Internationale borreltijd

Ik heb me grondig voorbereid op de vliegreis van een etmaal. In de hoop een deel van het traject slapend door te brengen, heb ik oordopjes, ooglapjes, een kussentje en slaappillen meegenomen. Om de kans op het vasthouden van vocht te minimaliseren heb ik in een ouderwetse kousenwinkel (ze bestaan nog!) de meest frivole steunkousen gekocht die ik kon vinden. En om het tijdsverschil te overbruggen, zetten verloofde en ik onze horloges alvast op de toekomstige tijd. Dat treft: op onze bestemming is het allang borreltijd. We bestellen twee glazen witte wijn en toasten op een voorspoedige vlucht. Het is half elf ’s ochtends.

Een mens zou er nog van aan de drank raken want het is natuurlijk altijd op de wereld wel ergens borreltijd, net zoals de zon gelukkig overal ergens op komt. Dat is wat mij betreft ook een van de aantrekkelijke aspecten van reizen, die relativiteit van het hier en nu.

Ons hier en nu is momenteel Australië. We zijn op wijnstudiereis (!) en rijden in een gehuurde 4×4 een paar duizend kilometer door het zuidoosten van het land. Daar liggen in de staten New South Wales, Victoria en South Australia de meeste wijngebieden (met in het westen nog Margareth River en in het zuiden het in opkomst zijnde Tasmanië). Hoewel we verschillende afspraken hebben staan bij wijnhuizen is het ook leuk om te kijken hoe wijn geconsumeerd wordt. Ik bedoel dus dat we geheel gelegitimeerd op onderzoek uitgaan en een aantal pubs bezoeken. Het eerste dat opvalt is de prijs. Wat zijn de wijnen duur. Sterker, menige Australische wijn is hier duurder dan bij ons. Het tweede opvallende is de hoeveelheid. Er wordt ontzettend veel gedronken, het lijkt hier wel de hele dag borreltijd!

Dat probeert de Australische regering natuurlijk te voorkomen, of althans te ontmoedigen. Alcoholische dranken mogen, behalve in horecagelegenheden, alleen in zogenaamde bottleshops of liquorstores verkocht worden. De minimum drinkleeftijd is achttien jaar. En er wordt gewerkt met ‘Drinking Standards’. Op elk etiket staat een glas met een getal dat overeenkomt met de hoeveelheid alcohol per glas, ongeacht de grootte van het glas of het soort drank dat er in zit. In Australië is dat 10 g, wat voor een fles witte wijn neerkomt op een gemiddelde van 7,7 Standard Drinks. De wet staat met betrekking tot drinken en rijden twee Standard Drinks in het eerste uur toe, nog een in het volgende uur en een laatste in het vierde uur. Daarna geen alcohol meer. Maar als je bedenkt dat ze in Japan met een standaardpercentage van ruim 19 g per eenheid werken, zie je maar weer hoe ook een standaard relatief kan zijn. Heerlijk, dat reizen! Niettemin, wij zijn gewaarschuwd…

Love is in the air, and in the bottle!

Het schrijven van blogs heeft zo zijn aardige kanten. Nog los van de leuke reacties die ik geregeld krijg, gaat er soms een zekere impuls van uit, een stimulerende werking. Dat, althans, moet ik opmaken uit de daad van liefde waartoe mijn vorige blog Verloofde aanzette.

Het stukje ging onder meer over de mondafdruk van gelippenstifte dames op een wijnglas, meer in het bijzonder de mijne. Oogt niet altijd even aantrekkelijk. De Zwitserse kunstenares Sophie Fleury ontwierp op uitnodiging van Moët et Chandon voor de prestigieuze Dom Pérignon champagne een luxueuze glazenset in een charmante versie: onuitwisbare mooie gevormde roze lippen op de flûtes. Een collectoritem ondertussen.

Een mooi cadeau, dacht Verloofde (de schat!), en speurde www af. Volhardend keurde hij de ene na de andere cadeauset, tot hij vond wat hij zocht.

Net na kerstmis werd een doos bezorgd. Gebeurt vaker, er gaat veel wijn doorheen, voor de cursussen en workshops die we geven, uiteraard. Hoewel er bij ons natuurlijk ook wel eens een flesje opengaat.

Deze doos was echter aan mij persoonlijk gericht. Nietsvermoedend, werkelijk, de bruine kartonnen verpakking verraadde niets, maakte ik hem open. Om er vervolgens een kleinere doos in aan te treffen, een prachtige geschenkverpakking. Love stond er in zwierige roze letters op. En in de doos, op een gewatteerde laag, lag een fles Dom Pérignon 1998 Rosé te pronken en lonken. Een vintage dus (of millésimé, in het Frans), dat wil zeggen dat alle gebruikte druiven van dat jaar dateren. De meeste champagnes hebben geen jaartal omdat ze zijn samengesteld uit verschillende jaargangen en blends, overigens altijd bestaande uit de enig toegestane druivenrassen pinot noir, pinot meunier en chardonnay. 1998 was een bijzonder jaar, met zeer hoge temperaturen in augustus, waardoor veel druiven ‘verbrandden’ en extreme regenval in september, als gevolg waarvan de oogst werd uitgesteld. Daarna brak rustiger weer aan en ontwikkelden de druiven zich alsnog geweldig. Zo goed, dat 1998 een vintagejaar werd.

