Zuid-Afrika (2): uitdaging

‘Het zijn echte apenkoppen, de bobbejane’, zegt Bartho Eksteen, ook wel bekend als Mr. Sauvignon blanc. Hij ontvangt ons in zijn nieuwe domein Wijnskool in de Hemel en Aarde Vallei (Hermanus). Stel je in dit geval van domein nog niet veel voor. Het woonhuis wordt verbouwd, de wildernis eromheen gekapt en de winery is in aanbouw. Terwijl wij een aantal wijnen proeven, maakt Bartho’s zoon met een revolverschot in de lucht duidelijk wie de baas is. ‘Dat houdt ze een weekje op afstand,’ zegt Bartho, ‘daarna komen ze weer terug. Voor je het weet staan ze voor het keukenraam, ze zijn zo nieuwsgierig. Maar in de wijngaard richten ze echt schade aan. Dat ze de druifjes opeten is tot daar aan toe, maar ze breken de wijntakken af. De sapstroom wordt daardoor onderbroken. Dat betekent dat ik de rank opnieuw moet snoeien. Het kost me twee jaar voordat die plant weer meedoet.’ “Zuid-Afrika (2): uitdaging” verder lezen

Een ontmoeting

Ze straalt een voorname eenvoud uit, zoals ze daar op de patio van het domein zit. Volkomen op haar gemak, met een glas wijn voor zich. Ik loop op haar toe en stel me voor. We zijn zojuist gearriveerd in het noord-Italiaanse plaatsje Rocchetta aan de rivier Tanaro in Piemonte, en logeren in een van de appartementjes die als B&B bij het domein behoren. ‘Barbara’, antwoordt ze, terwijl ze me charmant de hand schudt en me vriendelijk maar vorsend opneemt. Dan gaat er een belletje bij mij rinkelen. Het is de markiezin zelf, Barbara Marchesa Incisa della Rocchetta. “Een ontmoeting” verder lezen

Volgende generatie

Vertikale proeverij Dautel, mei 2015Het is altijd even afwachten hoe je elkaar de volgende ochtend aantreft na een levendige, lange avond aan tafel, met een glas of twintig, per persoon. Gelukkig zijn we professionele proevers en waren de spuugemmertjes voller dan de glazen. Dus het weerzien met Christian Dautel is ’s ochtends fris en hartelijk. Hij is ruim een hoofd groter dan ik, bijna de helft jonger en een stuk hipper, met zijn in staart gebonden rasta haar en wenkbrauwpiercing. Niet het prototype van een Duitse wijnboer zou je zeggen…

Badense wijngaarden in de lenteVerloofde en ik zijn op wijntournee in het zuiden van Duitsland. Daar brengen we onder andere een bezoek aan Weingut Dautel, vlakbij Württemberg in Baden, een bij ons wat minder bekende wijnregio. Plaatselijk bestaan er allerlei grapjes over waarom de streek niet zo bekend is (de inwoners zouden hun eigen wijn opdrinken zodat er niks meer overblijft om elders aan de man te brengen) maar dat kan ook zijn omdat buitenstaanders niet allemaal gecharmeerd zijn van de lokaal populaire druif, de trollinger. De bleekrode wijn die hiervan gemaakt bekoort mij ook minder.

Ernst und Christian Dautel in den Weinbergen
Ernst en Christian Dautel

Wel lekker en verrassend vind ik de rode wijnen van de lembergerdruif (blaufränkisch in Oostenrijk). Sinds de modernisering van de wijnbouw in deze streek (jaren 1980) is de kwaliteit daarvan, net als andere rode en witte druiven, sterk verbeterd. De vader van Christian, Ernst Deutel, heeft in dit proces een pioniersrol gespeeld. Komend uit een eeuwenoude wijnfamilie, besliste hij als jonge wijnmaker zijn eigen koers te varen. Hij verminderde de opbrengst en legde zich toe op kwaliteit, terwijl in die tijd de kwantiteit vooral primeerde. Ten tweede liet hij zijn rode wijnen op hout rijpen. En last but not least stapte hij uit de regionale coöperatie om meer vrijheid te hebben. Dergelijk rebels gedrag stond in die tijd ongeveer gelijk aan een echtscheiding. Zijn eigenzinnigheid werd hem niet in dank afgenomen, zeker niet omdat zijn vader één van de oprichters van de coöperatie was. Maar Ernsts koers hield stand, sterker, zijn manier van wijnbouw vond navolging en Weingut Dautel groeide uit tot een bloeiend bedrijf.

