Belevenissen in de wijngaard (2)

Gevrey-Chambertin, een zondagochtend in mei, 8 uur. Uitslapen is er niet bij, vandaag krijgen we tekst en uitleg over onze wijnstokken, in de wijngaard uiteraard. De zon heeft de afgelopen dagen volop geschenen maar laat het nu afweten, om niet te zeggen dat het veelvuldig zal regenen. Mijn wijngaardlaarsjes en bijpassende paraplu bewijzen weer goede diensten.

Het is een bont gezelschap, daar in de wijngaard. Een dertigtal virtuele wijngaardeniers, in leeftijd en nationaliteit uiteenlopend, hoewel de meesten Frans zijn. Wat we gemeen hebben, is dat we allemaal onze wijnstokken cadeau gekregen hebben. De één van het bedrijf, de ander naar aanleiding van een kroonjaar (40 en 50 zijn populair), weer iemand anders als verjaarsgeschenk en een pas getrouwd stel als huwelijkscadeau. Wat we ook delen is onze voorliefde voor de pinot noir, de huisdruif van de Bourgogne.

De Bourgogne is een lapjesdeken van wijngaarden. Op nog geen 30.000 ha bevinden zich ruim 4.300 wijndomeinen waarvan de meeste wijngaarden door vererving versnipperd zijn geraakt. Het maakt het wereldberoemde wijngebied tot één van meest ingewikkelde en tegelijkertijd tot één van de boeiendste.

Onze pieds de vigne bij Domaine François Trapet liggen op gemeentelijk niveau. Dat wil zeggen dat de wijnen op het etiket Gevrey-Chambertin als herkomstbenaming mogen voeren. In de Bourgogne is het classificatiesysteem in 1936 ingevoerd met de geografische afkomst als basis. De wijngaarden die in de 18e en 19e eeuw als goed bekend stonden, zagen daarmee hun reputatie officieel bevestigd.

De familie Trapet is al generaties lang wijnmaker in Gevrey-Chambertin, ook al zijn door erfenissen, opdelingen en ruzies de verhoudingen niet altijd even hartelijk (geweest). François (ik schat hem begin 60 maar hij ziet er ouder uit) werd op het domein van zijn grootvader, 300 m verderop, sous la barrique geboren, zoals hij zelf zegt. Hij groeide op in de wijngaard en ging er op zijn twaalfde aan de slag. Hij voelt zich innig verbonden met het terroir en heeft geen boeken of instrumenten nodig. François vertrouwt op zijn instinct. Zijn partner, Marie-Cécile Rochelandet ook. Maar als oenologe voert ze voor de zekerheid toch de nodige wetenschappelijke analyses uit, ter controle. ‘Het is ongelofelijk,’ lacht ze, ‘hij vergist zich nooit!’  Een mooi duo, die twee, ervaring en kennis verbonden door hun beider passie voor wijn.

‘Zoek bij ons geen snobwijn, maar vind in onze wijnen iets uit uw leven,’ oreert Marie-Cécile door de wijngaard. Ze lacht er zelf om maar het karakteriseert wel de instelling van de Trapets. Voor trendy wijnen en gelikte marketing hoef je bij hen niet aan te kloppen. François maakt al decennia lang kleinschalig en op ambachtelijke wijze wijn. En dat wil hij graag zo houden.

‘Duurzame wijnbouw’, noemt hij het. Niet volledig biologisch, wel met respect voor de natuur. ‘De natuur is prachtig. Daar hoef je eigenlijk niets aan te doen. Alleen als het nodig is, helpen we,’ vertelt hij en geeft een voorbeeld. ‘Bepaalde rupsen  (de cochylis in het bijzonder) vormen een bedreiging voor de gezondheid van de druif. Waarom? Omdat een aangevreten druif dan voortijdig in aanraking komt met zuurstof en daardoor eerder kan gaan rotten. De rupsen reproduceren en verspreiden zich zeer snel dus zo kan een hele wijngaard aangetast worden en een oogst verloren gaan.’

Vroeger werd er min of meer klakkeloos met bestrijdingsmiddelen gewerkt om plagen te voorkomen. François werkt met feronomen, volgens de zogenaamde ‘seksuele verwarring techniek’. Hij lacht. ‘Het is wel sneu voor die vlinders, dat geef ik toe. Lokdoosjes met feronomen trekken de viriele mannetjesvlinders aan. Aangezien het slechts de vrouwelijke geuren zijn die de doosjes of takjes afgegeven, kunnen de mannetjes de vrouwtjes zelf natuurlijk niet vinden. De meeste sterven dan ook voor ze de vrouwtjes hebben kunnen bevruchten.  Daarmee is het  probleem van de cochylis niet opgelost maar de schade aan de insecten en de wijnstokken blijft beperkt. ‘

We zijn ondertussen behoorlijk nat geregend en gaan gretig in op Marie-Céciles uitnodiging om een glas wijn te komen drinken. Teruglopend door de wijngaard stap ik per ongeluk op een weelderige slak. Er blijken er tientallen, misschien wel honderden te zitten. Ook voor hen is het paringsseizoen aangebroken. Marie-Cécile kijkt om zich heen. ‘Ziet François het niet?’ vraagt ze lachend. Dan pakt ze een handje vol slakken op en werpt ze met een geroutineerd gebaar naar een achter in de wijngaard gelegen boomgaardje. De slakken belanden net daarvoor, in een poel. ‘Ook goed,’ zegt ze. ‘Dan eerst de zwemles.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *