan zijn broer. ‘De geur doet me denken aan sinaasappels, aan bergamot, aan bloesem, citroenen, grapefruit en kruiden uit onze geboortestreek.’ Farina heeft het niet over wijn, al had het gekund, nee, hij heeft het over het reukwater dat hij aan het ontwikkelen is en een jaar later op de markt zal brengen. Als Italiaanse immigrant had Farina kort daarvoor toestemming gekregen om zich als vrije burger in Keulen te vestigen als parfumeur. Uit dankbaarheid jegens de stad noemde hij het ‘Kölnisch Wasser’ waar hij beroemd mee zou worden, Eau de Cologne.

Dat Farina voor zijn exclusieve parfum een Franse benaming koos, is niet zo verwonderlijk. In hogere kringen en in het zakelijk verkeer was Frans de voertaal. Ook commercieel was het een slimme zet, want Farina slaagde erin zo ongeveer alle Europese vorstenhuizen en andere vooraanstaande lieden als klant te krijgen. Om het luxueuze karakter van zijn parfum te benadrukken koos hij een (rode) tulp als symbool op het etiket, destijds een teken van grote welstand.

Het internationale succes van Farina’s Eau de Cologne bracht anderen natuurlijk ook op ideeën. Doordat er toen nog nauwelijks merkenrecht bestond en ‘iedereen’ dus in principe Eau de Cologne kon maken, werd Farina’s geur decennialang veelvuldig en vrijelijk geplagieerd. Om de goede naam en de faam van het volgens geheim recept vervaardigde product te beschermen, huurden de opeenvolgende generaties Farina tientallen detectives in om wereldwijd misbruik op te sporen en de makers ervan zo mogelijk aan te klagen.

Image result for 4711Als Farina’s Eau de Cologne dan zo exquis en duur was, hoe komt het dan dat wij het Keulse water vaak associëren met een goedkoop luchtje, oude omaatjes en overjarige Riesling? Dat hebben we te danken aan de snoodaard Wilhelm Mühlens. Hij maakte al parfum in Keulen sinds 1792, eveneens volgens een geheim procedé, maar vooral minder exclusief en dus ook goedkoper. Om optimaal mee te varen op het succes van Farina’s Eau de Cologne, kocht hij op listige wijze in 1803 de naamrechten van een Farina die verder niet gelieerd was aan de originele parfum makende familie. Het contract werd aangevochten door de ‘echte’ Farina’s en nietig verklaard in 1832. De familie Mühlens bleef echter succesvol ‘cologne’ maken en verhandelen. De nieuwe merknaam zou 4711 worden, genoemd naar het nummer van de straat waar het bedrijf gevestigd was.

Beide handelsondernemingen bestaan nog in Keulen, al is eau de cologne inmiddels een generiek merk. Laat ze dat in de Champagne maar niet horen! Toch kan de naam- en herkomstbescherming van Farina’s Eau de Cologne de champagne industrie, gezien hun uitgebreide juridische netwerk, tot voorbeeld hebben gediend. Bekendheid over en weer was er in elk geval. Ten tijde van Johann Maria Farina (die natuurlijk eigenlijk Giovanni Maria heette) werd gebruik gemaakt van stevige champagne-achtige mandflessen om Farina’s parfums naar de internationale jetset te vervoeren.

Beleving

Image result for mousserende wijnen Kun je aan de hand van de respectievelijke geluiden van belletjes in mousserende dranken horen of er een glas champagne, goedkope cava of bruiswater ingeschonken wordt? Het lijkt een hypothetische vraag maar het is wel degelijk onderwerp van onderzoek voor de Britse wetenschapper Charles Spence (1969). Als experimenteel psycholoog is hij verbonden aan de universiteit van Oxford waar hij een eigen laboratorium heeft. Daar bedenkt hij, al dan niet betaald door de voedings- en drankindustrie, onorthodoxe tests om multizintuigelijke ervaringen in combinatie met eten en drinken te toetsen en te interpreteren.

De zintuigen staan dan ook centraal in zijn nieuwste boek ‘Gastrofysica, de nieuwe wetenschap van het eten’ (Prometheus, 2017). Het blijkt namelijk, zegt Spence, dat wat we in de mond waarnemen in belangrijke mate afhankelijk is van omgevingsfactoren en subjectieve zaken als associaties, herinneringen en emoties. Neem nu het gehoor. In één van zijn eerdere onderzoekingen bewees Spence dat mensen het idee hadden dat chips verser zijn als het knapperende geluid dat ontstaat als je in een chipje bijt, versterkt wordt. In diezelfde lijn ligt het experiment van chefkok Heston Blumenthal van The Fat Duck in Bray. Met geluid als culinair ingrediënt creëerde hij een gerecht met zeebries en golven op de achtergrond (d.m.v. erbij geserveerde oortjes). Zijn ‘Sound of the Sea’ werd de signature dish van het befaamde restaurant.