Christian DautelDaar zwaait sinds twee jaar zoon Christian (30) de scepter. Goed opgeleid, met internationale wijnervaring en een enorme gedrevenheid, weet hij hoe hij zijn eigen wijnen wil maken. Ook hij is een liefhebber van houtrijping, al mag het niet te veel zijn. Vergelijk het met het snufje zout in bepaalde gerechten, het moet juist zijn. In een mengeling van zangerig Duits en conveniant Engels memoriseren we nog even de voortreffelijke proeverij van gisteren waarna hij ons rondleidt op het domein. Daar ontmoeten we ook zijn ouders, Ernst en Hannelore. ‘Werken ze nog mee in het bedrijf?’ vraag ik Christian. ‘Ik ben mijn ouders veel verschuldigd en zou het bedrijf niet kunnen leiden zonder hen.’ Dan lacht hij. ‘Maar de rollen zijn omgedraaid. Ik mag nu de rekeningen betalen, en zij zijn mijn enige personeel.’

Rariteiten en andere kabinetten

Had ik geweten dat de vriendelijke patron van het restaurant ook de eigenaar was van een van Duitslands meest gerenommeerde wijnhuizen in de Rheingau, dan had ik allicht meer schroom aan de dag gelegd. Maar nadat hij enkele malen belangstellend aan ons tafeltje is komen praten, over het eten en de wijnen, en ik een kleine maar leuke wijnbestelling heb geplaatst, kan ik het niet laten. ‘Mag ik met u mee naar de kelder?’ vraag ik. Hij kijkt me verbouwereerd aan, schuttert wat (‘Es gibt nicht viel Besonderes…’) en geeft zich dan gewonnen. ‘Bitte, kommen Sie mit.’

Ik loop achter Heinrich Breuer, zoon van oprichter Georg Breuer van het gelijknamige Weingut in Rüdesheim aan. We gaan drie trappen af, twee deurtjes door en vier sleutels later staan we in de kelder onder het restaurant, in het zogenaamde Raritätenkabinett. In de 17e eeuw was een kabinet de werkkamer van een vorst of minister. In de loop der tijd krijgt het woord meerdere betekenissen en één daarvan verwijst naar een verzameling of museum. Een collectie curiosa dus,  zo’n rariteitenkabinet, waarin van alles kan  staan, van zeldzame exemplaren tot merkwaardige (kunst)objecten die alleen door kenners of liefhebbers worden geapprecieerd.

ApostelweinIn dit geval gaat het om bijzondere wijnen natuurlijk. En hoezo ‘nichts Besonderes’? Een schat aan wijnen! De oudste dateert van 1727. Het is de bekende Rüdesheimer Apostelwein (te koop voor € 2.500 voor een flesje van 0,35 l). De wijn is afkomstig uit een van de twaalf apostelvaten in de vermaarde Ratskeller onder het stadhuis van Bremen (in het noorden van Duitsland), daterend uit de 14e eeuw en daarmee oudste wijnkelder van het land. Sinds de jaren 1960 is stapsgewijs en in kleine oplagen een aantal (halve) flesjes afgevuld met de 1727 wijn en in de handel gekomen. Hoewel er in Bremen nog een vat met wijn uit 1653 staat, wordt daar niet meer van getapt. Dat maakt de Rüdesheimer Apostelwein 1727 tot vermoedelijk de oudste wijn op fles. En die blijkt nog drinkbaar ook (zij het soms heel kort), zo is op een aantal prestigieuze proeverijen vastgesteld.

En die staat hier dus zomaar op de wijnkaart van het Raritätenkabinett bij Georg Breuer. Deze zeldzame exemplaren liggen in een door een hekwerk en hangslot afgesloten gedeelte van de kelder. Aan de buitenkant valt er niet veel te zien want ze zijn in karton verpakt. Niet alleen om het etiket tegen schimmel te beschermen maar ook om diefstal te voorkomen, vertelt Heinrich met een spijtige glimlach. Elk karton is voorzien van een code die alleen door Heinrich en de keldermeester gekend is.

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, wandelen we daarna door de jaren, geordend aan de hand van bestofte wijnflessen. Het is behoorlijk fris in de kelder, zo’n 10° C. Ideaal voor de wijnen, vertelt Heinrich, maar minstens zo belangrijk om ze goed te kunnen bewaren is dat de temperatuur constant blijft.

We rukken op naar de 20e eeuw en komen aan bij de geboortejaren van mijn kinderen. Ik koop voor elk een fles met de bedoeling die verder te laten rijpen tot de gelegenheid er is de wijn te schenken. Zowel om te geven als te drinken. Verheug me er nu al op!

Waarom wij geen Zwitserse wijn drinken…

Het is een stralende dag in Montreux. Eind maart,  nog vroeg in het seizoen. Er zijn nog niet veel toeristen, filmliefhebbers of jazzfanaten, al trekt het in brons gegoten beeld van Freddie Mercury, uitkijkend over het meer van Genève, altijd publiek.

Ik logeer bij vrienden. Ze wonen even buiten het centrum, de berg op, vlak onder de oude Saint-Vincentkerk. Sint Vincentius is de patroonheilige van de wijnbouwers en die heeft hier heel wat te beschermen. Zwitserland mag dan op wijngebied een onbekend land zijn, dat wil niet zeggen dat er geen wijn gedronken wordt. Integendeel. Overal zijn wijngaarden en er wordt jaarlijks ruim 1 miljoen hectoliter geproduceerd. Alleen vindt slechts een paar procent daarvan zijn weg naar het buitenland. Waar blijft die Zwitserse wijn? Drinken ze het allemaal zelf op?

‘Mais non!’ lacht Vincent (what’s in a name?) Rossier, wijnmaker te Montreux. ‘Ik ontken niet dat wij Zwitsers graag wijn drinken maar het is eerder een volumeprobleem. We produceren domweg te weinig om enigszins rendabel te kunnen exporteren.’

Net als in de Bourgogne zijn er in Zwitserland veel kleine wijngaarden. Het domein van Vincent Rossier beslaat ook slechts ca. 3,5 ha, verspreid over verschillende wijngaarden, waaronder een charmant veldje naast voornoemde kerk. Een steil stukje ook, zoals de meeste wijngaarden hier. Daardoor kan er nauwelijks machinaal geplukt worden. Handmatig oogsten is arbeidsintensief dus dat maakt de wijnen ook duurder.

Als we binnen komen, dat wil zeggen, het trappetje afdalen naar de cave waar een deel van zijn wijnen ligt opgeslagen, is Vincent juist bezig monsters te nemen die daarna op hun sulfietgehalte onderzocht worden. Sulfiet, eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende zwaveldioxiden, wordt als conserveermiddel gebruikt bij de wijnbereiding. De hoeveelheden zijn streng gereglementeerd en staan verplicht op het etiket indien er meer dan 10 mg per liter toegevoegd is.

‘Gaat er evenveel sulfiet bij rode als bij witte wijn?’ vraagt vriendin geïnteresseerd. ‘Nee,’ zegt Vincent terwijl hij wat proefglazen pakt, ‘in rode wijn zitten meer tannines, die fungeren ook als bewaarmiddel.’ ‘Ah,’ antwoordt vriendin verheugd, ‘dan is rode wijn dus gezonder dan witte.’ Ze houdt meer van rode.

Desondanks proeven we verschillende jaargangen van zijn witte wijn (uit een plastic maatbeker), gemaakt van de chasselas druif, de meest aangeplante witte druif in Zwitserland. Voor zijn eigen plezier experimenteert Vincent daarnaast met allerlei druivenvariëteiten. Bij wijze van primeur laat hij ons zijn eerste oogst gewürztraminer proeven. Verrassend lekker fris en prachtig aromatisch. Daar willen we wel een paar doosjes van bestellen. Vincent begint opnieuw te lachen. ‘Dat zal niet gaan. Ik maak hier maar een paar honderd flessen van. En die heb ik eigenlijk al exclusief aan het restaurant aan de overkant beloofd…Eh, dus toch een beetje voor ‘eigen’ gebruik’, knipoogt hij.

We kopen wat andere wijnen maar pas bij thuiskomst zie ik dat de flessen 70 cl bevatten, in plaats van de in Europa voorgeschreven 75 cl. Lekker eigenwijs, die Zwitsers. Het zal dan ook niet voor niets zijn ze geen deel uitmaken van de EU…

Wie delen de lakens? Vrouwendag en wijn

vrouwen in de wijn

Vrouwen in de wijnwereld, het is allang geen uitzondering meer. Gelukkig maar. Ze zijn ceo’s van tophuizen, vakkundige sommeliers, vernieuwende wijnmakers en vooraanstaande wijnschrijvers. De tijd dat wijn uitsluitend een mannenbastion was, ligt dus definitief achter ons. Dat heeft minder met (gebrek aan) kennis en talent van vrouwen te maken, en meer met emancipatie en sociale aanvaarding. Want beter ontwikkelde smaak- en geurorganen om wijnen te proeven en te beoordelen, hadden vrouwen altijd al.

Op het gevaar af dat de helft van de lezers afhaakt bij het woord emancipatie, wil ik daar, op deze Internationale Vrouwendag, toch iets over zeggen. Het succes van enkele ‘veuves’ (zoals de weduwes Clicquot en Pommery) in vorige eeuwen ten spijt, was de zichtbare rol van de vrouw bij het wijnproces vroeger quasi onbestaand. En dan laat ik gemakshalve het natte-dromen-beeld van vrouwen met opgetrokken rokken die dansend de druiven met de voeten treden, even buiten beschouwing. Evenals de pluksters die, met gebogen ruggen (een iets minder erotiserend beeld), de druiven oogsten. Dat deden de mannen ook.

Emancipatie en sociale aanvaarding dus. De Internationale Vrouwendag komt voort uit de massale protestacties die vrouwen begin 20ste eeuw wereldwijd voerden tegen de slechte arbeidsomstandigheden. Niet alleen voor het stemrecht is er gestreden. Onderdrukking en discriminatie van vrouwen is in een aantal landen nog steeds aan de orde maar het demonstratieve karakter van de Internationale Vrouwendag is in de loop van de afgelopen honderd jaar wat meer naar de achtergrond  verdwenen. Hingen de vrouwen in de jaren zeventig nog witte lakens uit de ramen om solidariteit met hun seksegenoten te betuigen, nu is 8 maart meer gericht op samenwerking, en eerder een dag voor de vrouw. Daarom is er vandaag bijvoorbeeld alleen muziek van vrouwelijke componisten op een aantal klassieke radiozenders te beluisteren. Daarom zijn verschillende kranten en bladen die vandaag verschijnen uitsluitend door vrouwen gemaakt.

De geschiedenis hoeft niet herschreven te worden om de vrouwelijke stem geluid te geven maar het helpt wel als vrouwen zelf hun verhaal kunnen vertellen en gehoord worden. Vorig jaar had ik het genoegen de bevlogen Italiaanse wijnproducente Teresa Lungarotti te ontmoeten in Verona, tijdens de grote Vinitalybeurs. Samen met haar zuster Chiara bestiert zij de Lungarotti Group in het Italiaanse Umbrië. Ik vroeg haar onder meer of er verschil is in de manier waarop mannen en vrouwen wijn maken. Ze begint te lachen. “Wij kijken anders, we proeven anders en maken dus andere keuzes. Niet minder zakelijk, we staan aan het hoofd van een grote onderneming, maar anders.’ Ze denkt even na. ‘Misschien leggen we er meer gevoel in… ‘ Op mijn vraag of haar echtgenoot ook in de wijn zit, lacht ze opnieuw. ‘Nee, hij heeft gelukkig een ander beroep gekozen. Dat scheelt toch een hoop strijd.’

‘Probably the best wine in the world’

‘Bel maar even als je bij Bar Europa bent, dan kom ik jullie halen,’ zegt Trente Hargrave in het Engels door de telefoon als ik onze afspraak voor morgen bevestig. ‘Hier is geen GPS tegen bestand,’ voegt ze er lachend  aan toe.

Ze heeft gelijk. De volgende dag rijden we achter haar aan, nog geen 500 meter, maar het is een heuveltje af, een aantal andere op, links, rechts, langs een droog gevallen rivier die in de winter als gevolg van hevige regenval niettemin voor overstromingen zorgt, kortom, laverend over onverharde paden, tussen stenen, gaten en wijngaarden, bereiken we domein Terre di Trente, aan de voet van de Etna.

Terre di Trente… Wat brengt Filip Kesteloot, een Brusselse galeriehouder, ertoe om samen met zijn Amerikaanse echtgenote Trente op Sicilië een wijngaard te beginnen? Filip onderdrukt een lach. ‘Het leven loopt zoals het loopt,’ zegt hij filosofisch. Feit is dat Filip en Trente in 2004 hier een oude wijngaard kochten. De eerste 1000 flessen die ze bottelden en cadeau deden aan vrienden en relaties, leverden zoveel positieve reacties op dat ze besloten zich verder in de wijn te verdiepen. En dat is, zoals dat vaker gaat, een beetje uit de hand gelopen.

Kleinschalig maar professioneel hebben Filip en Trente inmiddels drie wijngaarden. Ze hebben de nodige kennis van zowel het Italiaans als het maken van wijn opgedaan en een deskundige wijnmaker in dienst genomen, Franco Mazzola (Tenuta delle Terre Nere), die als één van de beste op Sicilië geldt. Met resultaat.

‘En in die paar jaar maken jullie ‘Probably the best wine in the world’? vraag ik Filip glimlachend, hun slogan citerend terwijl we de nerello mascalese 2008 proeven, de huisdruif van dit gebied. Hij lacht deze keer onverholen. ‘Het is een grap, maar sommige mensen nemen het serieus. Het is een knipoog naar het Deense Carlsberg dat van zichzelf zegt dat ze ‘Probably the best beer in the world’ maken. Wel eens hun bier gedronken? vraagt Filip retorisch. ‘Niet slecht hoor, maar ik dacht, in alle bescheidenheid, als zij dat predicaat al hanteren voor hun middelmatig biertje, dan mogen wij dat toch wel doen met een goede wijn?’ Hij lacht voluit.

Het moet gezegd, Filip en Trente maken prachtige wijnen. Vooralsnog voornamelijk rode en  gedeeltelijk afkomstig van kleigrond. En dat is bijzonder in dit vulkanisch gebied. ‘We blenden onze wijnen, daarmee combineren we het beste van wat de verschillende terroirs de druiven geven,’ zegt Filip. ‘Het geeft de Terre di Trente wijnen een volle, ronde smaak, structuur en balans’

We zijn het eens. Terwijl we verschillende jaargangen proeven, valt mijn oog op de veranderde etikettering. Aanvankelijk werd het getal 30 als hommage aan zijn vrouw Trente gebruikt maar sinds kort vormt een oude munt het logo. ‘Dat klopt,’ legt Filip uit. ‘Het is een afbeelding van Silenos, een volgeling van Dionysos, de god van de wijn. Het is één van de oudste munten ter wereld en verwijst naar de vruchtbare vulkanische gronden van de Etna. Ik zag er wel een mooie symboliek in. Hij wordt tentoongesteld in de Koninklijke Bibliotheek Albertina  in Brussel. Zo is ons cirkeltje toch weer rond!’

Feest in de Belgische wijngaard (1)

Vlamingen hebben er een nog rijkere uitdrukking voor dan Nederlanders: zij vallen met hun gat in de boter, Nederlanders vallen er met hun neus in. Maar de betekenis is hetzelfde: in beide gevallen heb je geluk, een buitenkansje. Dat hadden wij ook, toen we zondag 5 juni jl. door het Vlaamse Hageland reden, de streek rondom Leuven, Aarschot en Diest.

We waren op zoek naar domein Kluisberg in het landelijke dorpje Assent. Een terloopse kennismaking met hun (licht gekoeld geserveerde) rode Dornfelder op een Antwerps terras enkele dagen daarvoor, had ons nieuwsgierig gemaakt naar de rest van het assortiment. Door het fraaie Hagelandse landschap reden wij dus en stopten voor het als woonhuis ogende domein. Er klonk muziek. Een springkasteel stond klaar en er liepen kindertjes rond. De binnenplaats achter het huis werd droog gehouden met partytenten, in de toiletten was een ad hoc keukentje gemaakt en de opslagplaats was omgetoverd tot bar annex feestruimte. Was dit het wijndomein dat we zochten?

Eigenaar Jos Vanlaer begroet ons een beetje verontschuldigend. We treffen het, zegt hij lachend, het is de jaarlijkse Opendeurdag. Familie, vrienden, buren  en klanten komen van nabij en ver om onder het genot van een goed glas Kluisberger wijn, wat kaas en pensen van de bbq, de middag en avond met elkaar door te brengen. Buitenlui zoals wij zijn uiteraard ook van harte welkom, haast hij zich te zeggen. ‘Wat wenst u te drinken?’ vraagt hij vriendelijk.

We proeven een smakelijke pinot blanc en een verrassende kerner. Deze ook in Duitsland veel aangeplante druif is misschien minder aromatisch dan de riesling maar is kenmerkend door de muskaatachtige geur en pittige zuren. Terwijl de muzikanten zich inspelen en er steeds meer mensen binnendruppelen, maken wij een wandeling door de professionele wijngaard.

Hageland was in 1970 de eerste wijnstreek in België die officieel erkend werd (na een lange impasse want in de annalen gaat de wijnbouw hier terug tot 1450) en heeft sinds 1977 zijn eigen appellatie. Het domein Kluisberg, genoemd naar de heuvelrug van de berg ‘Kluisberg’ waar de familie Vanlaer begin jaren 1980 de eerste bescheiden druiven aanplantte, beschikt inmiddels over 3,5 ha wijngaard met verschillende druivenvariëteiten.

We keren terug naar het domein voor een laatste proefrondje, een mooie pinot gris en een fruitige  lemberger rosé. Ondertussen is het feest losgebarsten, flessen wijn worden aangesleept  en ook de worsten vinden gretig aftrek. Uitstekende ambiance, maar minder geschikt om de kelders te bezoeken. Naar verluid bewaarden vroegere kluizenaars daar hun wijnen… Daarom beloven we Jos en zijn vrouw Daniella bij het afscheid terug te komen. Wordt vervolgd dus.

In gesprek met Antonio Caggiano – Vrouwenbenen

Vrouwenbenen

Campanië is een rijk gebied. Je moet er alleen een beetje je best voor doen om dat ook te zien en ervaren. De natuur is het zuiden van Italië niet altijd goed gezind geweest, geteisterd als de regio was  door vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Economisch gesproken kampt het nog altijd met problemen en qua imago gaat het al decennialang gebukt onder tal van clichés, ook bij de Italianen zelf. En daar hebben ze ondertussen een beetje genoeg van, in Campanië.

“In gesprek met Antonio Caggiano – Vrouwenbenen” verder lezen

In gesprek met Sandro Lonardo – Garagewijnen

GARAGEWIJNEN

Van de vele lokale druiven in Campanië is de aglianico één van de weinige die als Taurasi wijn een internationale reputatie heeft kunnen opbouwen. We bezoeken, even buiten het gelijknamige plaatsje (dat is opgebouwd in en rond een middeleeuws kasteel), de ‘Contrade di Taurasi’ van wijnmaker Sandro Lonardo. Hij is voormalig professor klassieke talen die zich sinds zijn pensioen heeft toegelegd op het technisch vervolmaken van zijn rode aglianico druiven.

“In gesprek met Sandro Lonardo – Garagewijnen” verder lezen