Eerbetoon

Er is geen wijngaard te zien langs de lange Rue des Vignes. De weg die we nemen naar Nogent-sur- Seine, een uur rijden ten oosten van Parijs, loopt dwars door de velden. Het plaatsje was me onbekend totdat ik hoorde over het Musée Camille Claudel dat daar eerder dit jaar de deuren opende. Eindelijk, gerechtigheid! dacht ik. De Franse beeldhouwster (1864-1943) heeft meer bekendheid gekregen als muze, pupil en geliefde van de grote Auguste Rodin (1840-1917) dan zij als collega-kunstenaar zocht en verdiende. Haar tragisch verlopen leven heeft haar verder in de vergetelheid van de (kunst)geschiedenis gebracht: de laatste dertig jaar van haar leven verbleef ze gedwongen in een psychiatrische inrichting, achtervolgd door waanbeelden en volkomen geïsoleerd. “Eerbetoon” verder lezen

Montmartre

tekening vignoble montmartreVanaf de straat is er nog niet veel te zien in dit prille voorjaar. Bovendien ligt hij tegen een helling, de oudste wijngaard van Parijs. Heraangelegd in 1932 als eerbetoon aan vroeger tijden toen Montmartre nog een boerendorp was (dat in 1830 werd geannexeerd door de zich uitbreidende stad) en de omgeving voornamelijk bestond uit molens en wijngaarden. Die leverden indertijd heel behoorlijke wijn op, naar verluidt zelfs concurrerend met Bordeaux en Bourgognewijnen. “Montmartre” verder lezen

Ambassade du Vin

in de moulin rougeNog onkundig van de tragiek van zijn leven was ik al in mijn tienerjaren een fan van de Franse kunstschilder (en lithograaf) Henri de Toulouse Lautrec. Dat had twee redenen. In de eerste plaats vanwege zijn werk natuurlijk. Zijn bordeelscènes en levendige can-canmeisjes verschaften mij op geoorloofde wijze (Kunst! Cultuur!) een heimelijke blik achter de schermen van het bruisende Parijse nachtleven eind 19e eeuw. Ik dweepte met zijn affiches en moest lachen om de onverholen spot in schilderijen als ‘Meneer, mevrouw en de hond’. SAMSUNG CAMERA PICTURES

Ook de persoon De Toulouse Lautrec sprak tot mijn verbeelding. En dan met name zijn wandelstok, net als zijn beschermende hoed een onmisbaar attribuut. De wandelstok was namelijk uitgehold en gevuld met… drank. Wijn, port, cognac, whisky, het lijkt erop alsof het niet uitmaakte wat erin zat, zolang het maar alcohol bevatte. Hoe verzin je het, dacht ik destijds, onder de indruk van deze inventiviteit. Wat ik toen nog niet wist is dat De Toulouse Lautrec aan het eind van zijn leven zwaar alcoholicus was. Na zijn delirium tremens in maart 1899 stond hij onder permanente bewaking en was het drinken hem verboden.

PhotolautrecHet is verleidelijk om te denken dat het geen toeval was, dat Henri de Toulouse Lautrec tijdens een zware onweersbui in Albi in november 1864 werd geboren. Sterker, hij stierf ook in zwaar weer, in september 1901, slechts 37 jaar oud, amper 1.50 m groot, lijdend aan syfilis en half verlamd. Een stormachtig leven heeft hij in elk geval gehad. Zijn broze gezondheid was zeer waarschijnlijk het gevolg van inteelt. Zijn ouders waren  behalve vermogend en van adel, ook volle neef en nicht van elkaar. Henri de Toulouse Lautrec zou altijd wat koketteren met zijn voorname afkomst, al was het maar door er een karikatuur van te maken. Want als volwaardige adel telde hij niet meer mee nadat hij als gevolg van twee niet helende botbreuken, op zijn dertiende ophield met groeien. Zijn verdere leven werd bepaald door zijn voorkomen als dwerg: kort en vervormd, en verder sterk bijziend, met een grote neus en dikke lippen.

Tekenen en schilderen kon hij echter fantastisch en in die richting bekwaamde hij zich dan ook verder. Bovendien beschikte De Toulouse Lautrec over een vileine humor en een grote mate van zelfspot, beide belangrijk als overlevingsstrategie (hoewel hij later, mede door de drank, verbitterde). Verstoten als aristocraat maar begiftigd met meerdere talenten, trok De Toulouse Lautrec begin jaren 1880 naar Parijs waar hij zich na enige tijd vestigde in het trendy Montmartre. Daar leerde hij onder meer de satirische cabaretier Aristide Bruant kennen. De Toulouse Lautrec voelde zich thuis in het burleske nachtleven, in de allengs beroemder wordende Moulin Rouge, tussen prostituees en in bordelen. De poster die De Toulouse Lautrec in opdracht van Bruant ontwierp, is exemplarisch voor het Parijse cabaret van rond de eeuwwisseling geworden. Die stijl en dat gegeven hebben vriendin Anda Kouwenhoven (1957-2014) kort voor haar overlijden, geïnspireerd om het ambassadeurschap van de wijn te verbeelden.

Aristide BruantToulouse Lautrec Malroméanda aristide

Henri de Toulouse Lautrec ligt begraven bij het familiekasteel Malromé.

Weelderig

Zou hij van lichte rode wijn gehouden hebben? Dat is natuurlijk niet hetzelfde als rosé maar in vroeger tijden was de clairet (inderdaad een eenvoudige, lichte rode Bordeauxwijn) overal erg populair. Toch denk ik dat onze Vlaamse meester Peter Paul Rubens (1577-1640) de voorkeur gaf aan iets stevigers. Een volle rode wijn met voldoende tannines om qua structuur overeind te blijven. Krachtig als zijn schilderijen en weelderig als zijn figuren, met een rijk bouquet waarin je allerlei aroma’s kunt herkennen. Als hij zich die moeite gegeven zou hebben.

bacchusZijn Bacchus, het schilderij waar hij bijna drie jaar aan werkte en dat hij vlak voor zijn dood voltooide, doet dat in ieder geval niet. Zittend met zijn vadsige gat op een houten vat, domineert de Griekse god van de wijn het tableau. Hij laat zich ruimschoots bijschenken door een dame met een wulps ontblote borst. Witte wijn, overigens. De faun die achter hem is afgebeeld, bekommert zich niet om hedendaagse manieren en zet de kruik met wijn aan zijn mond. De kindjes, de een gulzig om wat druppels op te vangen, de ander gretig om wat druppels te lozen, delen in de blijmoedige overgave.

Rubens was niet alleen een begenadigd schilder, hij was ook een slimme zakenman en een internationaal gerespecteerd diplomaat. Toch is zijn naam vooral ook verbonden met een bepaald type, de zogenaamde rubensfiguur. Dat is eigenlijk altijd een vrouw, met weelderige vormen. En het zijn die mollige, voluptueuze contouren die menige man inspireren om een wijn te beschrijven. Hoe smaakt een rondborstige wijn?

rubenstuinIk kom erop omdat ik onlangs, op een van de afgelopen zonnige dagen, op het dakterras zat van het gebouw dat uitkijkt op de tuin van het Rubenshuis aan de Wapper in Antwerpen. Genietend van het weer, de tuin, het uitzicht over de stad en nippend aan een glas rosé. De wijn was eenvoudig, maar hij deed op dat moment precies waarvoor hij was geopend: fris en fruitig zijn, en lekker koel. Daar waren verder geen rubensiaanse termen voor nodig.

Love is in the air, and in the bottle!

Het schrijven van blogs heeft zo zijn aardige kanten. Nog los van de leuke reacties die ik geregeld krijg, gaat er soms een zekere impuls van uit, een stimulerende werking. Dat, althans, moet ik opmaken uit de daad van liefde waartoe mijn vorige blog Verloofde aanzette.

Het stukje ging onder meer over de mondafdruk van gelippenstifte dames op een wijnglas, meer in het bijzonder de mijne. Oogt niet altijd even aantrekkelijk. De Zwitserse kunstenares Sophie Fleury ontwierp op uitnodiging van Moët et Chandon voor de prestigieuze Dom Pérignon champagne een luxueuze glazenset in een charmante versie: onuitwisbare mooie gevormde roze lippen op de flûtes. Een collectoritem ondertussen.

Een mooi cadeau, dacht Verloofde (de schat!), en speurde www af. Volhardend keurde hij de ene na de andere cadeauset, tot hij vond wat hij zocht.

Net na kerstmis werd een doos bezorgd. Gebeurt vaker, er gaat veel wijn doorheen, voor de cursussen en workshops die we geven, uiteraard. Hoewel er bij ons natuurlijk ook wel eens een flesje opengaat.

Deze doos was echter aan mij persoonlijk gericht. Nietsvermoedend, werkelijk, de bruine kartonnen verpakking verraadde niets, maakte ik hem open. Om er vervolgens een kleinere doos in aan te treffen, een prachtige geschenkverpakking. Love stond er in zwierige roze letters op. En in de doos, op een gewatteerde laag, lag een fles Dom Pérignon 1998 Rosé te pronken en lonken. Een vintage dus (of millésimé, in het Frans), dat wil zeggen dat alle gebruikte druiven van dat jaar dateren. De meeste champagnes hebben geen jaartal omdat ze zijn samengesteld uit verschillende jaargangen en blends, overigens altijd bestaande uit de enig toegestane druivenrassen pinot noir, pinot meunier en chardonnay. 1998 was een bijzonder jaar, met zeer hoge temperaturen in augustus, waardoor veel druiven ‘verbrandden’ en extreme regenval in september, als gevolg waarvan de oogst werd uitgesteld. Daarna brak rustiger weer aan en ontwikkelden de druiven zich alsnog geweldig. Zo goed, dat 1998 een vintagejaar werd.

Maar dat was niet alles. In de doos lagen ook twee fraaie flûtes met op het linkerglas LO en rechterglas VE gesigneerd (in roze!), een ontwerp van de Amerikaanse actrice en filmmaakster Zoë Cassavetes.

De Love box kwam vorig jaar rond Valentijnsdag in beperkte oplage op de markt. Romantisch idee, maar ik denk niet de fles dat redt, tot 14 februari 2012. Of liever, de fles wel, maar ik niet. Ik weet zomaar nog een paar uitstekende gelegenheden voor die tijd…

Prettige jaarwisseling en op een sprankelend nieuw jaar!

Vijf flessen en een vaatje

Natuurlijk ben ik niet de enige die zich afvraagt welke wijnen er gedronken worden op het beroemde schilderij van Auguste Renoir, ‘Le déjeuner des canotiers’ uit 1881. Wat heet, er zullen geen boeken over vol geschreven zijn, maar ik mijmer graag weg bij het schilderij en maak zo mijn eigen voorstelling. Als er één stroming in de schilderkunst is die je daartoe uitnodigt, is het wel het impressionisme.

Het tableau is levendig. De vrienden van Renoir hebben het naar hun zin tijdens de lunch aan het water. De bootjes (canotiers) op de achtergrond benadrukken de zomerse, ongedwongen sfeer die het gezelschap uitstraalt, gezellig kletsend, spelend en lachend onder de luifel van een uitspanning aan de oever van de Seine. Op tafel staan fruit, glazen (leeg!) en wijnen schijnbaar ongeordend door elkaar. Er zijn relatief veel flessen, ik tel er vijf, en een vaatje. Dat verklaart mogelijk de goede luim.

Gebotteld was de wijn dus al wel. Voor ons is dat vanzelfsprekend, maar dat gebeurde op grote schaal pas vanaf ca. 1860. Toen kregen de wijnen ook hun geschreven of gedrukte etiket. Voor die tijd werd de wijn verkocht in vaten waarop een etiket kleefde, en werd hij geserveerd in karaffen. Op het schilderij zien we etiketloze flessen, sommige voorzien van een kurkachtige stop of dop. Dat doet vermoeden dat het om een kwaliteitswijn gaat en niet een uit een vat getapte tafelwijn, per definitie eenvoudig qua smaak en structuur.

Een etiket is het paspoort van de wijn. In de 19e eeuw was het nog niet aan regelgeving gebonden, tegenwoordig is er ook een achteretiket nodig om alle informatie kwijt te kunnen, zoveel verplichte nummers moeten erop. Natuurlijk, het informeert de consument zo goed mogelijk. ‘Wijn’ is als begrip te algemeen dus nadere productinformatie is noodzakelijk, al valt er over sommige aanduidingen te discussiëren. Dat doe ik dan ook graag een volgende keer. Voor de wijnmaker of producent is het etiket tevens een verkoopmiddel waarmee hij/zij een bepaalde sfeer kan meegeven.

Terug naar het schilderij. Ambiance genoeg, ook zonder etiketten op de wijnflessen. Daarom gis ik maar wat de vrienden van Renoir gedronken zouden kunnen hebben op die zwoele zomermiddag. Rood, zo te zien en ik stel me een mooie Beaujolais voor, of een soepele en licht fruitige Chinon uit de Loire. En als ik dan toch mijn eigen voorstelling maak, denk ik mijzelf erbij.