Maar dat was niet alles. In de doos lagen ook twee fraaie flûtes met op het linkerglas LO en rechterglas VE gesigneerd (in roze!), een ontwerp van de Amerikaanse actrice en filmmaakster Zoë Cassavetes.

De Love box kwam vorig jaar rond Valentijnsdag in beperkte oplage op de markt. Romantisch idee, maar ik denk niet de fles dat redt, tot 14 februari 2012. Of liever, de fles wel, maar ik niet. Ik weet zomaar nog een paar uitstekende gelegenheden voor die tijd…

Prettige jaarwisseling en op een sprankelend nieuw jaar!

Witte champagne en roze lippen

Het sneeuwt als we Frankrijk binnen rijden over de D985, de oude weg tussen Brussel en Reims. Een prachtige route, die ons brengt in de Montagnes de Reims. De keurig gesnoeide wijnranken ogen winters onder hun laagje sneeuw. Toch een vreemd gezicht.

We zitten in het champagnegebied (de Champagne dus, met een hoofdletter. De drank schrijf je met een kleine letter), en zijn op weg naar huisleverancier Fabrice Bertemès in het plaatsje Trépail. Hij begroet ons hartelijk en schenkt een glas van zijn voortreffelijke premier cru champagne, met vier jaar rijping in de fles.

Zoals altijd wanneer ik de deur uitga of vlak voor ik ergens binnenkom, stift ik mijn lippen. Dat staat overal leuk, behalve op een glas. Enigszins gegeneerd houd ik dan ook mijn vettige glas op als Fabrice een tweede glas aanbiedt. Ook in restaurants en op proeverijen schaam ik me soms voor m’n smoezelige glas en neem me steeds opnieuw voor er de volgende keer om te denken. Geen lippenstift! Zo ben ik ook eens op een feestje door de mand gevallen. De kwaliteit van mijn lippenstift was aanmerkelijk beter dan mijn geheugen. Mijn afdruk  stond op meer dan één glas.

Net als in de rest van Frankrijk op het gebied van wijn, is ook het maken van champagne aan veel regels en wetten onderhevig. Een belangrijke parameter daarbij is de prijs van de druiven. Die is afhankelijk van hoe de wijngaard geklasseerd is, als grand cru of als premier cru. De prijs van de druiven uit de grand cru dorpjes wordt op 100% gewaardeerd, die uit de premier cru wijngaarden tussen de 90 en 100%.

Fabrice Bertemès zit met zijn chardonnaydruiven in een gewild gebied van de premier cru en krijgt bijna €6 per kilo. Als je bedenkt dat er voor een fles van 0,75 cl anderhalve kilo zorgvuldig geselecteerde druiven nodig is, begin je te begrijpen waarom champagne zoveel duurder is. En dan heb ik het nog niet gehad over de arbeidsintensieve en langdurige bereiding van champagne en de luxebelasting die erop geheven wordt.

Voor de grote champagnehuizen is het van belang om met een constante kwaliteit een herkenbare champagne op de markt te brengen. ‘Daar betaal je natuurlijk ook voor, het is de naam,’ zegt Fabrice. Voor kleine champagnemakers zoals hij is het elk jaar weer spannend hoe men op de nieuwe oogst reageert. Wij zijn alvast enthousiast en laden de auto vol om ze vervolgens aan onze klanten te leveren. En natuurlijk staat deze champagne op de proeftafel bij onze cursussen en workshops in Rotterdam en Antwerpen.

Ten slotte, ik ben niet de enige met een lippenstiftprobleem. In opdracht van Moët et Chandon heeft de Zwitserse kunstenares Silvie Fleury een serie glazen ontworpen. Met twee roze lippen erop. Standaard, zonder afdruk. Vraag ik voor kerstmis.

Tropische buien

De regen overstemt de muziek van de plaatselijke radiozender ruimschoots. Helaas. Want dat geluid kennen we ondertussen. Al klinkt het op het houten dak van de eenvoudige lodge waar we net zijn aangekomen, geruststellender dan op het vouwdakje van de houten praam waarmee we de afgelopen vijf uur de rivier zijn afgevaren. Of liever, opgevaren want het was tegen de stroom in. Het was natuurlijk de bedoeling om te genieten van de ons omringende jungle: we zijn in het National Park Taman Negara in Maleisië, een regenwoud van 130 miljoen jaar oud. Een miljoen meer of minder zegt mij in dit verband niet veel, maar daarmee zou het nog ouder zijn dan het Amazone regenwoud.

Hoe dan ook, veel meer dan de snel stromende modderkleurige rivier en variaties in groen langs beide oevers, hebben we als gevolg van de tropische regen niet gezien. Mijn draagbare paraplu gaf wel een beetje beschutting maar ik was blij toen we eindelijk aanmeerden, vlak voordat ook het onweer losbarstte. Het water stond inmiddels zo hoog dat de trap bij de steiger verdwenen was maar met behulp van touwen, toegestoken handen, kontjes en vereende krachten, klommen we allemaal veilig aan wal. Klam en doorweekt, dat wel.

Gelukkig heb ik altijd wel iets te eten en drinken bij me voor onderweg. Jarenlange reiservaring met kinderen heeft me geleerd dat het ook voor volwassenen fijn is om een noodrantsoentje mee te nemen of gewoon iets lekker achter de hand te hebben. En water in ieder geval.
De licht spottende blik van verloofde trotserend (‘Je zit hier in een land met een eetcultuur van 24 uur per dag.’), pakte ik vanmorgen dus royaal uit bij het ontbijt. ‘Ja, maar niet in een praam midden in het oerwoud,’ dacht ik en stopte onverstoorbaar een extra broodje, een tweede hard gekookt eitje, een paar banaantjes (onmisbaar in de tropen) en wat verse ananas in mijn tas.

Wijn meenemen op vakantie naar Frankrijk is water naar de zee dragen maar een fles sterke drank in de tropen is geen overbodige luxe. Heerlijk, zo’n slaapmutsje ’s avonds en bovendien goed voor de darmflora om allerlei lokale bacteriën te doden. Vandaag bewees onze whisky ook overdag zijn goede diensten.
Door de overvloedige regen was er veel oponthoud onderweg en arriveerden we laat bij de opstapplaats van de boot. Geen tijd meer voor een snel bord rijst, mihoen of noodles als lunch. We zakten de praam in, vouwden ons wat op en vertrokken.
Vijf uur varen op een houten bankje is best lang, zeker in de stromende regen. De mee genomen etenswaren waren dus zeer welkom, erkende ook verloofde. En die whisky? Aan de regen heet hij niks kunnen veranderen maar een enkel slokje heeft het moreel goed gedaan!

Belevenissen in de wijngaard (5)

Het heeft zo zijn voordelen om je wijngaard op afstand te bestieren, vooral in de wintermaanden. Het landschap oogt saai en kaal en het kan gemeen koud zijn in de Bourgogne. Het landklimaat kenmerkt de hele regio maar het maakt natuurlijk wel verschil of je in Chablis zit, in het noorden van de Bourgogne, of in het 200 km zuidelijker gelegen Mâcon gebied.

Maar goed, als web-vigneron zit ik nu thuis, behaaglijk bij de open haard, laptop op schoot en met een glas Beaune 1e Cru binnen handbereik. Ingelogd word ik op de hoogte gehouden van de werkzaamheden 700 kilometer verderop. Die vinden zowel op het land als in de kelder plaats. Om met het eerste te beginnen: in december zijn alle bladeren wel zo’n beetje afgevallen en is goed zichtbaar welke herstellingen in de wijngaard moeten worden uitgevoerd. Ik mail met domeinvrouwe Marie-Cécile Trapet-Rochelandet en vraag hoe het er voor staat. ‘Tous va bien,’ schrijft ze, opgewekt als altijd. Om dat vervolgens wat te nuanceren. ‘We hebben alleen een erg vochtig jaar gehad waardoor de mergelgrond te nat was om te ploegen voor de winter intrad. En er is uitzonderlijk veel hagel en sneeuw gevallen. Niettemin, gedurende de wintermaanden laten we de wijngaard zoveel mogelijk met rust. We hebben wel zo’n 6000 stronken moeten rooien die bevroren waren. De ontstane gaten in de grond zijn klaargemaakt voor de nieuwe aanplant die we er volgende maand in zetten. Verder hebben we in februari flink gesnoeid. Comme vous le savez komen de sapstromen van de druivenplant pas in het voorjaar weer op gang dus de wintermaanden zijn daar bij uitstek geschikt voor. En aan het eind van het seizoen verzamelen we al het afval en snoeihout en verbranden die in brulots,’  schrijft ze.

Minder zichtbaar, maar voor de ontwikkeling van de wijn cruciaal, zijn de kelderactiviteiten. Daar vindt de opvoeding (élevage) van de wijn plaats. Dat zijn ruwweg alle werkzaamheden tussen gisting en botteling. Een belangrijk onderdeel is het oversteken van de wijn, dat wil zeggen het overhevelen van het druivensap van het ene vat in het andere. Deze zogenoemde soutirage kan meerdere keren worden uitgevoerd.  ‘Inderdaad,’ licht Marie-Cécile toe als ik vraag of dat al gebeurd is. ‘Maar niet met ‘jullie’ oogst. Dat is nog te vroeg. Jaargang 2009 al wel, voor de tweede keer zelfs. Het overhevelen van het uitgegiste sap (dat dus zowel de alcoholische als malolactische gisting heeft ondergaan) is een heel werk, hoor. Het is niet alleen het eigenlijke oversteken van de wijn, dat gebeurt met behulp van pompen, maar die vaten moeten ook weer helemaal schoongemaakt worden,’ voegt ze er met een smiley aan toe. Doel van het oversteken is om de wijn te klaren, om het sap te scheiden van het bezinksel. Daarnaast zorgt het ook voor beluchting. Die is met name belangrijk bij rode wijn, voor de ontwikkeling van de tannines. Bijna dagelijks maken François Trapet en Marie-Cécile hun gang langs de tanks en vaten om te ruiken, proeven, keuren en bij te vullen. Dat laatste gebeurt met grote precisie en zelfs de niet geproefde restanten worden terug in het vat gedaan. Dat was me al vaker opgevallen, ook elders, ik heb het nagenoeg elke wijnboer zien doen. Uit zuinigheid?, vraag ik Marie-Cécile. ‘Nee,’ antwoordt ze. ‘Het heeft niets met verspilling of krenterigheid te maken. De vaten zijn poreus waardoor er altijd een zekere verdamping optreedt. Door regelmatig bij te vullen (ouillage) blijft de ruimte tussen vat en wijnoppervlak minimaal en voorkom je oxidatie.’

Inmiddels nadert de lente, de druivenstokken lopen binnenkort weer uit. Mijn wijnjaar zit er bijna op. Het peetmoederschap over mijn wijnstokken is me uitstekend bevallen, zowel in de wijngaard zelf als virtueel. De voorspellingen over de kwaliteit van oogstjaar 2010 zijn bemoedigend en ik kan niet wachten totdat mijn wijn gebotteld is. Dat gaat overigens nog handmatig bij Domaine Trapet. Eigenwijs blijven ze! De kurk mag ik er dan zelf opzetten, inclusief de capsule. Maar dan is het al maart 2012. Tijd genoeg om na te denken over een fraai etiket voor mijn Cuvée Annick.

Belevenissen in de wijngaard (4)

“Doe die ringen maar af,” waarschuwt domeinheer François Trapet als ik, verregend maar nog steeds enthousiast, de snoeischaar in mijn volgende druivenstok steek. “Het zuur van de druiven geeft aanslag.” Hij heeft gelijk, constateer ik, helaas te laat. Met kleverige vingers van het druivensap, prop ik de ringen in de zak van mijn inmiddels natte en vieze spijkerbroek.  Tja, ook het plukken is een vak apart!

Weer of geen weer, als de oogst (vendange of récolte) zich aankondigt, is het zover. Dan zijn de druiven rijp en is de balans tussen opgebouwde suikers en afgebouwde zuren optimaal. Er staat geen datum op het moment van oogsten, dat verschilt per regio, druivenras en de beoogde stijl van wijn. De pinot noir voor een crémant (mousserende wijn) bijvoorbeeld, wordt eerder geplukt dan dezelfde druif voor een ‘stille’ (gewone) wijn. De algemene regel is echter dat de oogst ongeveer 100 dagen na de bloei plaatsvindt. In Frankrijk komt daar nog een richtlijn bij. De ‘ban de vendange’ bepaalt tot wanneer je niét mag oogsten. Daarna, als de ‘ban’ wordt opgeheven, is het aan elke wijnboer om zijn eigen moment te kiezen.

Eind september 2010, het plukken is in volle gang. In de Bourgogne wordt alles handmatig geplukt en de wijngaarden gonzen dan ook van de gebogen ruggen en af en aan rijdende tractoren. Files op de Route des Grands Crus! Gedurende de oogst gelden speciale verkeersregels en zijn er gelegenheidsborden geplaatst, zoals de gele ‘Vendanges!’ waarschuwingsborden en ‘Grappillage interdit’. Dit laatste slaat op het verbod om de (afgekeurde) druiventrossen die na het oogsten achterblijven in de wijngaard te rapen. Officieel of niet, tractoren hebben altijd voorrang. Het is van het grootste belang om de druiven zo snel mogelijk ter plaatse te krijgen. Immers, als de dagtemperatuur te hoog is, bestaat het gevaar dat de druiven tijdens het transport al gaan gisten. En als het te vochtig is, zoals nu, is de kans op rotting groter.

Er wordt hard gewerkt in de wijngaarden, van acht uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds maar er zijn om de twee uur prettige onderbrekingen. De eerste break is om tien uur, met een broodje en koffie of een glas wijn. Naar het repas tussen de middag ziet elke plukker reikhalzend uit: een voor- en hoofdgerecht, kaasplateau, dessert en koffie. En wijn vanzelfsprekend! Er wordt goed gegeten en met mate gedronken, er wacht immers nog een lange plukmiddag, al is er om vier uur ook nog een pauze.

Het saamhorigheidsgevoel in de wijngaarden is verrassend, en dan heb ik het nog niet eens over de steelse romances die opbloeien tussen de ranken. Is het ondanks of dankzij de oogsttijd dat iedereen elkaar groet en dat er overal met elkaar wordt gewerkt, gelachen en gezongen? Ik sta versteld. Even denk ik dat het komt omdat er veel buitenlanders zijn ingehuurd om te plukken, maar nee, ook de Fransen, wijnboeren en buitenlui, zijn ondanks de stress, très aimable! Overigens, de Franse overheid houdt de plukkers scherp in de gaten. Elk domein is verplicht het aantal ingehuurde mensen op te geven en vanuit rond cirkelende helikopters wordt inderdaad gecontroleerd.

“Een goede coupeur plukt 12 dozen van 30 liter per dag,” moedigt François ons aan als hij de verzamelde web-vignerons uitlegt hoe er geknipt moet worden. In een emmertje gaat ongeveer 8 kg druiven, dat komt overeen met 4,5 liter, reken ik uit, dus 6 flessen. Ik koester me in mijn beginnersrol: 45 emmers ga ik niet halen vandaag.

Onervaren als we zijn, krijgen we, behalve een emmer en een snoeischaar, strikte instructies mee de wijngaard in. “Ten eerste, werk nooit met zijn tweeën aan één druivenplant,” zegt François. “Door het gebladerte hangen de trossen soms verstopt en je knipt zo in je vinger. Of in die van iemand anders,” voegt hij er met een sardonische glimlach aan toe. “Ten tweede, begin altijd bij een nieuw piquet (paaltje). En tenslotte, pluk alleen onderaan en laat de bovenste twee rijen druiven hangen. Die zijn nog niet rijp.”

Wij plukken ons broederlijk een weg door onze geleaste stokken. Omdat wij als web-vignerons natuurlijk geen echte vendangeurs zijn (uiteindelijk is het een soort door onszelf betaalde stage), zijn de werktijden aangepast. Tegen het middaguur laden we de gereedstaande truck vol met onze geoogste druiven waarna we, nat als we zijn, dankbaar gebruik maken van de gelegenheid ons wat op te knappen. Eenmaal terug op het Domaine worden we vergast op een voortreffelijke lunch, voorafgegaan door het huisaperitief, een kir. Deze vin blanc cassis is afkomstig uit de Bourgogne (genoemd naar Canon Kir, verzetsheld in de Tweede Oorlog en latere burgermeester van Dijon) en wordt traditioneel gemaakt van het stiefbroertje van de chardonnay, de aligoté. Het is een vroeg rijpende druif met een hoge natuurlijke zuurgraad. Om die wat te compenseren wordt van oudsher een scheutje zwarte bessenlikeur toegevoegd. We heffen het glas en brengen een toast uit op onze oogst.

Belevenissen in de wijngaard (3)

“Om te fotograferen ziet de wijngaard er momenteel niet zo aantrekkelijk uit,” verontschuldigt leasemoeder Marie-Cécile Rochelandet zich als ik mijn druivenstokken bij Domaine François Trapet eind augustus opnieuw bezoek.

Ik vind het wel meevallen. Zo ver ik kan kijken is alles mooi groen om me heen. De bebladerde ranken reiken tot ver boven mijn middel en de volle druiventrossen hangen te rijpen. Al mag daar nog wel wat zon overheen, getuige de nog vele groene druiven aan de trossen. Eigenlijk zeg ik dat niet goed. Pas als de kleuring van de druiven (véraison) voltooid is, begint de echte  rijping. Die voltrekt zich op verschillende vlakken. Smaakstoffen ontwikkelen zich (aromatische  rijping) en in ‘technisch’ opzicht neemt het zuurgehalte af en het suikergehalte toe. Daarnaast is er de ‘fenolische’ rijping, die heeft betrekking op de ontwikkeling van tannines en kleurpigmenten.

“We hebben een beetje last van meeldauw,’ verklaart Marie-Cécile. Ik kijk haar geschrokken aan. Meeldauw, dat is toch een schimmelaantasting waarbij het blad verschrompelt en vervolgens afsterft?  Daar gaat mijn prestigieuze aanstaande Cuvée Annick, denk ik bij mezelf. Maar Marie-Cécile gaat monter verder. “Meeldauw is een veelvoorkomende en inderdaad gevaarlijke ziekte,” zegt ze, “maar alleen in het begin van de groeiperiode, in mei, juni en de eerste helft van juli. Nu werkt het eigenlijk in ons voordeel. We laten de natuur gewoon zijn gang gaan. De bladeren vallen er vanzelf af, dat scheelt ons weer wat snoeiwerk. En ook straks met het oogsten is het handig. Bovendien krijgen de rijpende druiven, doordat er minder blad is, vanzelf meer zon. Als die schijnt, tenminste,” voegt ze er met een knipoog aan toe.

Het klinkt niet onlogisch maar als methode heb ik er nog nooit van gehoord. Wel van de bestrijding van meeldauw. Die wordt gewoonlijk gedaan met de zogenaamde Bordeauxse pap (Bouillie Bordelaise). Dit is een door de jaren heen beproefd recept met als voornaamste ingrediënten kopersulfaat en kalk. Het mengsel, waarmee de wijnranken besproeid worden, bevat dus weliswaar geen bestrijdingsmiddelen maar is als gevolg van de koper ophoping in de loop der jaren in de grond, niet onomstreden. Een beetje vertwijfeld loop ik door mijn wijngaard en zie inderdaad hier en daar een wit poederig laagje op de bladeren (daarom heet meeldauw ook wel witziekte). Ik besluit een kijkje bij de buurpercelen te gaan nemen.

Voorzien van detailkaart loop ik van Gevrey-Chambertin naar het nog geen 5 km verderop gelegen Morey-Saint-Denis, dwars door de hoger en lager gelegen wijngaarden. De meeste zijn ommuurd (de zogenoemde clos), andere herinneren eraan: de Bourgogne kent immers een eeuwenoude  wijntraditie. De kerk heeft daar een belangrijk aandeel in gehad. Het zijn de Cisterciënzer monniken geweest die hier, ten behoeve van de mis én voor eigen gebruik,  in de vroege Middeleeuwen wijn verbouwden en daar ook een systeem in aanbrachten. Ze ontwikkelden de ‘climats’, aanduidingen die je, net als de clos, nog steeds tegenkomt.  Clos de Vougeot is daarvan waarschijnlijk het bekendste voorbeeld. Een climat verwijst naar een deel van een wijngebied dat door zijn terroir de wijn een eigen, en daardoor herkenbaar karakter geeft. Dat hadden die monniken goed gezien. Hieruit is, veel later, de wetgeving op basis van herkomstindeling voortgekomen.

Het weer is, ook vandaag, wisselvallig, zoals wel vaker in de Bourgogne, heb ik gemerkt. Het landklimaat met koude winters en hete zomers kent grillige uitersten waarbij het ook in augustus nog kan hagelen. Regenen heeft het deze zomer in ieder geval genoeg gedaan. Ben benieuwd naar de invloed daarvan op het wijnjaar 2010. Die zou voor de Bourgogne wel eens heel anders kunnen uitpakken dan in de Bordeauxstreek waar het de afgelopen zomer overwegend droog en warm geweest is. Nog los van het feit dat de wijnmakers in de Bordeaux een mislukte of minder goede oogst kunnen opvangen door de assemblage  van verschillende druivensoorten. In de Bourgogne schrijven de appellatieregels voor dat er (in grote lijnen) maar twee soorten gebruikt mogen worden: pinot noir voor rode wijn en chardonnay voor witte wijn.

Het is heerlijk wandelen door de wijngaard. De buurpercelen ogen wat verzorgder, ondanks, of juist dankzij, de verse druiventrossen die her en der op de grond liggen. Dat is de zogenaamde groene oogst (vendange verte) of wel het ‘trosdunnen’ dat  meestal rond deze tijd plaatsvindt.  Geselecteerd op groeipotentie worden de meest onrijpe trossen verwijderd waardoor de overgebleven trossen meer licht, lucht en voedingstoffen uit de bodem krijgen om zich optimaal te ontwikkelen.

Ik keer terug naar mijn wijngaard en probeer me de opgewekte gelatenheid waarmee François en Marie-Cécile hun domein bestieren, eigen te maken. En eigenlijk zeg ik ook dat niet helemaal goed. Je voelt aan alles dat het oogstseizoen nadert. De maand september zal spannend zijn.

Belevenissen in de wijngaard (2)

Gevrey-Chambertin, een zondagochtend in mei, 8 uur. Uitslapen is er niet bij, vandaag krijgen we tekst en uitleg over onze wijnstokken, in de wijngaard uiteraard. De zon heeft de afgelopen dagen volop geschenen maar laat het nu afweten, om niet te zeggen dat het veelvuldig zal regenen. Mijn wijngaardlaarsjes en bijpassende paraplu bewijzen weer goede diensten.

Het is een bont gezelschap, daar in de wijngaard. Een dertigtal virtuele wijngaardeniers, in leeftijd en nationaliteit uiteenlopend, hoewel de meesten Frans zijn. Wat we gemeen hebben, is dat we allemaal onze wijnstokken cadeau gekregen hebben. De één van het bedrijf, de ander naar aanleiding van een kroonjaar (40 en 50 zijn populair), weer iemand anders als verjaarsgeschenk en een pas getrouwd stel als huwelijkscadeau. Wat we ook delen is onze voorliefde voor de pinot noir, de huisdruif van de Bourgogne.

De Bourgogne is een lapjesdeken van wijngaarden. Op nog geen 30.000 ha bevinden zich ruim 4.300 wijndomeinen waarvan de meeste wijngaarden door vererving versnipperd zijn geraakt. Het maakt het wereldberoemde wijngebied tot één van meest ingewikkelde en tegelijkertijd tot één van de boeiendste.

Onze pieds de vigne bij Domaine François Trapet liggen op gemeentelijk niveau. Dat wil zeggen dat de wijnen op het etiket Gevrey-Chambertin als herkomstbenaming mogen voeren. In de Bourgogne is het classificatiesysteem in 1936 ingevoerd met de geografische afkomst als basis. De wijngaarden die in de 18e en 19e eeuw als goed bekend stonden, zagen daarmee hun reputatie officieel bevestigd.

De familie Trapet is al generaties lang wijnmaker in Gevrey-Chambertin, ook al zijn door erfenissen, opdelingen en ruzies de verhoudingen niet altijd even hartelijk (geweest). François (ik schat hem begin 60 maar hij ziet er ouder uit) werd op het domein van zijn grootvader, 300 m verderop, sous la barrique geboren, zoals hij zelf zegt. Hij groeide op in de wijngaard en ging er op zijn twaalfde aan de slag. Hij voelt zich innig verbonden met het terroir en heeft geen boeken of instrumenten nodig. François vertrouwt op zijn instinct. Zijn partner, Marie-Cécile Rochelandet ook. Maar als oenologe voert ze voor de zekerheid toch de nodige wetenschappelijke analyses uit, ter controle. ‘Het is ongelofelijk,’ lacht ze, ‘hij vergist zich nooit!’  Een mooi duo, die twee, ervaring en kennis verbonden door hun beider passie voor wijn.

‘Zoek bij ons geen snobwijn, maar vind in onze wijnen iets uit uw leven,’ oreert Marie-Cécile door de wijngaard. Ze lacht er zelf om maar het karakteriseert wel de instelling van de Trapets. Voor trendy wijnen en gelikte marketing hoef je bij hen niet aan te kloppen. François maakt al decennia lang kleinschalig en op ambachtelijke wijze wijn. En dat wil hij graag zo houden.

‘Duurzame wijnbouw’, noemt hij het. Niet volledig biologisch, wel met respect voor de natuur. ‘De natuur is prachtig. Daar hoef je eigenlijk niets aan te doen. Alleen als het nodig is, helpen we,’ vertelt hij en geeft een voorbeeld. ‘Bepaalde rupsen  (de cochylis in het bijzonder) vormen een bedreiging voor de gezondheid van de druif. Waarom? Omdat een aangevreten druif dan voortijdig in aanraking komt met zuurstof en daardoor eerder kan gaan rotten. De rupsen reproduceren en verspreiden zich zeer snel dus zo kan een hele wijngaard aangetast worden en een oogst verloren gaan.’

Vroeger werd er min of meer klakkeloos met bestrijdingsmiddelen gewerkt om plagen te voorkomen. François werkt met feronomen, volgens de zogenaamde ‘seksuele verwarring techniek’. Hij lacht. ‘Het is wel sneu voor die vlinders, dat geef ik toe. Lokdoosjes met feronomen trekken de viriele mannetjesvlinders aan. Aangezien het slechts de vrouwelijke geuren zijn die de doosjes of takjes afgegeven, kunnen de mannetjes de vrouwtjes zelf natuurlijk niet vinden. De meeste sterven dan ook voor ze de vrouwtjes hebben kunnen bevruchten.  Daarmee is het  probleem van de cochylis niet opgelost maar de schade aan de insecten en de wijnstokken blijft beperkt. ‘

We zijn ondertussen behoorlijk nat geregend en gaan gretig in op Marie-Céciles uitnodiging om een glas wijn te komen drinken. Teruglopend door de wijngaard stap ik per ongeluk op een weelderige slak. Er blijken er tientallen, misschien wel honderden te zitten. Ook voor hen is het paringsseizoen aangebroken. Marie-Cécile kijkt om zich heen. ‘Ziet François het niet?’ vraagt ze lachend. Dan pakt ze een handje vol slakken op en werpt ze met een geroutineerd gebaar naar een achter in de wijngaard gelegen boomgaardje. De slakken belanden net daarvoor, in een poel. ‘Ook goed,’ zegt ze. ‘Dan eerst de zwemles.’

Belevenissen in de wijngaard (1)

Wat geef je een fervent wijnliefhebber die alles al heeft? Juist, een wijngaardje!

Sinds eind 2009 lease ik een aantal druivenstokken in de Bourgogne. Een jaar rond reis ik geregeld zuidwaarts om de groei, bloei, rijping, het oogsten en assembleren van mijn stokken van nabij mee te maken. Mijn belevenissen als petemoei van de wijngaard zijn in vijf delen verschenen in WineLife.

Ik ben een rode wijndrinker en de pinot noir is één van mijn favoriete druivenrassen. Het is ook de enige toegestane druivensoort in de Bourgogne. De pinot noir is geen gemakkelijke druif, hij staat als wispelturig bekend, nukkig zelfs, en gedijt het best op een kalkhoudende bodem voorzien van een kleilaag. Het terroir is daarvoor in de Bourgogne  optimaal en als alle elementen meewerken, komen daar, wat mij betreft, dan ook de mooiste wijnen vandaan, tongstrelend en fluweelzacht.

Het idee om wijnstokken te leasen kreeg ik toen mij een gemeenschappelijk cadeau werd aangeboden en ik daarvoor een doel of bestemming mocht bedenken. Wat geef je een fervent wijnliefhebber die alles al heeft? Juist, een wijngaardje, althans, een aantal wijnstokken. Niet fysiek natuurlijk, ik zou niet weten waar en hoe ik ze zou moeten planten, verzorgen, snoeien, oogsten en wat dies meer zij. Nee, de druivenstokken blijven staan waar ze staan, deskundig geplant, professioneel gesnoeid en met liefde omringd door de wijnmaker, ergens op een prettig warme plek.

Er zijn sinds enige tijd organisaties in Frankrijk die zich met het verhuren van wijngaarden bezighouden. Het principe is al eeuwen oud, nieuw is het eigentijdse jasje waarin de verschillende formules  gestoken zijn. In essentie komt het hierop neer: door de virtuele aankoop van een aantal wijnstokken (pieds de vigne) krijgt het betreffende wijnhuis een bescheiden financiële impuls. Virtueel in twee betekenissen: de bestelling wordt online gedaan (1) en het eigenaarschap is denkbeeldig (2).  In ruil daarvoor krijg je als gulle gever (in dit verband ook wel web-vigneron genoemd) op termijn een equivalent van het aantal stokken in wijnen uitgekeerd, bij wijze van rendement.  Concreet: ik koop 24 wijnstokken (in de Bourgogne, uiteraard) die over twee jaar 24 flessen ‘Cuvée Annick’ opleveren. En hoewel ik als web-vigneron thuis, vanuit mijn luie stoel maandelijks per email op de hoogte wordt gehouden van  de ontwikkelingen in de wijngaard, verkies ik het hele proces op de voet en zoveel mogelijk  live te volgen.

Het mag duidelijk zijn, ik neem mijn taak als kersverse wijnboerin dus serieus. Voorzien van speciaal voor de gelegenheid aangeschafte trendy wijngaardlaarsjes (met matching paraplu), Petit Robert, notitieblok en fototoestel, rijd ik begin april 2010 naar Gevrey-Chambertin, gelegen in de Côte de Nuits, het noordelijke deel van de Côte d’Or dat net onder Dijon begint. Het dorpje telt een goede 3000 inwoners en oogt typisch Frans: oud, pittoresk en verlaten. Als naamgever van het gerenommeerde wijngebied heeft het echter internationale allure. Gevrey-Chambertin is niet alleen één van de oudste wijngaarden van Frankrijk (de eerste berichten dateren van 640), het behoort met zijn gemeentelijke appellatie, 26 premier en 9 grand cru’s wereldwijd ook tot de bekendste wijngebieden van de Bourgogne.

Een mens moet bescheiden blijven dus mijn wijnstokken bevinden zich op village-niveau. Als ik aankom bij ‘mijn’ wijndomein, zie ik eigenaar François Trapet door het dakraam loeren naar het bezoek, terwijl zijn partner Marie-Cécile Rochelandet me hartelijk ontvangt. Een eigenzinnige wijnmaker, zoals zal blijken, al is dat in Frankrijk vaak een pleonasme. Hoe dan ook, François is autodidact, Marie-Cécile oenologe (afgestudeerd wijnmaker) en samen bestieren ze met veel passie en op ambachtelijke wijze een klein wijndomein aan de rand van Gevrey-Chambertin.

Na een korte rondleiding en een eerste proeverij in de kelder, struin ik samen met Marie-Cécile door de wijngaard. Wat ik onderweg, vanaf de fraaie Route des Grands Crus die de 200 km lange Bourgogne verbindt, al had gezien, blijkt ook hier. Geen pril groen te bekennen, geen bottende ranken, geen lenteknopjes, niets. Een wijngaard romantisch? In dit seizoen treurig!  Voor zover ik kan kijken, ogen de wijngaarden bruin en knoestig. Het snoeihout ligt er zelfs nog. De winter van 2009/2010 is niet alleen ongemeen streng geweest maar heeft ook langer aangehouden dan normaal. Daarom loopt de groei een kleine veertien dagen achter, legt Marie-Cécile me uit. Nog geen reden tot ongerustheid, wel tot verhoogde waakzaamheid. Ik verberg mijn lichte teleurstelling over deze ogenschijnlijk doodse wijnvelden en betast een aantal willekeurige stokken. Een beetje kinderachtig wens ik ze een voorspoedige groei en overvloedige oogst toe.

En zie, het werkt! Als ik eind mei opnieuw bij mijn stokken op bezoek ga, is het een feest in de wijngaard.  Wat een landschappelijk verschil! Alles bloeit en deze fase in de wijnbouw heet dan ook de ‘fleurison’.……