De invloed van met name muziek op het aankoopgedrag van consumenten is overigens al langer bekend, mede door grootschalig marketingonderzoek op de wijnafdeling van supermarkten. Als er Franse (accordeon)muziek werd gespeeld, kochten mensen, zonder zich daarvan bewust te zijn, meer Franse wijnen. Als er Duitse Bierkellermuziek op de achtergrond klonk, werden er meer Duitse wijnen gekocht.

Manipulatie? Misschien, maar ook een prachtig creatief snijvlak op het gebied van kookkunst, (auditief en visueel) design en psychologie. Je hoeft er als kok niet direct een theaterstuk van te maken, maar wees je ervan bewust, zegt Spence, dat eten en drinken niet alleen gaat om wat je op je bord of in je glas hebt, het gaat erom wat er ‘naast’ ligt, om de beleving. Alle zintuigen doen daaraan mee, die beïnvloeden de manier waarop je het voedsel en de drank ervaart. Het maakt dus verschil of je wijn uit een zwart glas drinkt zodat je de kleur niet ziet of uit een doorzichtig glas, wat verwachtingen schept. Het maakt verschil of je met houten, metalen of zilver bestek eet, of gewoon met je vingers. De perceptie van eten aan een ronde tafel is anders dan die aan een rechthoekige. En alle culinaire inspanningen ten spijt: het blijkt dat de meeste mensen slecht onthouden wàt ze in een restaurant precies gegeten hebben, maar wel of de sfeer goed was en of ze een leuke avond hebben gehad.

Terugkomend op de eerst gestelde vraag: Champagnehuis Krug heeft een porseleinen gehoorschelp ontwikkeld die precies past op een flûte van glasfabrikant Riedel. Deze ‘misthoorn’ versterkt het geluid van het gepruttel van de belletjes in het glas. Benieuwd wat er gebeurt als we in datzelfde champagneglas met de Krugschelp, zoals hij ook wel heet, goedkope cava of bruiswater schenken….

Een glaasje Madeira…

madeira wijngaarden

In alle soorten glazen worden ze geschonken, de Madeirawijnen. Op terrassen en in cafeetjes krijgen we ze geserveerd in een champagneglas, een cognacglas en in een ‘gewoon’ wijnglas. In alle kleuren, met en zonder ijs, licht gekoeld en op kamertemperatuur. Alsof het niet uitmaakt. Maar als we iets geleerd hebben na een week bezoeken afleggen (en proeven, proeven, proeven) bij de meest vooraanstaande wijnhuizen van Madeira, is dat de wijnen bijzonder rijk geschakeerd zijn, zowel in geur, kleur en leeftijd: ze kunnen meer dan honderd jaar oud worden! “Een glaasje Madeira…” verder lezen

Eerbetoon

Er is geen wijngaard te zien langs de lange Rue des Vignes. De weg die we nemen naar Nogent-sur- Seine, een uur rijden ten oosten van Parijs, loopt dwars door de velden. Het plaatsje was me onbekend totdat ik hoorde over het Musée Camille Claudel dat daar eerder dit jaar de deuren opende. Eindelijk, gerechtigheid! dacht ik. De Franse beeldhouwster (1864-1943) heeft meer bekendheid gekregen als muze, pupil en geliefde van de grote Auguste Rodin (1840-1917) dan zij als collega-kunstenaar zocht en verdiende. Haar tragisch verlopen leven heeft haar verder in de vergetelheid van de (kunst)geschiedenis gebracht: de laatste dertig jaar van haar leven verbleef ze gedwongen in een psychiatrische inrichting, achtervolgd door waanbeelden en volkomen geïsoleerd. “Eerbetoon” verder lezen

Collioure 2017

Sint Vincentius is de patroonheilige van de wijnbouwers. Dat hij ook dakdekkers, zeelieden, handelaars en kuipers beschermt is mooi meegenomen, maar geldt hier als terzijde. Zijn naamdag valt op 22 januari en volgens het volksgeloof zou dat het moment markeren waarop de wijnstokken ‘ontwaken’ uit de winterse rust. Maar er zijn blijkbaar meer heiligen die Vincent heten. Zo delen we drie dagen in de vreugde van de lokale bevolking van Collioure, een beeldig kustplaatsje in het zuidwesten van  Frankrijk, dat al een paar honderd jaar midden augustus St. Vincent herdenkt, de beschermheilige van het stadje. “Collioure 2017” verder lezen

Roze

fifty shades of rose

Of het nu de zomerse temperaturen zijn of de uitnodigende kleurtjes, ik weet het niet, maar dezer dagen gaat er in onze keuken of op het terras verrassend vaak een fles rosé open. Soms als aperitief, soms als maaltijdwijn en hoera, ook als er iets te vieren is!

Rosé is niet de gemakkelijkste wijn, dat wil zeggen, als je een goede wil maken. Dat heeft er lang aan ontbroken want rosé werd voornamelijk in de zomer gedronken. “Roze” verder lezen